<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:8319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-20T13:35:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 3592</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2023:4318" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#meerdere afhandelingswijzen">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2023:4318, Meerdere afhandelingswijzen</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:8319">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:8319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-13T13:43:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:8319 Rechtbank Amsterdam , 21-07-2022 / AWB - 21 _ 3592</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:8319:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk. Verweerder heeft namelijk op de aanvraag beslist zoals eiser deze heeft ingediend en de vergunning verleend. Eiser heeft dus geen procesbelang meer, omdat hij daarmee heeft gekregen wat hij heeft aangevraagd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:8319:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 21/3592 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">21 juli 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te Amstelveen, eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. G.C.M. Schipper),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, </emphasis>verweerder</para>
      <para>( [gem.verweerder] ).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 23 mei 2018 heeft verweerder geweigerd aan eiser een watervergunning te verlenen voor het saneren van grond en het ophogen van het maaiveld op het perceel aan de [adres] in [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 20 november 2018 heeft verweerder beslist op het bezwaar van eiser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een uitspraak van 20 december 2019 heeft deze rechtbank het door eiser daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_f6bb264a-111c-44b8-b557-9711c9238093" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft eiser hoger beroep ingesteld. De Afdeling<footnote-ref linkend="_6fd4eff1-d0a0-4388-ae24-ee55ad650e03" /> heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd.<footnote-ref linkend="_512a0b13-7827-41e0-bf47-ad6d8cbb46f2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 20 mei 2021 heeft verweerder het besluit van 23 mei 2018 gewijzigd en aan eiser alsnog een watervergunning verleend. De Afdeling heeft aanleiding gezien om het van rechtswege ontstane beroep van eiser tegen het besluit van 20 mei 2021 met toepassing van artikel 6:19, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter behandeling en beslissing naar de rechtbank te verwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 21 juli 2022. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. [persoon] , [persoon 2] en [persoon 3] , deskundige van [expertise bureau] , waren eveneens aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [persoon 4] .  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting op 21 juli 2022 heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Naar aanleiding van de oorspronkelijke aanvraag om een watervergunning en een aanvulling op die aanvraag van 17 mei 2021 met de notitie compensatie boezemberging van [expertise bureau] van 12 mei 2021, heeft verweerder een watervergunning aan eiser verleend. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt vast dat door verweerder conform de aanvraag is beslist. Verweerder moet een aanvraag beoordelen zoals deze is ingediend en dit heeft verweerder ook gedaan. De rechtbank moet daarom de vraag beantwoorden of eiser nog procesbelang heeft bij zijn beroep. </para>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen procesbelang bij zijn beroep. Verweerder heeft namelijk positief beslist op de gewijzigde aanvraag en eiser heeft daarmee gekregen wat hij heeft aangevraagd.<footnote-ref linkend="_2c89bcbe-5077-4b0e-92b8-06826b08a796" /></para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft gesteld dat er wel procesbelang is, omdat er schade is geleden. Deze schade vindt de rechtbank niet aannemelijk, eiser heeft immers met het besluit van 20 mei 2021 gekregen wat hij op grond van de notitie van [expertise bureau] van 12 mei 2021 heeft aangevraagd. </para>
    <para />
    <para>5. Wat eiser vooral steekt is dat volgens hem feitelijk veel minder compensatie van de bodemdaling op zijn perceel nodig is, omdat er een grotere bodemdaling heeft plaatsgevonden in de laatste twintig jaar dan de 9,22 centimeter waar verweerder vanuit gaat. Eiser miskent hiermee dat hij dit had kunnen en moeten aanvoeren in de procedure over de oorspronkelijke aanvraag om een watervergunning van 19 maart 2018. Eiser heeft hierover op de zitting toegelicht zich bedrogen te voelen door verweerder, omdat verweerder destijds al wist dat er andere gegevens waren (een hoogtemeting uit 2005) en verweerder deze gegevens volgens eiser bewust heeft achtergehouden in zijn nadeel. Uit de toelichting van eiser op zitting is echter gebleken dat hij wel beschikte over de hoogtemeting uit 2005 ten tijde van de aanvraag van 19 maart 2018. Eiser had dit dus ook kunnen inbrengen in de procedure over de oorspronkelijke aanvraag van 19 maart 2018. Daarbij betwist verweerder dat de bodemdaling van 9,22 centimeter over twintig jaar onjuist is berekend.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank begrijpt dat de beslissing van de rechtbank ingrijpend is voor eiser, omdat het gaat om zijn perceel. De rechtbank vindt wel dat eiser daarmee miskent dat inmiddels de Keur 2019<footnote-ref linkend="_9f16c834-edf3-41dc-86d6-b1f248de071f" /> is vastgesteld en verweerder deze ook moet toepassen bij nieuwe aanvragen. Dit valt verweerder niet te verwijten. In die zin heeft verweerder een toezegging gedaan ten gunste van eiser door een gewijzigde aanvraag toe te staan en deze nog aan de hand van de Keur 2017<footnote-ref linkend="_53d3ecb7-bb66-4a0a-a167-7089726eca21" /> te beoordelen, nadat de Keur 2019 al in werking was getreden. Deze toezegging van verweerder zag echter alleen op een gewijzigde aanvraag op basis van het uitgangspunt dat er sprake is van een bodemdaling van 9,22 centimeter over twintig jaar.</para>
    <para />
    <para>7. Ten slotte merkt de rechtbank op dat het verstandig is geweest van eiser om het advies van de Afdeling te volgen en een gewijzigde aanvraag in te dienen. Een nieuwe aanvraag had verweerder moeten toetsen aan de Keur 2019 en zou naar het zich laat aanzien zijn afgewezen.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, voorzitter, en mr. T.L. Fernig - Rocour en mr. D. Sullivan, leden, in aanwezigheid van mr. A. Vijn, griffier, op 21 juli 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier				</para>
      <para />
      <para>			voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f6bb264a-111c-44b8-b557-9711c9238093" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van deze rechtbank van 20 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9961.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6fd4eff1-d0a0-4388-ae24-ee55ad650e03" label="2">
    <para> Voluit: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_512a0b13-7827-41e0-bf47-ad6d8cbb46f2" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 22 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2134.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c89bcbe-5077-4b0e-92b8-06826b08a796" label="4">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 16 januari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC2120.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f16c834-edf3-41dc-86d6-b1f248de071f" label="5">
    <para> Voluit: Keur Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53d3ecb7-bb66-4a0a-a167-7089726eca21" label="6">
    <para> Voluit: Keur Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2017.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>