<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:7272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T16:03:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 21/5004, 21/5015, 21/5047, 21/5048, 21/5070, 21/5071 en 21/5072</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:7272">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:7272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-15T13:04:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:7272 Rechtbank Amsterdam , 08-12-2022 / AMS 21/5004, 21/5015, 21/5047, 21/5048, 21/5070, 21/5071 en 21/5072</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:7272:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wabo, omgevingsvergunning voor o.a. bouw nieuw woongebouw van ongeveer 19 meter hoog, tegenover park in Amsterdam, eisers zijn omwonenden, strijd bestemmingsplan met o.a. maximum hoogte, motivering ruimtelijke onderbouwing over de hoogte bevat een fout, aanvullende motivering, passeren a.d.v. 6:22 Awb, beroepsgrond slaagt wel, andere beroepsgronden over inspraak, zonlicht, privacy, uitzicht, verkeersveiligheid en planschade slagen niet. Beroepen van twee eisers zijn niet-ontvankelijk, geen griffierecht betaald, beroepen van andere eisers ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:7272:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: AMS 21/5004, AMS 21/5015, AMS 21/5047, AMS 21/5048, AMS 21/5070, AMS 21/5071 en AMS 21/5072.   </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de meervoudige kamer van 8 december 2022 in de zaken tussen</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 7]
        </emphasis> uit Amsterdam, <?linebreak?>hierna gezamenlijk: eisers</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, <?linebreak?>hierna: verweerder (gemachtigde:mr. H.D. Hosper).</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [belanghebbende] uit Amsterdam, <?linebreak?>hierna: vergunninghouder.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Waar gaan de zaken over?  </title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak staan de beroepen van eisers tegen het besluit van 2 september 2021 (hierna: het bestreden besluit) centraal. In het bestreden besluit heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor de volgende activiteiten: het slopen van het bestaande gebouw, het bouwen van een nieuw woongebouw met kantoor- en winkelfunctie op de begane grond en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan<footnote-ref linkend="_43d18e56-791a-4f28-93aa-01c7b458eb08" />. </para>
    <para />
    <para>2. De locatie van dit project is de [adres 1] en de [adres 2 t/m 10] (oneven) in Amsterdam. Eisers wonen allemaal in de buurt van deze locatie. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft de zaken op de zitting van 27 oktober 2022 behandeld. Namens partijen waren aanwezig: [eiser 1] , [eiser 3] (digitaal), [eiser 4] en [eiser 6] , de gemachtigde van verweerder en [persoon] , werkzaam als [functie] bij verweerder. Vergunninghouder is vertegenwoordigd door haar eigenaar/directeur [persoon 2] . </para>
    <para>4. <?linebreak?>De rechtbank zal in deze uitspraak de beroepen van twee eisers niet-ontvankelijk verklaren. De beroepen van de overige eisers zal de rechtbank ongegrond verklaren. Deze beslissing legt de rechtbank hierna uit. Eisers krijgen dus geen gelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Formele punten </title>
    <para />
    <para>5. [eiser 2] en [eiser 7] hebben geen griffierecht betaald. Zij hebben ook geen goede reden aan de rechtbank gegeven waarom zij dit niet hebben betaald. Daarom zal de rechtbank hun beroepen niet-ontvankelijk verklaren en deze beroepen dus niet inhoudelijk behandelen.</para>
    <para />
