<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-17T12:31:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751900-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:648">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-17T09:29:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:648 Rechtbank Amsterdam , 09-02-2022 / 13/751900-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:648:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Ierland, vervolging. Verweer met betrekking tot lijstfeit verworpen. Lichamelijke gezondheid opgeëiste persoon, kan rol spelen bij feitelijke overlevering, artikel 35 OLW. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:648:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751900-21</para>
      <para>RK nummer: 21/6652</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 9 februari 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 21 december 2020 door <emphasis role="italic">the High Court </emphasis>in Dublin (Ierland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1967, </para>
      <para>laatst opgegeven verblijfplaats: [adres] , [plaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 januari 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van twee aanhoudingsbevelen van de <emphasis role="italic">Limerick District Court </emphasis>van 12 mei 2020.</para>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Iers recht strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op de feiten naar het recht van Ierland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het lijstfeit ‘illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen’ is ten onrechte aangekruist, omdat uit de feitomschrijving slechts blijkt dat er 76,965 gram cannabis is aangetroffen in de woning van de opgeëiste persoon en niet blijkt van enige vorm van handel daarin. Aldus is er sprake van evidente tegenstrijdigheid tussen enerzijds de feitomschrijving en anderzijds het aangekruiste lijstfeit en is het lijstfeit niet in redelijkheid aangekruist. De overlevering dient te worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen sprake van evidente tegenstrijdigheid tussen het lijstfeit en de feitomschrijving. Het lijstfeit is in redelijkheid aangekruist. De rechtbank dient het lijstfeit terughoudend te toetsen en beschikt niet over het strafdossier. De aangetroffen hoeveelheid cannabis, te weten 76,965 gram, wijst er niet evident op dat de opgeëiste persoon de cannabis alleen voor eigen gebruik onder zich had. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de overlevering toe te staan.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is aan de uitvaardigende justitiële autoriteit om, aan de hand van het recht van haar lidstaat, te beoordelen of een naar het recht van de uitvaardigende lidstaat de strafbare feiten waarvoor overlevering wordt verzocht onder de hiervoor genoemde lijst vallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is in beginsel gebonden aan het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit dat een feit waarvoor overlevering wordt verzocht een lijstfeit oplevert.<footnote-ref linkend="_9742f869-2bb3-4726-9baa-1467b8fe78c4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De omstandigheid dat een feit, ondanks het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit, niet een lijstfeit oplevert, kan niet zonder meer tot weigering van de overlevering voor dat feit leiden. In een dergelijk geval moet de rechtbank immers nagaan of dat feit strafbaar is naar Nederlands recht.<footnote-ref linkend="_1b376374-70ca-4b58-91ee-18a7c0d8fa29" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de feiten geen lijstfeit opleveren, maar heeft niet aangevoerd – en aannemelijk gemaakt – dat de strafbaarheid naar Nederlands recht van die feiten ontbreken en dat de rechtbank gebruik zou moeten van haar bevoegdheid om op die grond de overlevering voor die feiten te weigeren. Het verweer behoeft daarom geen inhoudelijke bespreking.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Overige verweren  <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="bold">Lichamelijke gezondheid opgeëiste persoon </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat overlevering van de opgeëiste persoon op dit moment niet evenredig is in verband met de slechte lichamelijke gezondheid van de opgeëiste persoon als gevolg van een eerdere coronabesmetting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gezondheid van de opgeëiste persoon kan een rol spelen in het kader van de feitelijke overlevering. De officier van justitie kan bij de feitelijke overlevering rekening houden met medische kwesties in het kader van artikel 35 OLW. De gezondheid van de opgeëiste persoon vormt evenwel in beginsel geen beletsel voor de toelaatbaarheid van de overlevering. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the High Court </emphasis>in Dublin (Ierland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.J.R.M. Vermolen,  				                        			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en J.A.A.G. de Vries,                     		   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk,		                         			    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 9 februari 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9742f869-2bb3-4726-9baa-1467b8fe78c4" label="1">
    <para> Vgl. HvJ EU 6 oktober 2021, C-136/20, ECLI:EU:C:2021:804 (LU (Recouvrement d’amendes de circulation routière)), punt 42.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1b376374-70ca-4b58-91ee-18a7c0d8fa29" label="2">
    <para> HvJ EU 3 maart 2020, C-717/18, ECLI:EU:C:2020:142 (<emphasis role="italic">X (Europees aanhoudingsbevel – Dubbele strafbaarheid)</emphasis>), punt 42.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>