<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:1576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-27T14:48:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/327338-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:1576">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:1576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-27T14:46:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:1576 Rechtbank Amsterdam , 10-03-2023 / 13/327338-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:1576:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing vordering ISD, veroordeling tot een gevangenisstraf van 8 maanden voor winkeldiefstal en vernieling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:1576:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6047965b-0209-4722-8070-805eb4ddb01f" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/327338-22 (promis) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 10 maart 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,</para>
      <para>ingeschreven op het adres [adres 1] , </para>
      <para>thans gedetineerd te: [naam PI] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. I.A. Groenendijk, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.J. Tiemessen, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 14 december 2022 te Amsterdam, althans in Nederland, een bakje met een (kaas/zuivel)product en/of een of meer (verzorgings)producten (merk Zwitsal) (met een totale waarde van 87,14 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan (winkelbedrijf) Albert Heijn (gelegen aan [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</para>
    </parablock>
    <para>- een fles wijn te pakken en/of dreigend met die fles op die [slachtoffer] af te lopen en/of</para>
    <para>- een fles wijn naar, althans in de richting van die [slachtoffer] te gooien en/of</para>
    <para>- met een fles wijn in zijn, verdachtes, hand een of meermalen naar die [slachtoffer] uit te </para>
    <para>halen en/of</para>
    <para>- met zijn, verdachtes, hand naar het gezicht van die [slachtoffer] te gaan en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] bij zijn gezicht vast te pakken en/of vast te grijpen en/of</para>
    <para>- met die [slachtoffer] te worstelen en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, duim/vinger (met kracht) tegen de oogkas van die [slachtoffer] te duwen </para>
    <para>en/of</para>
    <para>- zijn, verdachtes, duim/vinger in het oog van die [slachtoffer] te drukken;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 14 december 2022 te Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een scanplaat van een BVID-zuil en/of een cel, in elk geval (telkens) enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele aan de politie, eenheid Amsterdam, in elk geval (telkens) aan een ander toebehoorde(n) (telkens) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>hij op of omstreeks 14 december 2022 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , inspecteur van politie, Eenheid Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (tijdens het voorgeleiden van verdachte), in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door naar, althans in de richting van die [verbalisant 1] te spugen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte de tenlastegelegde diefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] (feit 1), het tenlastegelegde vernielen van de BVID-zuil en een cel van de politie Amsterdam (feit 2) en de tenlastegelegde belediging van een ambtenaar (feit 3) heeft begaan, zoals omschreven in rubriek 4.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft bekend en de raadsvrouw hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, kan, op grond van artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering, met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1, feit 2 en feit 3</emphasis>
          </para>
          <para>- de bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting van 10 maart 2023.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>- een proces-verbaal aangifte met nummer 2022267412-2 van 14 december 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2], doorgenummerde pagina’s 6 tot en met 8;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>- een proces-verbaal aangifte met nummer 2022267524-2 van 14 december 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], doorgenummerde pagina’s 14 tot en met 15.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.4.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
          </para>
          <para>- een proces-verbaal van voorgeleiding na aanhouding met nummer 2022267412-5 van 14 december 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina’s 45 tot en met 46.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 14 december 2022 te Amsterdam een bakje met een kaas/zuivelproduct en verzorgingsproducten, merk Zwitsal, met een totale waarde van 87,14 euro, die aan winkelbedrijf Albert Heijn, gelegen aan [adres 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om ze zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</para>
    </parablock>
    <para>- een fles wijn te pakken en dreigend met die fles op [slachtoffer] af te lopen en</para>
    <para>- een fles wijn in de richting van die [slachtoffer] te gooien en</para>
    <para>- met een fles wijn in zijn, verdachtes, hand naar die [slachtoffer] uit te halen en</para>
    <parablock>
      <para>-met zijn, verdachtes, hand naar het gezicht van die [slachtoffer] te gaan en</para>
      <para>-die [slachtoffer] bij zijn gezicht vast te pakken en vast te grijpen en</para>
      <para>-met die [slachtoffer] te worstelen en</para>
      <para>-zijn, verdachtes, duim met kracht tegen de oogkas van die [slachtoffer] te duwen en</para>
      <para>-zijn, verdachtes, duim in het oog van die [slachtoffer] te drukken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 14 december 2022 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een scanplaat van een BVID-zuil, die aan de politie, eenheid Amsterdam, toebehoorde, heeft vernield, en een cel, die aan de politie, eenheid Amsterdam, toebehoorde, onbruikbaar heeft gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 14 december 2022 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , inspecteur van politie, Eenheid Amsterdam, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, tijdens het voorgeleiden van verdachte, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in de richting van die [verbalisant 1] te spugen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van het voorarrest, zoals door de reclassering geadviseerd in het rapport van 21 februari 2023. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 3 vordert de officier van justitie dat verdachte schuldig wordt verklaard zonder oplegging van een straf.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat het opleggen van de ISD-maatregel niet passend is. Aan verdachte is inmiddels vijf keer de ISD-maatregel opgelegd. </para>