    <para>6. [eiser 4] heeft om vrijstelling van het griffierecht gevraagd en dat verzoek is voorlopig afgewezen. De rechtbank wijst in deze uitspraak haar verzoek definitief af, omdat zij te veel inkomsten heeft om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen. Zij heeft het griffierecht wel betaald, zodat de rechtbank haar beroep inhoudelijk zal behandelen.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank stelt verder vast dat de Vereniging van Eigenaren van [adres 11] geen beroep heeft ingesteld. Dit betekent dat de rechtbank evenmin aan de inhoudelijke argumenten van deze vereniging toekomt. De rechtbank zal op deze argumenten toch inhoudelijk ingaan omdat deze argumenten ook door [eiser 1] en [eiser 6] naar voren zijn gebracht.  <?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>Waar wonen de andere eisers?  <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        [eiser 4] en [eiser 5] wonen respectievelijk in de [adres 12] en [adres 13] , zijnde woningen in een portiek flatgebouw met een bouwhoogte van 13 meter. [eiser 3] woont weliswaar verder weg, op de [adres 14] , maar  is eigenaar van de portiekflat in de [adres 15] . De woningen [adres 12] , 1 en 2 liggen op ongeveer 6 meter naast het nieuwe woongebouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        [eiser 1] en [eiser 6] wonen in de [adres 16] respectievelijk [adres 17] . Hun woningen zijn wat verder gelegen, aan de schuine overzijde van hetzelfde bouwblok. Vanuit hun woningen kunnen deze eisers het nieuwe woongebouw zien.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Hoe beoordeelt de rechtbank de beroepen? </title>
    <para />
    <para>9. Partijen zijn het erover eens dat het project in strijd is met het bestemmingsplan. De meest in het oog springende strijdigheid is die van de overschrijding met ongeveer 13,5 meter van de maximaal toegestane bouwhoogte. Het nieuwe woongebouw heeft een bouwhoogte van ongeveer 19,5 meter. Een andere strijdigheid is het gebruik als fietsenstalling en de realisering van vier parkeerplekken voor auto’s op de begane grond (voor de nieuwe woningen).   </para>
    <para>10. <?linebreak?>In artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is onder andere geregeld dat het verboden is om zonder vergunning een project uit te voeren dat bestaat uit het bouwen van een bouwwerk of uit het gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan.</para>
    <para>11. <?linebreak?>Verweerder heeft in deze zaken een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo. Dat artikel bepaalt onder andere dat de vergunning alleen kan worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het gaat hier om een bevoegdheid van verweerder. Verweerder heeft beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. </para>
    <para />
    <para>12. De rechtbank beoordeelt aan de hand van wat eisers hebben aangevoerd (de beroepsgronden) de rechtmatigheid van de vergunning en de evenwichtigheid in de belangenafweging. Daarvoor beoordeelt de rechtbank of verweerder het bestreden besluit, waarin de vergunning is verleend, zorgvuldig heeft voorbereid en goed heeft gemotiveerd<footnote-ref linkend="_4c8f2f18-0ba4-46b3-8d50-1e8684093112" />. </para>
    <para>13. <?linebreak?>Eisers voeren aan dat het college de omgevingsvergunning niet heeft kunnen verlenen omdat dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat een goede ruimtelijke onderbouwing ontbreekt en omdat de belangen van eisers onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank zal hierna de beroepsgronden van eisers per onderwerp samenvatten en daar een oordeel over geven. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat is het oordeel van de rechtbank per onderwerp?  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inspraak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>14.1.</nr>
      <para>Eisers voeren aan dat verweerder ten onrechte geen initiatief heeft getoond om inspraak te geven aan de buurt, terwijl zij daar wel om hebben verzocht. Er was volgens eisers ook een afspraak gepland met de buurt, de gemeente en de projectontwikkelaar in maart 2020, maar deze moest geannuleerd worden vanwege (maatregelen tegen) het Coronavirus.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.2.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit tot stand is gekomen met de zogenoemde uitgebreide voorbereidingsprocedure<footnote-ref linkend="_172276c4-a581-407d-9076-f97800ef48ca" />. Er heeft een ontwerp voor de vergunning ter inzage gelegen en er konden zienswijzen worden ingediend. Eisers hebben ook van die gelegenheid gebruik gemaakt<footnote-ref linkend="_b9a495c9-7632-4832-8e75-3b58ffff4766" />. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.3.</nr>
