<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:6974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-08T16:36:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">&lt;9842011 \ CV EXPL 22-5715&gt;</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-02T11:18:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:6974 Rechtbank Amsterdam , 25-11-2022 / &lt;9842011 \ CV EXPL 22-5715&gt;</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betalingsregeling - erkenning van de hoogte van de vordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e97b1f6f-f7a0-4ebb-bec1-27a89d5f9408" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ae05b816-bcab-489f-b380-8b414ce75ef3" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, kamer voor kantonzaken</para>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 9842011 / CV EXPL 22-5715</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 25 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UNITED PARCEL SERVICE NEDERLAND B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.W. Hilhorst,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GREEN-STOCK B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde mr. Y. Benjamins.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna UPS en Green-Stock worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 19 april 2022 met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord van 15 juli 2022,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 5 augustus 2022 waarin is bepaald dat schriftelijk wordt voortgeprocedeerd, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>UPS heeft in opdracht van Green-Stock pakketten vervoerd naar – en afgeleverd in – Nederland.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>UPS heeft in de periode van 11 december 2019 tot en met 19 april 2022 facturen gestuurd voor de vracht- en bijkomende kosten en voor de vergoeding van de bij inklaring van de pakketten betaalde btw voor een bedrag van in totaal € 16.207,87. Green-Stock heeft de facturen niet betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 25 februari 2021 heeft UPS bij de rechtbank Amsterdam een verzoek tot faillietverklaring van Green-Stock ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij e-mail van 23 maart 2021 heeft de gemachtigde van Green-Stock, de heer [naam] (hierna: de boekhouder van Green-Stock), UPS verzocht om een betalingsregeling te treffen, waarbij Green-Stock maandelijks een bedrag van € 1.500,00 zou voldoen ter aflossing van de betalingsachterstand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mail van 24 maart 2021 heeft UPS deze betalingsregeling voor het openstaande bedrag van € 21.054,39 bevestigd, onder de voorwaarde dat de betalingsregeling na vier maanden zal worden herzien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>UPS heeft het verzoek tot faillietverklaring naar aanleiding van de overeengekomen betalingsregeling ingetrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij e-mail van 16 juni 2021 heeft de boekhouder van Green-Stock UPS benaderd om de betalingsregeling te wijzigen door de maandelijkse deelbetalingen te verlagen naar € 500,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Bij e-mail van 16 juni 2021 heeft UPS de aanpassing van de betalingsregeling bevestigd, onder de voorwaarde dat de betalingsregeling na 3 maanden zal worden herzien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Sinds het indienen van de faillissementsaanvraag heeft Green-Stock een bedrag van € 5.292,95 betaald aan UPS.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>UPS vordert veroordeling van Green-Stock tot betaling van: </para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>€ 15.761,44; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 10.914,92 vanaf 22 december 2020; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de proces- en nakosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Blijkens de toelichting van UPS bestaat haar vordering uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 10.914,92 restant hoofdsom,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 2.426,21 aan buitengerechtelijke incassokosten, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 1.159,51 aan wettelijke handelsrente tot 22 december 2020,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 563,00 aan geliquideerde proceskosten voor het opstellen van het verzoekschrift faillietverklaring, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 30,80 aan uittreksels.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>UPS stelt daartoe – kort gezegd – dat zij in opdracht en voor rekening van Green-Stock diverse zendingen heeft uitgevoerd en afgeleverd bij Green-Stock. Green-Stock heeft niet aan haar betalingsverplichting voldaan. Verder is Green-Stock op grond van de Vervoersvoorwaarden 15% incassokosten verschuldigd. Subsidiair wordt vergoeding van incassokosten gevorderd op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW). Met het voorstellen en overeenkomen van de betalingsregeling heeft Green-Stock de hoogte van de vordering van UPS erkend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Green-Stock voert aan dat UPS geen recht heeft op betaling van de facturen, omdat zij ten onrechte btw in rekening brengt. Green-Stock heeft UPS er in ieder geval in de e-mail van 23 maart 2021 ook op gewezen dat Green-Stock betalingsproblemen heeft gekregen, doordat UPS de btw-code niet heeft toegepast. Ook stelt Green-Stock dat de boekhouder van Green-Stock niet bevoegd was om de vordering te erkennen en niet op de hoogte was van de inhoudelijke discussie. Van een erkenning van de vordering is volgens Green-Stock geen sprake. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vraag die moet worden beantwoord is of Green-Stock de facturen en kosten van UPS moet betalen. De kantonrechter vindt van wel. Partijen hebben op 24 maart 2021 een betalingsregeling getroffen voor het openstaande bedrag van € 21.054,39, welk bedrag ook de incassokosten omvat. Dit blijkt uit de correspondentie tussen partijen en het feit dat aan die betalingsregeling uitvoering is gegeven. Op geen enkel moment nadien, ook niet bij het wijzigen van de betalingsregeling op 16 juni 2021, heeft Green-Stock zich op het standpunt gesteld dat haar boekhouder niet bevoegd was haar te vertegenwoordigen of dat de hoofdsom niet juist was. Pas in deze procedure heeft Green-Stock inhoudelijk verweer gevoerd tegen de facturen. Voor zover Green-Stock stelt dat zij wel al eerder verweer heeft gevoerd tegen de facturen in verband met de vermeende fout van UPS met betrekking tot de verlegging van btw, had het op de weg van Green-Stock gelegen dit standpunt met stukken te onderbouwen. Voor zover de verwijzing in de e-mail van 23 maart 2021 naar een fout door UPS met de btw moet worden gezien als protest tegen de hoogte van de facturen, geldt dat daaraan geen enkel (rechts)gevolg wordt verbonden door Green-Stock. Integendeel, met de deelbetalingen en de herziening van de hoogte daarvan heeft Green-Stock er blijk van gegeven de vordering verschuldigd te zijn. Dat geldt ook voor de incassokosten die onderdeel zijn van de betalingsregeling. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook worden toegewezen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De wettelijke handelsrente zal worden toegewezen als gevorderd, nu de gevorderde hoofdsom voortvloeit uit een handelsovereenkomst en door Green-Stock niet wordt betwist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Bij deze uitkomst van de procedure wordt Green-Stock als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van UPS. Deze worden tot heden begroot op:</para>
      <para />
      <para>- explootkosten:		€ 	    108,41</para>
      <para>- griffierecht:		€ 	 1.384,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde:	<emphasis role="underline">€ 	    746,00</emphasis> (2 punten x 373,00)</para>
      <para>				€`	 2.238,41</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De nakosten worden begroot en zijn toewijsbaar op de wijze als bij de beslissing vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Green-Stock tot betaling aan UPS van € 15.761,44, vermeerderd met   </para>
        <para>de wettelijke handelsrente over het restant van de hoofdsom van € 10.914,92 vanaf 22 december 2020,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Green-Stock in de proceskosten aan de zijde van UPS, tot op heden begroot op € 2.238,41,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt Green-Stock in de na dit vonnis aan de zijde van UPS ontstane nakosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met de explootkosten van betekening van de uitspraak, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wouters, rechter, bijgestaan door mr. L.M.F. van Dijck, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier							De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>