<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:6567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-02T15:07:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CV 21-16240</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6567">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-24T15:09:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:6567 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2022 / CV 21-16240</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6567:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>betaling gevorderd ogv energieovereenkomst, terugkomen op tussenbeslissing. Eteck heeft onvoldoende gesteld tav sluiten van de overeenkomst. Ambtshalve toetsing op oneerlijke bedingen en oneerlijke handelspraktijken niet mogelijk, vordering afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6567:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4ef34fd2-3466-4030-b3d8-101092ce91a6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="42e5cb6a-17a3-460b-9a8b-042d75933234" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9539174  CV EXPL 21-16240</para>
      <para>vonnis van:  11 november 2022</para>
      <para>fno.:  8622</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap Eteck Warmte Manhattan B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Waddinxveen</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>nader te noemen: Eteck</para>
      <para>gemachtigde: mr. O.J. Boeder</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>nader te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak is op 18 maart 2022 een tussenvonnis gewezen. Voor de inhoud van dat tussenvonnis wordt daarnaar verwezen. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft Eteck op 1 april 2022 een akte genomen. [gedaagde] heeft vervolgens op de rolzitting laten weten dat hij op de mondelinge behandeling van 18 februari 2022 niet is verschenen omdat hij daarvoor nooit een uitnodiging heeft ontvangen. Verder heeft [gedaagde] te kennen gegeven dat hij het niet eens is met het tussenvonnis. Hij heeft na het overlijden van zijn vrouw aan Eteck om een nieuw contract gevraagd, maar dat is hem steeds geweigerd, aldus [gedaagde] . </para>
      <para>Naar aanleiding hiervan is bij rolmededeling een nieuwe mondelinge bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 6 september 2022. Namens Eteck was daar als gemachtigde aanwezig de heer [naam 1] . [gedaagde] was in persoon aanwezig. Partijen hebben een nadere toelichting gegeven en vragen beantwoord. [gedaagde] heeft een afschrift overgelegd van huwelijkse voorwaarden. Vervolgens is opnieuw een datum voor vonnis bepaald.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De kantonrechter ziet aanleiding terug te komen op hetgeen in het tussenvonnis onder 6. is overwogen, nu die beslissing berust op een onjuiste, althans onvolledige weergave van de feiten. [gedaagde] heeft op de eerste rolzitting erkend dat zijn vrouw in 2015 een overeenkomst met Eteck is aangegaan. Er is door Eteck echter enkel een zogeheten mutatieformulier in het geding gebracht waarin het leveringsadres, de oude bewoner en de nieuwe bewoner genoemd staan. Bij de handtekening nieuwe bewoner staat: <?linebreak?>“Ik verklaar het formulier volledig en naar waarheid te hebben ingevuld. Ik verklaar akkoord te zijn met de huurovereenkomst en bijbehorende voorwaarden welke door mij zijn ondertekend.” Dit mutatieformulier bevat op zichzelf dus geen afspraken tussen de rechtsvoorganger van Eteck en [naam 2] . De huurovereenkomst en bijbehorende voorwaarden waarnaar verwezen wordt is niet in het geding gebracht. Ook ter zitting is door Eteck niet meer duidelijkheid verschaft over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst met [naam 2] , noch over de inhoud van die overeenkomst. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij niet wist dat er een contract was met (de rechtsvoorganger van) Eteck, ook omdat er aanvankelijk niet gefactureerd werd. Dat laatste is door Eteck niet weersproken.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij die stand van zaken is over het bestaan en de inhoud van een overeenkomst tussen Greenspread (later Eteck) enerzijds en [naam 2] (later [gedaagde] ) anderzijds onvoldoende gesteld. De vorderingen die op de door Eteck gestelde overeenkomst zijn gebaseerd zijn reeds om die reden niet toewijsbaar. Bovendien zijn met deze gang van zaken ook onvoldoende stukken overgelegd om ambtshalve te kunnen toetsen of de vordering van Eteck is gebaseerd op oneerlijke bedingen, of sprake is van een oneerlijke handelspraktijk en of is voldaan aan de wettelijke informatieplicht. Voor zover Eteck heeft aangevoerd dat die informatieplicht onder de oude Warmtewet niet gold is dit onjuist. In de in 2015 geldende Warmtewet stonden in artikel 3 de toen geldende informatieverplichtingen opgesomd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [gedaagde] was en is bereid alsnog een overeenkomst te sluiten maar Eteck heeft daar tot op heden de voorwaarde aan verbonden dat de achterstand betaald zou worden. Onder die omstandigheden zijn de vorderingen die zien op ontbinding van de overeenkomst en afsluiting van de installatie niet toewijsbaar. Het ligt voor de hand dat partijen voor de toekomst alsnog een overeenkomst sluiten.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Uit het vorengaande volgt dat alle vorderingen worden afgewezen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij deze uitkomst van de procedure wordt Eteck in de proceskosten veroordeeld, welke kosten aan de kant van [gedaagde] op nihil worden begroot.  </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt Eteck in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>