      <para>Alhoewel de wens van eisers voor (verdere) inspraak begrijpelijk is en dit ook van belang kan zijn voor de verhoudingen in de buurt, kan een gesteld gebrek aan inspraak niet tot een onrechtmatige vergunning leiden. De voorbereiding van het bestreden besluit voldoet namelijk aan de wettelijke eisen, doordat eisers wel hun zienswijze hebben kunnen inbrengen voordat de vergunning werd verleend. Overigens is de rechtbank gebleken dat er eerder op 21 mei 2019 wel een informatieavond heeft plaatsgevonden. Een verslag hiervan is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing<footnote-ref linkend="_73f60744-e19d-4c13-a6dc-226f600317ab" />gevoegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.4.</nr>
      <para>Voor zover eisers opmerken dat in het bestreden besluit<footnote-ref linkend="_e86483e2-d082-4dc0-b600-f30a634e80fd" /> staat dat een zienswijze kan worden ingediend tegen het ontwerpbesluit, is die opmerking juist. De rechtbank concludeert dat het hier om een kennelijk verschrijving gaat. Aan deze verschrijving verbindt de rechtbank geen gevolgen. Daarbij is van belang dat in de publicatie<footnote-ref linkend="_94fd2dfa-c3f4-4aac-8ede-66c9e0f7b0d2" /> is vermeld dat tegen het besluit beroep bij de rechtbank Amsterdam kan worden ingesteld. In het bestreden besluit<footnote-ref linkend="_6db6a5ab-ed86-4315-9e26-d5f98ce4d528" /> is ook overwogen dat er zienswijzen zijn ontvangen en dat de beantwoording daarvan terug te lezen is in een bijlage. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Hoogte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>15.1.</nr>
      <para>Eisers betogen dat de ruimtelijke onderbouwing<footnote-ref linkend="_4e350bbd-fe22-4c5f-81c3-8fd138738295" /> – in elk geval wat betreft de hoogte van het bouwplan – geen stand kan houden, omdat het pand op de oostelijke hoek van [adres 11] en de [adres 18] , anders dan verweerder stelt, feitelijk niet 19 meter hoog is. Het deel dat aan de [adres 18] ligt, is slechts 14 meter hoog. Dat is volgens eisers ook de bedoeling van de bouwritmiek geweest en sluit aan op het tegenoverliggende oude schoolgebouw van 14 meter hoog. De hoogte van het nieuwe bouwwerk van 19 meter past dus niet bij de bestaande ritmiek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>15.2.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in de ruimtelijke onderbouwing<footnote-ref linkend="_2d5dd1c1-44e6-4b15-ada7-be37d059f0b8" /> de stedenbouwkundige analyse is aangehaald. Deze analyse vermeldt dat er in de loop der tijd enkele hoogteaccenten aan de [adres 18] zijn gerealiseerd: het voormalig schoolgebouw van de [naam school] (14 meter) en een appartementengebouw uit 1982 (19 meter). De hoogteaccenten bevinden zich in de nabijheid van de projectlocatie, maar de hoogteaccenten zijn momenteel onbeduidend, aldus de analyse. Vervolgens kan er door een derde hoogteaccent toe te voegen een heldere demarcatie ontstaan tussen de verschillende bouwstijlen, aldus de stedenbouwkundige analyse. Ook zal door de drie hoogteaccenten op dit punt van de [adres 18] de functie als toegangspoort van het park worden verduidelijkt. Op een afbeelding in de ruimtelijke onderbouwing<footnote-ref linkend="_19ee0108-f184-4881-8370-503581910bfc" /> zijn drie gebouwen getekend, waaronder een bestaand gebouw van 19 meter. Tijdens de behandeling op zitting heeft de rechtbank met partijen vastgesteld dat die 19 meter in ieder geval niet geldt voor de zijde van het appartementengebouw uit 1982 direct grenzend aan de [adres 18] . Dit betekent dat er aan die zijde niet al een hoogteaccent van 19 meter is. De tekst en met name de afbeelding in de ruimtelijke onderbouwing geven op dit punt een vertekend beeld. Dit is een fout in de onderbouwing van het bestreden besluit. In zoverre slaagt het beroep van eisers. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>15.3.</nr>
