<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:7067</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-24T13:18:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/4789</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:7067">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:7067</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-02T13:46:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:7067 Rechtbank Amsterdam , 16-11-2022 / 22/4789</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:7067:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek aanvullende toestemming Polen. OvJ niet ontvankelijk ivm uitdrukkelijke instemming met tenuitvoerlegging vrijheidsstraf door overgeleverde persoon.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:7067:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>RK-nummer: 22/4789</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum beslissing: 16 november 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 8 augustus 2022, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Gliwice 5th Criminal Division</emphasis> te Rybnik, Polen, op 12 september 2017 en betreft: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1983,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de overgeleverde persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 november 2013 is de overlevering toegestaan. Uit het verzoek om toestemming volgt dat de overlevering heeft plaatsgevonden op 2 januari 2017. Het verzoek ziet op strafbare feiten uit 2006, waarvoor de overgeleverde persoon is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van 2 jaren en 8 maanden, opgelegd op 16 mei 2016 door <emphasis role="italic">the District Court in Żory</emphasis>, met kenmerk: II K 694/10.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat uit het dossier niet volgt dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken<footnote-ref linkend="_b5ebffe1-155e-4e14-9ba5-4859f326ed35" />, heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 3 augustus 2022 hierover nadere vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 augustus 2022 heeft het IRC nadere informatie van de Poolse autoriteiten ontvangen en aan de rechtbank doorgestuurd. Deze informatie betrof een proces-verbaal van 6 februari 2017 van <emphasis role="italic">the District Court in Żory</emphasis> waarin de overgeleverde persoon verklaart dat hij niet instemt met de tenuitvoerlegging van onderhavige vrijheidsstraf van 2 jaren en 8 maanden, opgelegd op 16 mei 2016 door <emphasis role="italic">the District Court in Żory</emphasis> (II K 694/10).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 augustus 2022 heeft de rechtbank de zaak voorgelegd aan Eurojust omdat het dossier – kort gezegd – nog altijd enkel de mededeling bevat dat de betrokkene geen afstand doet van het specialiteitsbeginsel. De rechtbank heeft benadrukt dat de (enkele) mededeling dat de betrokkene geen afstand doet van het specialiteitsbeginsel, niet zonder meer iets zegt over de vraag of de betrokkene in staat is gesteld naar behoren en daadwerkelijk zijn standpunt kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 oktober 2022 heeft de rechtbank van Eurojust nadere informatie ontvangen, waaronder een brief van <emphasis role="italic">the District Court in Żory </emphasis>van 7 september 2022, met bijgevoegd de <emphasis role="italic">minutes of the hearing</emphasis> van 12 juli 2019 met daarin onder meer het volgende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [opgeëiste persoon] was instructed about the provisions (…) and about the fact that his potential statement of consent to waive his right of specialty would be irreversable. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">---­ [opgeëiste persoon] 's statement: ----------</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1 have understood the instruction. I consent to the enforcement of the aggregate sentence of 2 years and 8 months of deprivation of liberty imposed by judgment of the District Court in Żory dated 16.05.2016, case reference II K 694/10. ---</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overgeleverde persoon heeft dus (alsnog) uitdrukkelijk ingestemd met de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf die aan dit verzoek om aanvullende toestemming ten grondslag ligt. De overgeleverde persoon heeft ten aanzien van de feiten die zien op deze veroordeling aldus afstand gedaan van het specialiteitsbeginsel. De rechtbank is daarom van oordeel dat voorafgaande toestemming als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f OLW niet vereist is. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek om aanvullende toestemming. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt ten overvloede op dat uit een door het IRC doorgestuurde e-mail van <emphasis role="italic">the Circuit Court in Rybnik </emphasis>van 20 oktober 2022 volgt dat de overgeleverde persoon <emphasis role="italic">is escaping from the Polish judiciary by hiding outside the territory of the Republic of Poland</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank<emphasis role="bold"> verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk </emphasis>in de vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek om aanvullende toestemming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen op 16 november 2022 door</para>
      <para>mr. J.G. Vegter,	  				                         		    voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en L. Sanders,		     		                  	       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr.	M.A. Dijk		                         	        	       griffier.          </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b5ebffe1-155e-4e14-9ba5-4859f326ed35" label="1">
    <para> Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>