<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:6224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-03T14:11:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/001966-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6224">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-03T10:40:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:6224 Rechtbank Amsterdam , 27-10-2022 / 13/001966-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6224:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak witwassen. Geen betrokkenheid bij vermeende witwashandelingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6224:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c5cfe572-60a6-49ab-a959-1f858c21448b" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/001966-22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 27 oktober 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, </para>
      <para>wonende op het adres [adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 oktober 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.G. Specker en van wat verdachte en haar raadsvrouw mr. J. Leyten naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat zij zich op 29 juli 2020 in Amsterdam, samen met een ander, heeft schuldig gemaakt aan witwassen van € 18.900,- en/of een Volkswagen Polo. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in een <emphasis role="bold">bijlage</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat het medeplegen van witwassen van € 18.900,- en de Volkswagen Polo kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van medeverdachte [medeverdachte] is er een witwasvermoeden en dit vermoeden is door [medeverdachte] niet weerlegd. Het kan daarom niet anders zijn dan dat het geldbedrag en de Volkswagen Polo van misdrijf afkomstig zijn en dat [medeverdachte] dit wist. Verdachte heeft dit feit samen met [medeverdachte] gepleegd. Er is sprake van nauwe en bewuste samenwerking, omdat er gezamenlijk gebruik is gemaakt van de Volkswagen Polo, zowel verdachte als [medeverdachte] een geldbedrag in die auto hebben geïnvesteerd en de verklaringen naderhand onderling zijn afgestemd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen van witwassen. Op basis van het dossier kan geen witwasvermoeden worden aangenomen. Voor zover wel sprake zou zijn van een witwasvermoeden heeft verdachte voor de herkomst van het geldbedrag van € 18.900,- een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven. Deze verklaring is door het Openbaar Ministerie onderzocht en geverifieerd. De verklaring van verdachte wordt namelijk bevestigd door de verklaringen van [medeverdachte] en [persoon 1] . Nu het geldbedrag een legale herkomst kent, kan niet worden toegekomen aan een beoordeling van de vraag of de Volkswagen Polo van misdrijf afkomstig is wegens het causaal verband tussen de aankoop van die auto met het geldbedrag van € 18.900,-. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 29 juli 2020 is een contant geldbedrag van € 18.900,- op de bankrekening van [persoon 2] gestort. Vervolgens heeft [medeverdachte] met dat geldbedrag een Volkswagen Polo aangeschaft, de koopsom vanaf die rekening gepind en de auto op zijn naam laten zetten. Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte toentertijd enige betrokkenheid heeft gehad bij voornoemde handelingen. De rechtbank is daarom van oordeel dat medeplegen van witwassen niet kan worden bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] (Goednummer 5964515, chassisnummer [chassisnummer] , bouwjaar 2019) in beslag genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gelast de teruggave van de Volkswagen Polo aan de rechthebbende, te weten [medeverdachte] , omdat verdachte van het ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast de teruggave</emphasis> aan de rechthebbende, te weten [medeverdachte] , van:</para>
      <para>Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] (Goednummer 5964515, chassisnummer [chassisnummer] , bouwjaar 2019).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. P. van Kesteren, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. D. Segbedzi en R.J. Bartels, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.E. Niemeijer, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>