<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:6712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-21T15:47:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBAMS:2022:6615</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-033608-22, 13-096764-22 (ter terechtzitting gevoegd)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6712">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-17T09:39:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:6712 Rechtbank Amsterdam , 30-09-2022 / 13-033608-22, 13-096764-22 (ter terechtzitting gevoegd)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6712:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewezenverklaring diefstal, verduistering en belediging van een ambtenaar in functie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6712:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 13-033608-22 (zaak A) en 13-096764-22 (zaak B) <emphasis role="italic">(ter terechtzitting gevoegd)</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 30 september 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1982, </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Bertels en van wat de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. R.C. Fransen, naar voren hebben gebracht. Na de behandeling van de zaak heeft de rechtbank meteen mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is in zaak A – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 7 februari  2022 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal van een Lenovo tablet, toebehorende aan Mediamarkt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is in zaak B – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 18 april 2022 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>Primair:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal ven een heuptasje en/of een telefoon (type: Apple iPhone 6), toebehorende aan [slachtoffer] ;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">verduistering van een heuptasje en/of een telefoon (type: Apple iPhone 6), toebehorende aan [slachtoffer] ; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meer subsidiair:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">heling van een heuptasje en/of een telefoon (type: Apple iPhone 6), toebehorende aan [slachtoffer] ; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">belediging van een ambtenaar in functie, [verbalisant] . </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gehele tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">Bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de in zaak A en in zaak B onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten. Zij heeft de daarvoor relevante bewijsmiddelen genoemd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van zaak B feit 1 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde feit niet kan worden bewezen en dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. Het dossier bevat geen bewijs voor een wegnemingshandeling. Verdachte was echter wel in het bezit van een heuptasje en een telefoon die niet van hem waren. Hij heeft ten aanzien van die goederen verklaard dat hij die in de stad heeft gevonden. Verdachte was, op het moment dat hij werd aangetroffen, met de telefoon bezig. Nu verdachte als heer en meester heeft beschikt over goederen die niet van hem waren, heeft hij zich schuldig gemaakt aan verduistering. </para>
        <para>De officier van justitie acht ook het in zaak B onder feit 2 tenlastegelegde bewezen, nu uit het dossier blijkt dat verdachte de tenlastegelegde uitingen heeft gedaan en deze beledigend van aard zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich ten aanzien van het tenlastegelegde in zaak A en zaak B onder 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot het tenlastegelegde in zaak B onder 1 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Hij heeft hierbij naar voren gebracht dat ook op de raadkamer van 2 mei 2022 is geoordeeld dat er ten aanzien van dat feit geen ernstige bezwaren (meer) aanwezig werden geacht. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak van het in zaak B onder 1 primair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht niet bewezen wat in zaak B onder 1 primair ten laste is gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is die het heuptasje en de telefoon bij aangeefster heeft weggenomen. Daarom kan niet worden bewezen dat verdachte diefstal heeft gepleegd. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het oordeel over het in zaak A en in zaak B onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht het in zaak A tenlastegelegde feit bewezen. Gezien het</para>
          <para>standpunt van de officier van justitie en de raadsman behoeft dit oordeel geen</para>
          <para>verdere motivering.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het oordeel over het in zaak B onder 1 subsidiair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt dat uit het dossier blijkt dat op 18 april 2022 na 15:00 uur  de telefoon en het heuptasje van aangeefster zijn weggenomen. Aangeefster heeft aangegeven niet precies te weten hoe laat dit was. Zij kon haar telefoon uitpeilen door middel van  de applicatie ‘Find My iPhone’ en zo is ook de politie achter de locatie van de telefoon gekomen. Rond 16.38 uur werd verdachte aangetroffen met de telefoon van aangeefster in zijn hand. Via de applicatie is een geluidssignaal naar de telefoon gestuurd en verbalisanten verklaren dat verdachte vervolgens probeerde een code op de telefoon in te toetsen en de telefoon van zich aflegde toen dat niet lukte. In de tas van verdachte werd ook het bij aangeefster weggenomen heuptasje aangetroffen. Verdachte heeft aan de politie verklaard dat hij de telefoon heeft gevonden en naar de politie wilde brengen. De rechtbank overweegt dat, gezien het voorgaande, verdachte zich de goederen van aangeefster vervolgens wederrechtelijk heeft toegeëigend, nu hij als heer en meester over de goederen heeft beschikt en zijn opmerking dat hij de telefoon naar de politie wilde brengen niet geloofwaardig is, gelet op zijn daarmee niet overeenstemmende handelen en met name het tijdsverloop. De rechtbank acht daarom de tenlastegelegde verduistering bewezen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in <emphasis role="bold">Bijlage II</emphasis> vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van zaak A:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 7 februari 2022 te Amsterdam een Lenovo tablet die geheel of ten dele aan </para>
      <para>Mediamarkt toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van zaak B:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>op 18 april 2022 te Amsterdam opzettelijk een heuptasje en telefoon (type: Apple iPhone 6), toebehorende aan [slachtoffer] , en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>op 18 april 2022 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] , werkzaam als hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door haar de woorden toe te voegen: "I don't want to talk to that niggerbitch".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem in zaak A en zaak B onder 1 subsidiair en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden, met aftrek van het voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht om een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om bij oplegging van een gevangenisstraf van langere duur dan het voorarrest, het gedeelte dat de duur van het voorarrest overschrijdt voorwaardelijk op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich in zaak A schuldig gemaakt aan diefstal van een tablet. Door zo te handelen, heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. In zaak B heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van een heuptasje en een telefoon. Hiermee heeft hij hinder veroorzaakt voor aangeefster, die haar telefoon slechts dankzij de applicatie ‘Find My iPhone’ kon terugvinden. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van een ambtenaar in functie. Door zijn handelen heeft verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 2 september 2022. Hieruit blijkt dat er sprake is van veelvuldige recidive ten aanzien van vermogensdelicten, dat aan verdachte al tweemaal een ISD-maatregel is opgelegd en dat hij ook nu weer voldoet aan de harde criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel. Daarnaast blijkt dat artikel 63 Wetboek van Strafrecht van toepassing is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk</para>
        <para>Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor diefstal en belediging. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank ten slotte rekening gehouden met de toepassing van artikel 63 Wetboek van Strafrecht.</para>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 28 dagen, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 266, 267, 310, 321 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het in zaak B onder feit 1 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A en in zaak B onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het in zaak A bewezenverklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het in zaak B onder 1 subsidiair bewezenverklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">verduistering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het in zaak B onder 2 bewezenverklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis> , daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">28 dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. J. Thomas, voorzitter,</para>
      <para>mrs. P.L.C.M. Ficq en C.C.J. Maas-van Es, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E. Willeboer, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 oktober</para>
      <para>2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>