<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:7614</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-02T15:31:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10069006 CV 22-11065</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:7614">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:7614</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-22T16:03:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:7614 Rechtbank Amsterdam , 15-12-2022 / 10069006 CV 22-11065</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:7614:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onderaannemer vordert betaling van facturen. Aannemer wijst op gebreken en wil kosten van herstel door derden in mindering zien op de facturen. Gegrondheid verrekeningsverweer niet eenvoudig te beoordelen in de zin van artikel 6:136 BW. Het verweer faalt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:7614:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d3bd5746-f8bd-4e45-aea8-0d0ef99686d9" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a70f9373-f71f-4a9c-90c2-c32eb21ae095" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>proces-verbaal</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK  AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 10069006 / CV 22-11065</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van mondelinge uitspraak, gewezen op 15 december 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap onder firma,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">AZOR V.O.F.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Koning en De Raadt B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">h.o.d.n. [handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Azor en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ingevolge het vonnis van de kantonrechter van 13 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig zijn mr. N.C.H. Blankevoort, kantonrechter, en mr. M.A.A. van Achterberg, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschijnen:</para>
    </parablock>
    <para>- de heer [naam 1] , vennoot van Azor en vergezeld door de heer [naam 2] ,</para>
    <para>- mr. M. Eshtehardi, namens de gemachtigde van Azor,</para>
    <para>- [gedaagde] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van het verhandelde ter zitting is een apart proces-verbaal opgemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter gaat over tot de mondelinge uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In 2021 heeft Azor als onderaannemer stucwerkzaamheden uitgevoerd voor aannemer [gedaagde] op de [adres 1] en de [adres 2] . Voor deze werkzaamheden heeft Azor aan [gedaagde] op 6 december 2021 € 7.296,00 (excl. btw) en op 17 december 2022 € 4.200,00 (excl. btw) gefactureerd. Van deze facturen heeft [gedaagde] een gedeelte groot <?linebreak?>€ 3.276,00 voldaan en een bedrag van € 8.220,00 onbetaald gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Azor vordert in deze procedure betaling van € 9.380,20, waarbij het bedrag van € 8.220,00 is vermeerderd met de wettelijke handelsrente van € 374,20 tot aan de dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten van € 786,00 conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent de vordering van Azor, maar voert aan dat Azor het werk niet goed heeft uitgevoerd. Er zijn volgens [gedaagde] gebreken in het stucwerk. [gedaagde] heeft daarom een derde ingeschakeld om het stucwerk te herstellen. De kosten daarvan wil [gedaagde] in mindering zien op de facturen van Azor. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] doet kennelijk een beroep op verrekening van de door hem gemaakte en nog te maken herstelkosten met zijn betalingsverplichting jegens Azor. De gegrondheid van dit verweer is niet op eenvoudige wijze vast te stellen, doordat onvoldoende naar voren is gebracht om de aansprakelijkheid van Azor te beoordelen. Zo is niet gebleken dat Azor nog de gelegenheid heeft gekregen om de gebreken te herstellen. Volgens artikel 7:759 BW is de opdrachtgever ( [gedaagde] ) in beginsel gehouden om de opdrachtnemer (Azor) daar gelegenheid voor te geven (MvT <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 1992/93, 23095, nr. 3, p. 29). Daarnaast is op dit moment niet duidelijk hoe hoog de schade van [gedaagde] is. Doordat de kantonrechter in deze procedure niet eenvoudig kan beoordelen of Azor schadeplichtig is, bepaalt artikel 6:136 BW dat het beroep van [gedaagde] op verrekening faalt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De kantonrechter kan dus in deze procedure niet beoordelen of Azor aansprakelijk is. Om dat te beoordelen zal [gedaagde] schadevergoeding moeten vorderen. [gedaagde] kan zich door een deskundige laten adviseren, maar partijen kunnen ook in onderling overleg afspraken maken om ook dit deel van hun geschil nader te regelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De vordering van Azor is toewijsbaar zoals die voorligt. Dat betekent dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 9.380,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 8.220,00 vanaf de datum van de dagvaarding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Azor tot op heden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht 		€ 514,00</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">- salaris gemachtigde 	€ 622,00 (2,0 punten x tarief € 311,00)</emphasis>
      </para>
      <para>Totaal			€ 1.136,00</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt veroordeeld in de nakosten.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 9.380,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 8.220,00 vanaf 19 augustus 2022 tot de dag van algehele betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Azor tot op heden begroot op € 1.136,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis aan de zijde van Azor ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met de explootkosten van betekening van de uitspraak, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>