<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:149</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-14T16:30:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/713592 / HA ZA 22-127</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:149">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:149</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-20T11:34:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:149 Rechtbank Amsterdam , 08-02-2023 / C/13/713592 / HA ZA 22-127</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:149:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijwaringszaak. Verzekeringsrecht. Excedentverzekering. Veroordeling in de hoofdzaak is lager dan bedrag dat onder primaire verzekering is gedekt. Afwijzing vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:149:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Amsterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/13/713592 / HA ZA 22-127</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 8 februari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>LXA N.V., </title>
    <parablock>
      <para>te 's-Hertogenbosch,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: LXA c.s.,</para>
      <para>advocaat: mr. M.W. Bijloo te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">LIBERTY MUTUAL INSURANCE EUROPE SE</emphasis>, </para>
      <para>te Leudelange (Luxemburg),</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Liberty,</para>
      <para>advocaat: mr. P.R. van der Vorst te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van LXA c.s. van 31 januari 2022, met producties 1 tot en met 39,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord van Liberty van 20 april 2022, met producties 1 tot en met 24,</para>
      <para>- het tussenvonnis van 15 juni 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 december 2022</para>
      <para>- de e-mail van mr. Bijloo met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal, gedateerd 2 januari 2023,</para>
      <para>- de e-mail van mr. Van der Vorst met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal, gedateerd 5 januari 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Deze procedure is een vrijwaringsprocedure bij de hoofdzaak met nummer C/13/709527 / HA ZA 21984. Ook in die zaak wordt vandaag vonnis gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>LXA voert een advocatenkantoor. [eiser 2] is als advocaat en partner verbonden aan LXA. LXA heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij CNA. Het gaat om een primaire polis met een verzekerde som van € 5 miljoen per aanspraak en € 10 miljoen per jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Liberty is een verzekeringsmaatschappij. LXA heeft bij Liberty een excedentverzekering afgesloten. Na uitputting van de primaire verzekering voorziet deze in dekking voor een maximaal verzekerde som van € 5 miljoen per aanspraak en € 10 miljoen per jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Enkele partijen die hierna samen ZND c.s. worden genoemd hebben met LXA een overeenkomst van opdracht gesloten. Zij hebben LXA c.s. aansprakelijk gesteld omdat [eiser 2] volgens hen bij de uitvoering van die overeenkomst een beroepsfout heeft gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>ZND c.s. hebben LXA c.s. gedagvaard in de hoofdzaak en betaling gevorderd van ongeveer € 20 miljoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In de hoofdzaak heeft de rechtbank vandaag geoordeeld dat [eiser 2] bij de advisering van ZND c.s. een beroepsfout heeft gemaakt en dat LXA daardoor jegens ZND c.s. is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat ZND c.s. de overeenkomst van opdracht met LXA partieel heeft ontbonden en geoordeeld dat LXA als ongedaanmakingsverbintenis een deel van de gefactureerde bedragen moet terugbetalen. Het gaat om een bedrag van ongeveer € 50.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>LXA c.s. vordert – samengevat – dat de rechtbank Liberty veroordeelt om aan LXA c.s. te betalen alles waartoe LXA c.s. als gedaagde in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, voor zover dit hoger is dan het bedrag dat onder de primaire verzekering is gedekt. Daarnaast vordert LXA c.s. dat Liberty wordt veroordeeld in de proceskosten en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Liberty voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van LXA c.s., dan wel tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van LXA c.s. in de proces- en nakosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vordering van [eiser 2] in de hoofdzaak is afgewezen. Het bedrag waartoe LXA in de hoofdzaak is veroordeeld is lager dan het bedrag dat onder de primaire verzekering is gedekt. LXA c.s. heeft dus geen vordering op Liberty onder de excedentverzekering, zodat de vordering in vrijwaring wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>LXA c.s. is de partij die ongelijk krijgt en zij wordt daarom hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld. De hoofdelijkheid betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. Het salaris advocaat wordt berekend aan de hand van het tarief voor vorderingen van onbepaalde waarde. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Liberty als volgt vastgesteld:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>4.200,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.196,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 598,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>5.396,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten worden dan ook toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. De wettelijke rente over de proces- en nakosten wordt toegewezen als gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van LXA c.s. af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt LXA c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Liberty tot dit vonnis vastgesteld op € 5.396,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt LXA c.s. hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:</para>
      <para>- € 163,00 aan salaris advocaat,</para>
      <para>- te vermeerderen met € 85,00 aan salaris advocaat en met de explootkosten als LXA c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,</para>
      <para>- en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Q.R.M. Falger, mr. H.J. Schaberg en mr. R. Le Grand en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>