      <para>Verweerder heeft tijdens de behandeling van de zaak op zitting een aanvullende motivering gegeven, die de rechtbank kan volgen. Volgens het bestemmingsplan mag het appartementengebouw uit 1982 wel 19 meter hoog zijn. Volgens verweerder is het een planologisch verantwoorde keuze om voor het nieuwe woongebouw ook van deze 19 meter uit te gaan. Als je de achterliggende bouwblokken van 13 tot 15 meter hoog erbij betrekt, is 19 meter bovendien niet erg afwijkend. Ook kan de rechtbank de hierboven al genoemde motivering volgen dat door een derde hoogteaccent toe te voegen een heldere demarcatie kan ontstaan tussen de verschillende bouwstijlen. Het nieuwe gebouw is namelijk gesitueerd op de hoek van de bebouwing die hoort binnen het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP). Een afbeelding in de ruimtelijke onderbouwing<footnote-ref linkend="_934d521b-a707-4d14-978b-04784f962936" /> laat zien dat het nieuwe gebouw een scheidslijn vormt tussen de AUP-bebouwing en de bouwblokken met een andere bouwstijl.. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>15.4.</nr>
      <para>Tenslotte betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat voor het project een positief welstandadvies<footnote-ref linkend="_883e24e3-1de6-4618-9baa-324d6fc4d469" /> is gegeven. Onderdeel van dit advies zijn aspecten als ritmiek en hoogteverschillen, zoals de criteria in de beleidsregels<footnote-ref linkend="_763c05e5-a61d-4f48-a03e-63d53799f956" /> dat vereisen. Feit is bovendien dat er al hoogteverschillen zijn en dat vergunninghouder het ontwerp heeft aangepast vanwege deze ritmiek, waardoor er meer aansluiting is ontstaan met de AUP-bebouwing. De materiaalkeuze sloot al aan. Eisers hebben in hun beroep geen punten naar voren gebracht die de rechtbank doen twijfelen aan dit positieve advies. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>15.5.</nr>
      <para>De conclusie van de rechtbank is dat het bestreden besluit over de hoogte een fout in de motivering bevat. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank op de zitting wel voldoende uitgelegd wat de uiteindelijke motivering is. Verweerder mocht in dit kader ook op het positieve welstandsadvies afgaan. Daarom leidt de fout in de ruimtelijke onderbouwing er niet toe dat de vergunning wordt vernietigd<footnote-ref linkend="_3d23fbad-c30f-4c7f-a85e-8a5c8d280d3d" />. Het helpt eisers namelijk niet om de zaak terug te sturen naar verweerder, omdat de einduitkomst hetzelfde zal blijven. De fout leidt er wel toe dat eisers hun griffierecht terugkrijgen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zonlicht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>16.1.</nr>
      <para>Volgens [eiser 5] en [eiser 3] van de [adres 19] respectievelijk [adres 20] zijn de nadelige gevolgen van het project voor het zonlicht in hun woningen niet goed onderzocht. Zo geeft de bezonningsstudie<footnote-ref linkend="_b8da6a62-14ce-4d82-bfdd-8b6ab64ad119" /> alleen de gevolgen voor het voor- en najaar weer en de begane grond. Bovendien is geen rekening gehouden met hun zijramen, aan de kop van het gebouw. Het project heeft daarom ook gevolgen voor de waarde van de woning van [eiser 3] . Voor de woning in de [adres 12] voert eiseres [eiser 4] aan dat in haar tuin meer schaduw ontstaat door het project. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>16.2.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat verweerder niet ontkent dat het nieuwe woongebouw betekent dat er in en bij de woningen van [eiser 5] , [eiser 3] en [eiser 4] minder zonlicht zal zijn. Dat is ook de reden dat deze gevolgen zijn onderzocht. De rechtbank begrijpt van eisers dat zij de gevolgen als ingrijpend ervaren. De wetgever heeft echter geen ondergrens aan het aantal bezonningsuren van een woning per dag gesteld<footnote-ref linkend="_f9aa23fe-ec26-4703-b63b-74fefbc5b95a" />. Er gelden dus geen ‘harde’ normen – zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is voor daglichttoetreding<footnote-ref linkend="_d1f8fd52-c68b-4456-8141-6736e713baa8" /> – voor de hoeveelheid zon. Wel moet verweerder de gevolgen goed in kaart brengen, de betrokken belangen afwegen en de uitkomst van deze afweging motiveren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht concluderen dat het project niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van [eiser 5] en [eiser 4] en de waarde van de woning van [eiser 3] . Verweerder mocht in zijn afweging het belang van nieuwe woningen, het belang van volkshuisvesting, zwaarder laten wegen. Voor dit oordeel acht de rechtbank het volgende van belang. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>16.3.</nr>
