<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:7433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-18T11:48:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9897083 CV EXPL 22-6953</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:7433">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:7433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-13T09:39:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:7433 Rechtbank Amsterdam , 25-11-2022 / 9897083 CV EXPL 22-6953</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:7433:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg op ECLI:NL:RBAMS:2022:5300. Feitelijke en juridische grondslag vordering nog altijd onvoldoende duidelijk. Dagvaarding nietig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:7433:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="02c9f8fa-8ab5-49fd-94ad-388be0bc20bf" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f6fd684d-4170-4fa7-86a6-20d162268910" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9897083 CV EXPL 22-6953</para>
      <para>vonnis van:  25 november 2022</para>
      <para>fno.:  8622</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>nader te noemen: [eiser]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de stichting Woningstichting Eigen Haard</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>nader te noemen: Eigen Haard</para>
      <para>gemachtigde: mr. T.W. Jaburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 augustus 2022 is een tussenvonnis gewezen. [eiser] is daarin opgedragen bij akte zijn vorderingen duidelijk te formuleren met per vordering een feitelijke en juridische onderbouwing. Op 23 september 2022 heeft [eiser] een akte genomen. Eigen Haard heeft hierop bij akte van 21 oktober 2022 gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft in zijn akte vier van de zes vorderingen ingetrokken. De twee resterende vorderingen luiden als volgt:<?linebreak?>1. Een minimum <emphasis role="bold">vordering</emphasis> van namelijk € 234,95 (2019) + € 194,86 (2020) = € 429,81;<?linebreak?>een in rekening gebrachte bedrag van € 815,65 minus Huurcommissie betalingsverplichting van € 697,18 ontstaat een <emphasis role="bold">vordering</emphasis> van € 118,47,</para>
      <para>2. explootkosten ter grootte van € 183,73, griffierechten ter grootte van € 86,00, kopieerkosten ter grootte van € 68,05 én een onkostenvergoeding nader te bepalen door (kanton-)rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de stukken lijkt te volgen dat de onder 1. geformuleerde vorderingen zien op de afrekening servicekosten 2019 en 2020. Uit de antwoordakte van Eigen Haard blijkt dat zij dit ook zo begrepen heeft. De vordering van € 118,47 is ook nog wel te herleiden tot de beslissingen van de huurcommissie, dit bedrag is het (door Eigen Haard te betalen) verschil tussen de in rekening gebrachte voorschotten over 2019 en de betalingsverplichting van [eiser] die de huurcommissie over dat jaar heeft vastgesteld. Wat [eiser] daar nu nog mee wil is echter niet toegelicht. Hij heeft zelf een e-mail overgelegd van januari 2022, waaruit volgt dat Eigen Haard het bedrag van € 118,47 bij [eiser] als tegoed zal boeken. Gesteld noch gebleken is dat dit niet gebeurd is. Een grondslag voor betaling van dit bedrag is niet gesteld of toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Maar in ieder geval is in de akte volstrekt niet inzichtelijk gemaakt waar de vordering van <?linebreak?>“€ 234,95 (2019) + € 194,86 (2020) = € 429,81” op is gebaseerd. Behalve onder de formulering van de vordering komt geen van deze bedragen in de (5 pagina’s tellende) akte terug. Een toelichting op dit onderdeel ontbreekt dus volledig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft dus nog altijd onvoldoende duidelijk gemaakt hoe hij tot zijn (resterende) vorderingen gekomen is en wat de feitelijke en juridische grondslag daarvan is. Daardoor wordt het Eigen Haard ook onmogelijk gemaakt verweer te voeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding voldoet daarom ook nadat [eiser] gelegenheid is geboden de gebreken te herstellen niet aan de daaraan volgens artikel 111 lid 2 onder d. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te stellen eisen. De kantonrechter ziet geen aanleiding [eiser] andermaal gelegenheid te bieden tot herstel. De dagvaarding zal daarom op grond van artikel 120 lid 1 Rv nietig verklaard worden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <para>verklaart de dagvaarding nietig;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Eigen Haard tot op heden begroot op € 186,00 aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar </para>
        <para>uitgesproken op 25 november 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>