        <para>Het is daarom duidelijk dat deze maatregel niet werkt. Verdachte heeft zelf contact gezocht met hulpverleningsinstanties en heeft aangegeven op geen enkele wijze mee te willen werken aan een verplicht kader. De raadsvrouw heeft verzocht dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest wordt opgelegd. </para>
        <para>Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de ISD-maatregel op te leggen voor de duur van een jaar met aftrek van de tijd die verdachte in het voorarrest heeft gezeten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal gevolgd van geweld, het onbruikbaar maken van een politiecel, vernieling van een identificatie zuil en belediging van een politieagent. Met zijn handelen heeft verdachte aangetoond geen respect te hebben voor het eigendom van anderen. Verdachte heeft een winkeldiefstal gepleegd. Dat is vervelend voor winkeleigenaren die hierdoor schade en overlast ondervinden.</para>
        <para>Bij zijn aanhouding door de beveiliger in de supermarkt heeft verdachte een fles naar de beveiliger gegooid en met een fles meermalen naar de beveiliger uitgehaald. Vervolgens heeft verdachte zijn duim hard in de linkeroogkas van de beveiliger geduwd zodat deze heftige pijn voelde en bang was het licht in dat oog te verliezen. De beveiliger heeft door de handelingen van verdachte twee krassen op zijn gezicht en een bloeddoorlopen oog opgelopen. Door dit geweld heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. </para>
        <para>Verdachte heeft in de politiecel geplast en heeft een politieagent beledigd. Daarmee heeft verdachte laten zien moeite te hebben met autoriteit en het gezag van de politie. Hij heeft mensen die hun werk proberen te doen, belet dat op normale wijze te kunnen verrichten. Dat is hinderlijk en vervelend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) betreffende verdachte van 18 januari 2023 blijkt dat hij vele malen is veroordeeld voor het plegen van met name (winkel)diefstallen en beledigingen, maar ook vorig jaar nog voor diefstal met geweld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Advies van de reclassering </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het door [persoon 1] opgestelde reclasseringsadvies van Fivoor van 21 februari 2023. Zij heeft gerapporteerd dat verdachte op alle leefgebieden problemen kent. Verdachte heeft geen stabiele huisvesting en er is sprake van financiële problematiek en middelengebruik. Voorts is verdachte in het verleden gediagnosticeerd met persoonlijkheidsproblematiek en een verstandelijke beperking. Verdachte is iemand die zelf graag de regie in handen heeft. Hij realiseert zich in beperkte mate dat hij zonder hulp van anderen zijn leven niet of slechts moeizaam kan veranderen. De reclassering schat de kans op recidive en het onttrekken aan voorwaarden in als zeer hoog en adviseert om aan verdachte de onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting van 10 maart 2023 heeft [persoon 2] , gehoord als deskundige, het advies van [persoon 1] bevestigd en benadrukt dat de reclassering kans ziet om met verdachte het traject van de ISD-maatregel te kunnen starten en succesvol af te kunnen ronden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van feit 1 en feit 2 aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Ook is voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt voor oplegging van de maatregel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel de rechtbank ziet dat verdachte op verschillende leefgebieden problemen ervaart en zij ook de noodzaak van beperking van recidive onderkent, wordt het opleggen van de ISD-maatregel niet passend geacht. Om de ISD-maatregel kans van slagen te geven om recidive beperking te bereiken, is enige medewerking van verdachte nodig. Aan verdachte is vijfmaal eerder de maatregel opgelegd. Desondanks is het onvoldoende gelukt recidive te verminderen. Ter zitting heeft hij verklaard op geen enkele wijze mee te zullen werken aan het ISD-traject. Verdachte heeft, zo stelt de rechtbank vast, een blijvende weigerachtige houding ten opzichte van de reclassering als instantie die hem daarbij zou moeten begeleiden. Op zitting heeft verdachte verklaard geen vertrouwen te hebben in de reclassering. </para>
        <para>Verdachte heeft inmiddels zelf elders hulp gezocht en staat op de wachtlijst bij [instelling] voor een woning. Verdachte heeft daarmee goede eerste stappen gezet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden aanleiding bestaat om de ISD-maatregel, zoals door de officier van justitie geëist niet op te leggen. De rechtbank spreekt daarmee haar vertrouwen uit naar verdachte, en biedt hem een kans zijn leven op de rit te krijgen zonder bemoeienis van de reclassering, en op die manier recidive terug te dringen. Dit laat onverlet dat, mocht verdachte weer terugvallen in crimineel gedrag, de ISD-maatregel alsnog kan worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte gepleegde strafbare gedragingen wél een vrijheidsbenemende straf rechtvaardigen. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met straffen in vergelijkbare zaken en gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten voor strafoplegging. Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat sprake is van veelvuldige recidive en dat verdachte indringend geweld heeft gebruikt tegen de beveiliger van de supermarkt. Met name de geweldshandelingen gericht op de ogen van het slachtoffer acht de rechtbank ernstig en zeer kwalijk gedrag. De rechtbank is daarom van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende straf is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal gelet op het voorgaande aan verdachte een gevangenisstraf van 8 maanden opleggen, met aftrek van de tijd die hij in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 266, 267, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">8 maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. A.A. Spoel, 	voorzitter,</para>
      <para>mr. W.M.C. van den Berg en mr. A. Briejer, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.F. Wormhoudt, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>