<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:1095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-17T13:45:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751870-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:1095">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:1095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-14T11:03:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:1095 Rechtbank Amsterdam , 23-02-2023 / 13/751870-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:1095:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering geweigerd. Het verzamelvonnis is 3,5 jaar later gewezen. Evenmin blijkt dat de informatie bij de oproep over een op hem rustende verplichting om bereikbaar voor de Poolse justitiële autoriteiten te blijven en om adreswijzigingen door te geven</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:1095:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751870-20</para>
      <para>IRK nummer: 22/5124</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 23 februari 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 15 december 2022 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_98eab53f-d54d-4ce0-9b31-d95f686d0c14" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 15 mei 2020 door <emphasis role="italic">the District Court in Krakow</emphasis> (Polen)<emphasis role="italic">, Third Criminal Division</emphasis> en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 februari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S. Pijl, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_46d04ab4-024b-4472-9fcf-eb41ae0d2cc7" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van de volgende vonnissen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzamelvonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een <emphasis role="italic">consolidated judgement issued at Krakow-Srodmiescie Regional Court in Krakow Second Criminal Division on 10 August 2018 which became final on 18 August 2018, reference number II K 106/18/S.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderliggende vonnissen</emphasis>
      </para>
      <para>I) <emphasis role="italic">Judgement issued at Regional Court Oswiecim on 29 February 2012, which became final on 6 April 2012, case no. II K 1366/11</emphasis>;</para>
      <para>II) <emphasis role="italic">Judgement issued at Regional Court Oswiecim on 11 October 2013, which became final on 19 October 2013, case no. II K 996/13</emphasis>;</para>
      <para>III) <emphasis role="italic">Judgement issued at Regional Court Oswiecim on 18 February 2014, which became final on 14 August 2014, case no. II K 462/13</emphasis>;</para>
      <para>IV) <emphasis role="italic">Judgement issued in absentia at Krakow-Srodmiescie Regional Court in Krakow Second Criminal Division on 20 March 2015, case no. II K 1422/14/S.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaar en 4 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 3 jaar, 3 maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde verzamelvonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_b574fe2b-11b5-49cf-9c52-a5f94378440e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzamelvonnis (II K 106/18/S)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de aanvullende informatie van 10 januari 2023 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit meegedeeld dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was bij de zitting die tot de uitspraak heeft geleid en ook niet in persoon is gedagvaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt aan de hand van deze informatie vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft, kort gezegd, tot weigering van de overlevering geconcludeerd. Daartoe heeft zij gewezen op het feit dat de opgeëiste persoon niet zelf om een verzamelvonnis heeft verzocht en dat het verzamelvonnis drieënhalf jaar is gewezen na het laatste onderliggende vonnis (II K 1422/14/S). Het niet opgeven van een adreswijziging kan de opgeëiste persoon in dit geval niet worden tegengeworpen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering op grond van artikel 12 OLW te weigeren. Er is een adresinstructie getekend in het meest recente onderliggende vonnis (II K 1422/14/S) en de plicht om adreswijzigingen door te geven is herhaald bij de oproep voor de zitting voor het verzamelvonnis. Het is dus aan de opgeëiste persoon te wijten dat hij niet op de hoogte was van de zittingen betreffende het verzamelvonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon niet zelf om het verzamelvonnis heeft gevraagd en dit ook niet namens hem is verzocht. Verder is niet gebleken dat de opgeëiste persoon op enigerlei wijze op de hoogte is geraakt van deze procedure. Weliswaar is er na het instellen van deze procedure een oproep aan het door hem in het kader van een onderliggende strafzaak (II K 1422/14/S) opgegeven verblijfadres gezonden, maar dit adres is niet in het kader van de procedure betreffende het verzamelvonnis opgegeven. De uitspraak bij verstek in die onderliggende strafzaak is van 20 maart 2015. Het verzamelvonnis is 3,5 jaar later gewezen. Evenmin blijkt dat de informatie bij de oproep over een op hem rustende verplichting om bereikbaar voor de Poolse justitiële autoriteiten te blijven en om adreswijzigingen door te geven de opgeëiste persoon daadwerkelijk heeft bereikt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In dat licht is de rechtbank van oordeel dat - ondanks dat de oproepen aan een adres zijn gezonden waarop de opgeëiste persoon op enig moment als inwoner stond geregistreerd - van een kennelijk gebrek aan zorgvuldigheid van de zijde van de opgeëiste persoon of van een trachten te ontkomen aan aan hem gerichte informatie, niet is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet is vast komen staan dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk wist van het proces dat heeft geleid tot het verzamelvonnis en dat dus ook niet kan worden gezegd dat hij (stilzwijgend) afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. De rechtbank kan niet vaststellen dat overlevering geen schending van de rechten van de verdediging inhoudt, zodat zij de overlevering voor het verzamelvonnis zal weigeren op grond van artikel 12 OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat de vraag of de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen in de procedures die tot de aan het verzamelvonnis ten grondslag liggende vonnissen hebben geleid, niet meer besproken hoeft te worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW zich voordoet en de rechtbank geen aanleiding ziet om hiervan af te zien, wordt de overlevering geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan <emphasis role="italic">the District Court in Krakow</emphasis> (Polen)<emphasis role="italic">, Third Criminal Division</emphasis> voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> de geschorste overleveringsdetentie van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon].</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,  			                         				voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en L. Sanders,	     		                  	        	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.J.G. van der Want,			                    	     griffier.          </para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 23 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_98eab53f-d54d-4ce0-9b31-d95f686d0c14" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46d04ab4-024b-4472-9fcf-eb41ae0d2cc7" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b574fe2b-11b5-49cf-9c52-a5f94378440e" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>