<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:6461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-11T15:47:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/752055-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6461">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-11T15:07:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:6461 Rechtbank Amsterdam , 01-11-2022 / 13/752055-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6461:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen. Weigering o.g.v. artikel 12 OLW. Niet vast is komen te staan dat OP op de hoogte was van de processen die tot de verzamelvonnissen hebben geleid, zodat niet is gebleken dat hij zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6461:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/752055-19</para>
      <para>RK nummer: 22/4113</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 1 november 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 september 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op </para>
      <para>4 oktober 2019 door <emphasis role="italic">the District Court in Gdańsk </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1991,</para>
      <para>verblijfadres: [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 oktober 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S. Marjanovic, advocaat te Den Haag, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een tweetal verzamelvonnissen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. een <emphasis role="italic">aggregate sentence of the Regional court in Kwidzyn </emphasis>van 7 december 2017 met <emphasis role="italic">referentie II K 28/17</emphasis>, met onderliggende vonnissen van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">the Regional court in Kwidzyn </emphasis>van 31 januari 2011 met referentie <emphasis role="italic">II K 1382/10</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">the Regional court in Kwidzyn </emphasis>van 12 januari 2011 met referentie <emphasis role="italic">II K 1126/10</emphasis>;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>2) een <emphasis role="italic">aggregate sentence of the Regional court in Kwidzyn </emphasis>van 3 december 2014 met referentie <emphasis role="italic">II K 1003/14</emphasis>, met onderliggende vonnissen van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">the Regional court in Kwidzyn </emphasis>van 15 september 2011 met referentie <emphasis role="italic">II K 219/11</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">the Regional court in Kwidzyn </emphasis>van 4 februari 2011 met referentie <emphasis role="italic">II K 1425/10</emphasis>.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt ten aanzien van het eerste verzamelvonnis verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 8 maanden. Ten aanzien van het tweede verzamelvonnis wordt de overlevering verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van 1 jaar. Beide vrijheidsstraffen zijn door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde verzamelvonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze verzamelvonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW. Voor beide verzamelvonnissen geldt dat de procedures die tot die vonnissen hebben geleid niet door de opgeëiste persoon zelf zijn geïnitieerd, maar <emphasis role="italic">ex officio</emphasis>. De oproepingen voor de zittingen die tot de verzamelvonnissen hebben geleid, zijn verstuurd naar het adres dat de opgeëiste persoon heeft opgegeven in de procedures die hebben geleid tot de aan de verzamelvonnissen ten grondslag liggende vonnissen. De in die onderliggende procedures aan de opgeëiste persoon gegeven adresinstructies strekken niet zó ver, dat de opgeëiste persoon er rekening mee had moeten houden dat vervolgens procedures zouden plaatsvinden die hebben geleid tot de verzamelvonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er kan daarom niet vastgesteld worden dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedures die hebben geleid tot de verzamelvonnissen. Het feit dat de opgeëiste persoon in de procedure met kenmerk II K 1003/14, wel is vertegenwoordigd door een advocaat, maakt dit niet anders. Deze advocaat is immers eveneens <emphasis role="italic">ex officio</emphasis> benoemd en er is niet gebleken dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk contact gehad heeft met deze advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft aangegeven zich aan te sluiten bij het standpunt van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een tweetal verzamelvonnissen terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissingen heeft geleid, en die - kort gezegd - zijn gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat de opgeëiste persoon op de hoogte is geweest van de beide procedures die tot de verzamelvonnissen hebben geleid. De rechtbank verwijst in dit kader naar de aanvullende informatie van 26 september 2022, waaruit blijkt dat beide procedures <emphasis role="italic">ex officio</emphasis> (ambtshalve) zijn geïnitieerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is de rechtbank, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat de adresinstructies die aan de opgeëiste persoon zijn gegeven in de procedures die hebben geleid tot de aan de verzamelvonnissen ten grondslag liggende vonnissen, niet zonder meer ook gelden voor de procedures die hebben geleid tot deze beide verzamelvonnissen. De rechtbank verwijst in dit kader naar de aanvullende informatie van 26 september 2022 waarin over de reikwijdte van de adresinstructies het volgende is vermeld:<emphasis role="italic">“the proceedings in question concerned the entire period of the proceedings in the aforementioned cases, including enforcement proceedings”</emphasis>. Uit deze zinsnede volgt niet dat de adresinstructies ook gelden voor de procedures die hebben geresulteerd in de verzamelvonnissen. <emphasis role="italic">‘Enforcement proceedings’</emphasis> zien in deze zaak naar het oordeel van de rechtbank slechts op beslissingen die strekken tot de tenuitvoerlegging van de onderliggende vonnissen, en niet op een nieuwe procedure waarin straffen worden samengevoegd in een verzamelvonnis. De rechtbank merkt overigens op dat de verzamelvonnissen pas geruime tijd na het wijzen van de onderliggende vonnissen zijn gewezen.<footnote-ref linkend="_69d157bd-dcb9-4cc5-be8f-edc69f7349c4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Concluderend is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de opgeëiste persoon op enigerlei wijze op de hoogte was van de processen die tot de verzamelvonnissen hebben geleid, zodat niet is gebleken dat hij zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. Evenmin kan worden geconcludeerd dat hij (stilzwijgend) afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht dan wel dat hij onzorgvuldig is geweest met betrekking tot het in ontvangst nemen van officiële correspondentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering zal daarom op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is en de rechtbank geen aanleiding ziet om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond, wordt de overlevering geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court in Gdańsk </emphasis>(Polen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> de (geschorste) overleveringsdetentie van<emphasis role="bold"> [opgeëiste persoon]</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.E.M. James-Pater,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.A.A.G. de Vries en J. van Zijl,            				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 1 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_69d157bd-dcb9-4cc5-be8f-edc69f7349c4" label="1">
    <para> Zie onder 3: bij verzamelvonnis 1 gaat het om een tijdsverloop van ongeveer 6 jaar, bij verzamelvonnis 2 om een tijdsverloop van ongeveer 3 jaar.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>