      <para>De rechtbank kan verweerder volgen in zijn toelichting dat de modellen van het voor- en najaar in de bezonningsstudie voldoende representatief zijn. De rechtbank stelt vervolgens op basis van deze studie vast dat er een toename van schaduw is voor de woningen op de begane grond van de [adres 21 t/m 23] na 11:00 uur. In de huidige situatie is er al na 11:00 uur en met name na 14:00 uur weinig tot geen zon. De rechtbank beoordeelt de effecten daarom als beperkt. Voor de verdiepingen zijn ongeveer dezelfde beperkte effecten te verwachten, aldus verweerder en de rechtbank kan deze verwachting ook volgen. Relevant vindt de rechtbank nog dat er geen balkons of buitenruimte aan de achterzijde van nummer [adres 13] en [adres 20] zijn en dat het nieuwe woongebouw op de zon aan de voorzijde geen impact. Wat betreft de zijgevel heeft het beoogde nieuwe gebouw op 6 meter afstand impact op de zonlichttoetreding. Aan eisers moet worden toegegeven dat de zonlichttoetreding via de zijramen wordt beperkt, maar de rechtbank vindt niet dat die beperking onaanvaardbaar is. Gelet op deze feiten en omstandigheden, heeft verweerder kunnen concluderen dat deze gevolgen niet onredelijk groot zijn. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>16.4.</nr>
      <para>Voor [eiser 1] en [eiser 6] ( [adres 16] en [adres 17] ) stelt de rechtbank vast dat het project geen gevolgen heeft voor het zonlicht in of bij hun woningen.  <?linebreak?><emphasis role="underline">Privacy en uitzicht</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.1.</nr>
      <para>Het onderwerp privacy speelt alleen voor [eiser 5] , [eiser 3] en [eiser 4] , omdat hun woningen en tuin in de [adres 21 t/m 23] direct naast en achter het nieuwe gebouw liggen. Deze eisers voeren aan dat er een muur met grote ramen naast hun woningen komt te liggen. Het gebouw komt op ongeveer 6 meter afstand van hun woning en heeft ramen aan hun kant. De bewoners zullen over en weer recht bij elkaar naar binnen kunnen kijken. Vanuit het nieuwe gebouw is er ook zicht in de tuin van eiseres [eiser 4] . Deze eisers beroepen zich daarom op de schending van hun privacy. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.2.</nr>
      <para>Uitgangspunt in de rechtspraak<footnote-ref linkend="_5cd0520c-15ca-4f4f-9704-4ec11661ceb3" /> is dat bij het wonen in een verstedelijkte omgeving nu eenmaal een zekere mate van inbreuk op de privacy hoort. Dat het nieuwe gebouw ervoor zorgt dat de privacy zal afnemen ten opzichte van de huidige situatie, is niet ontkend door verweerder. Voor [eiser 5] en [eiser 4] geldt bovendien dat het huidige bestemmingsplan een bouwhoogte van 6 meter toestaat. Dat betekent dat zij er al rekening mee hebben moeten houden dat er ramen op relatief korte afstand van hun zijraam konden komen. Verweerder heeft tijdens de behandeling op zitting toegelicht dat in Amsterdam meestal een afstand van 5 meter wordt gehanteerd tussen woongebouwen en dat in deze zaak de ondergrens van 5 meter wordt geëerbiedigd. Verweerder heeft het privacybelang van eisers dus meegewogen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder vervolgens de redelijke keuze kunnen maken om dit belang niet zwaarder te laten wegen dat het algemene belang, dat is gebaat bij de bouw van nieuwe woningen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor zover [eiser 5] , [eiser 3] en [eiser 4] hebben aangevoerd dat hun uitzicht wordt beperkt, wijst de rechtbank er op dat er niet zoiets bestaat als een recht op onbeperkt uitzicht. Dat geldt temeer in de stad. Voor [eiser 5] en [eiser 4] geldt bovendien ook hier dat zij al rekening hebben moeten houden met de bouwhoogte die het bestemmingsplan nu al toestaat. Ook wordt het uitzicht van [eiser 5] , [eiser 4] en [eiser 3] niet volledig geblokkeerd door het nieuwe gebouw. [eiser 1] en [eiser 6] wonen verderop en zullen wel een nieuw gebouw zien, maar zullen ook het [naam park] kunnen blijven zien. Dat deze bewoners van de woningen aan de [adres 11] een nieuw gebouw niet mooi vinden om te zien, is onvoldoende voor de conclusie dat hun woon- en leefklimaat onaanvaardbaar zal worden aangetast. </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verkeersveiligheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>18.1.</nr>
