<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:8027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-16T14:06:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751850-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:8027">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:8027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-16T10:08:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:8027 Rechtbank Amsterdam , 22-06-2022 / 13/751850-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:8027:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - artikel 12 OLW - artikel 11 OLW - toestaan overlevering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:8027:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751850-21</para>
      <para>RK nummer: 21/4323</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 augustus 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 30 april 2021 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Lomza, Second Penal Division</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1969</para>
      <para>	verblijfsadres: [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 8 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes en de raadsman van verdachte, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting is geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie naar aanleiding van de verwijzingsbeslissing van </para>
      <para>de rechtbank van 14 september 2021 met kenmerk ECLI:NL: RBAMS:2021:5052.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd. Ook heeft zij de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor 60 dagen verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om de beslissing van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over prejudiciële vragen die relevant zijn voor de door de rechtbank te nemen beslissing en zij daarom nog niet over de verzochte overlevering kan beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlengingen beslistermijn in raadkamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslistermijn zoals bedoeld in artikel 23, vierde lid, OLW is in de raadkamer van de rechtbank op 17 december 2021, 23 februari 2022 en 26 april 2022 telkens verlengd met </para>
      <para>60 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 8 juni</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft en de gemachtigde raadsman van de opgeëiste persoon, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam.</para>
      <para>De opgeëiste persoon is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een arrest van <emphasis role="italic">the Court of Appeals in Bialystok</emphasis> van 18 maart 2021 met kenmerk II K 24/20.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 7 jaar en 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Volgens informatie van het EAB resteren nog 2 jaar en 10 maanden en 20 dagen gevangenisstraf. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft  zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is niet van toepassing aangezien uit de aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten blijkt dat de opgeëiste persoon in hoger beroep is vertegenwoordigd door een gemachtigde raadsman en dat deze raadsman namens de opgeëiste persoon appel heeft ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is niet van toepassing aangezien de situatie van artikel 12 onder b zich voordoet. De overlevering kan worden toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB staat vermeld dat de behandeling van de zaak in hoger beroep buiten aanwezigheid van de opgeëiste persoon heeft plaatsgevonden. Voorts staat vermeld dat een door de opgeëiste persoon gemachtigde raadsman de opgeëiste persoon heeft verdedigd ter zitting in hoger beroep terwijl de opgeëiste persoon op de hoogte was van het tijdstip van de zitting.  </para>
      <para>In de aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten van 26 augustus 2022 staat in antwoord op de vraag van het IRC of in hoger beroep is geoordeeld over schuld en straf, vermeld dat de straf in stand is gelaten. De opgeëiste persoon heeft bij de Nederlandse officier van justitie verklaard dat hij in eerste aanleg bij de behandeling van zijn zaak aanwezig is geweest. </para>
      <para>Tevens blijkt uit de aanvullende informatie van 26 augustus 2022 dat de raadsman namens de opgeëiste persoon hoger beroep heeft ingesteld en dat het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden aan de hand van de door de raadsman ingediende appelschriftuur.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat in eerste aanleg definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de opgeëiste persoon en dat in hoger beroep definitief uitspraak is gedaan over de aard en de duur van de opgelegde straf, waarbij sprake is geweest van een zekere beoordelingsbevoegdheid van de rechterlijke instantie in hoger beroep. </para>
      <para>Gelet op de arresten Tupikas<footnote-ref linkend="_faae9786-91eb-4967-a098-552649ecf97f" /> en Zdziaszek<footnote-ref linkend="_8be6f8dc-fa07-4ed9-bab9-710fbe2aaccd" /> van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient in dit geval zowel voor de procedure in eerste aanleg als de procedure in hoger beroep te worden onderzocht of artikel 12 OLW van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat voor wat betreft de procedure in eerste aanleg niet hoeft te worden getoetst of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich voordoet nu de opgeëiste persoon verklaart aanwezig te zijn geweest bij het proces in eerste aanleg. Voor wat betreft de procedure in hoger beroep doet de situatie als bedoeld onder 12, onder b, OLW zich voor, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW geen toepassing vindt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW.  De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_0e109ca0-aee8-45f5-9644-ed6cf9072ef6" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_a1421820-1534-4fa9-ae4f-30b120b77fac" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Lomza, Second Penal Division</emphasis> (Polen) voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.J.R.M. Vermolen,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. van Mourik en S.E. Bauduin,                         				   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 22 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_faae9786-91eb-4967-a098-552649ecf97f" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">HvJ EU 10 augustus 2017, C-270/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:628 (Tupikas).</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8be6f8dc-fa07-4ed9-bab9-710fbe2aaccd" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic">HvJ EU 10 augustus 2017, C-271/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:629 (Zdziaszek).</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e109ca0-aee8-45f5-9644-ed6cf9072ef6" label="3">
    <para>. Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1421820-1534-4fa9-ae4f-30b120b77fac" label="4">
    <para>. Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (<emphasis role="italic">Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat))</emphasis>.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>