      <para>Eisers maken zich zorgen over de verkeersveiligheid bij de nieuwe parkeergarage, omdat de deuren uitkomen op een stoep, waar kinderen kunnen spelen en fietsen. Eisers merken op dat de twee kruispunten al zorgen voor een onoverzichtelijke verkeerssituatie en dit bouwplan maakt het volgens hen nog erger. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>18.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk dat het project zorgt voor een veel drukkere verkeerssituatie of grote nadelige effecten heeft op de verkeersveiligheid, omdat het project de verkeersstructuur op deze locatie niet wijzigt. Steun voor dit oordeel vindt de rechtbank ook in de conclusie van de ruimtelijke onderbouwing<footnote-ref linkend="_9e761175-1af2-4c13-82c4-9fff1aa36a70" /> over dit onderwerp: “Een toename van het verkeer met 18 tot 26 motorvoertuigen per etmaal heeft geen gevolgen voor de verkeersdruk op de omliggende wegen. Deze wegen hebben bovendien voldoende capaciteit om het verkeer op een aanvaardbare wijze af te wikkelen.” Voor het uitrijden van de parkeergarage gelden – zoals voor elke uitrit – algemene verkeersregels. Verweerder heeft in deze zorgen van eisers daarom geen reden hoeven te zien om de vergunning te weigeren en heeft het bestreden besluit op dit onderwerp ook voldoende gemotiveerd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Planschade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>19.1.</nr>
      <para>Eisers betogen dat ten onrechte geen inschatting (risicoanalyse) is gemaakt van de planschade. Hierdoor is volgens eisers onzeker of het project uitvoerbaar is.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>19.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Eisers kunnen in deze procedure geen risicoanalyse eisen van verweerder of vergunninghouder. Een verzoek om planschade kan bij verweerder worden ingediend. Dat is een afzonderlijke procedure. Naar het oordeel van de rechtbank is verder niet aannemelijk geworden dat de mogelijke planschade zo hoog is dat dit de uitvoerbaarheid van het project in gevaar brengt.    <?linebreak?><emphasis role="bold">Conclusies </emphasis><?linebreak?></para>
        <para>20. 	De beroepsgrond over de hoogte in de ruimtelijke onderbouwing slaagt, maar leidt niet tot het resultaat waar eisers op hoopten. De andere beroepsgronden (zonlicht, privacy, verkeersveiligheid en planschade) slagen niet. De rechtbank verklaart de beroepen van [eiser 1] , [eiser 3] , [eiser 5] , [eiser 4] en [eiser 6] ongegrond. Eisers hebben geen proceskosten gemaakt die voor een vergoeding in aanmerking komen. Wel krijgen deze eisers hun griffierecht terug, vanwege de fout in de motivering over de hoogte. De beroepen van [eiser 2] en [eiser 7] zijn niet-ontvankelijk, omdat zij het griffierecht niet hebben betaald. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de beroepen van [eiser 2] en [eiser 7] niet-ontvankelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beroepen van [eiser 1] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] en [eiser 6] ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>en bepaalt dat verweerder het griffierecht van [eiser 1] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] en [eiser 6] moet vergoeden, te weten aan ieder afzonderlijk het betaalde bedrag van € 181,00 euro. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, voorzitter, en mr. C.F. de Lemos Benvindo en mr. T.L. Fernig - Rocour, leden, in aanwezigheid van mr.C. Pasteuning, griffier. <?linebreak?>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) waarin moet worden uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft? Dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_43d18e56-791a-4f28-93aa-01c7b458eb08" label="1">
    <para> Het gaat om het bestemmingsplan “ [bestemmingsplan 1] en [bestemmingsplan 2] ”.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c8f2f18-0ba4-46b3-8d50-1e8684093112" label="2">
    <para> deze eisen staan ook in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zie o.a. artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_172276c4-a581-407d-9076-f97800ef48ca" label="3">
    <para> zie artikel 3.10 e.v. van de Wabo en afdeling 3.4 van de Awb.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b9a495c9-7632-4832-8e75-3b58ffff4766" label="4">
    <para> zie de Nota van beantwoording zienswijzen, die als bijlage onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_73f60744-e19d-4c13-a6dc-226f600317ab" label="5">
    <para> zie ook pagina 43 van de Ruimtelijke onderbouwing, Herontwikkeling [adres 1] , 12 juni 2020, Van Riezen &amp; Partners.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e86483e2-d082-4dc0-b600-f30a634e80fd" label="6">
    <para> op pagina 3. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_94fd2dfa-c3f4-4aac-8ede-66c9e0f7b0d2" label="7">
    <para> zie het Gemeenteblad 2021 nr. 298819, 2 september 2021. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6db6a5ab-ed86-4315-9e26-d5f98ce4d528" label="8">
    <para> op pagina 4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4e350bbd-fe22-4c5f-81c3-8fd138738295" label="9">
    <para>dit stuk maakt ook als bijlage (en motivering) onderdeel uit van het bestreden besluit.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2d5dd1c1-44e6-4b15-ada7-be37d059f0b8" label="10">
    <para> op pagina 15, tweede alinea, onder het kopje “Stedenbouwkundige uitgangspunten herontwikkeling”.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_19ee0108-f184-4881-8370-503581910bfc" label="11">
    <para> op pagina 19 met als ondertitel “Afbeelding: aanzicht pleinwond na realisatie beoogde bouwvolume (bron: voorontwerp woongebouw HK040)”. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_934d521b-a707-4d14-978b-04784f962936" label="12">
    <para> op pagina 15 met de ondertitel “overgang tussen strokenbouw en gesloten bouwblokken ter plaatse van de projectlocatie (bron: voorontwerp woongebouw HK040)”.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_883e24e3-1de6-4618-9baa-324d6fc4d469" label="13">
    <para> door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) op 29 januari 2020, ook geciteerd op p. 6 van het bestreden besluit. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_763c05e5-a61d-4f48-a03e-63d53799f956" label="14">
    <para> zie de welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam 2016, o.a. op p. 161, 2e punt onder Massa in hoofdstuk 8 AUP en Post-AUP: “nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op de bestaande ritmische compositie van maat, schaal en hoog-laag-verhoudingen”.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3d23fbad-c30f-4c7f-a85e-8a5c8d280d3d" label="15">
    <para> op grond van artikel 6:22 van de Awb is het mogelijk om gebreken te passeren indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b8da6a62-14ce-4d82-bfdd-8b6ab64ad119" label="16">
    <para> in de studie van Marco van Zal (architectuur &amp; interieur) en Atelier Van Wengerden zijn de effecten (modelmatig) onderzocht op 21 maart, 21 september, 5 mei en 21 juni.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9aa23fe-ec26-4703-b63b-74fefbc5b95a" label="17">
    <para>vergelijk bijvoorbeeld r.o. 4.3. in de uitspraak van 9 mei 2018 van de Afdeling, </para>
    <para>ECLI:NL:RVS:2018:1515. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d1f8fd52-c68b-4456-8141-6736e713baa8" label="18">
    <para> het Bouwbesluit bevat daar regels voor. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5cd0520c-15ca-4f4f-9704-4ec11661ceb3" label="19">
    <para> zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 11 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3107, r.o. 6.2.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e761175-1af2-4c13-82c4-9fff1aa36a70" label="20">
    <para> op p. 32, laatste alinea onder het kopje Verkeer (5.1.1.). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>