<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:6222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-03T12:35:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/116175-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6222">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-03T11:07:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:6222 Rechtbank Amsterdam , 12-10-2022 / 13/116175-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6222:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen sprake van een vormverzuim idzv art. 359a Sv. Vrijspraak drugshandel en witwassen. Onvoldoende bewijs om aan te nemen dat verdachte wetenschap had over de aangetroffen cocaïne en het geld en dat hij daarover kon beschikken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6222:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="979d6e5b-2018-4b16-b540-d6fae47e7ce3" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/116175-22 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 oktober 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1996, </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 september 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.R. Bons en van wat de gemachtigde raadsvrouw van verdachte, mr. S. Aytemür, naar voren heeft gebracht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 8 mei 2022 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. medeplegen van het (eenvoudig schuld-)witwassen van twee contante geldbedragen van € 43.950,- en/of € 900,-;</para>
    <para>2. medeplegen van het opzettelijk handelen in 2240 gram cocaïne.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in een <emphasis role="bold">bijlage</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat het ten laste gelegde medeplegen van witwassen en drugshandel bewezen kan worden. De verklaringen van [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] zijn volgens de officier van justitie kennelijk leugenachtig, omdat uit het politieonderzoek blijkt dat zij zich samen bezighouden met de handel in drugs. [verdachte] heeft sleutels van een appartement in Amsterdam, dat uitkijkt op de plaats waar hij en [medeverdachte] zijn aangehouden, en blijkt volgens berichten in zijn telefoon al langer in Nederland te verblijven. In de telefoons van beide verdachten zijn foto’s aangetroffen van cocaïne. Zij bevinden zich bij de aanhouding samen in Amsterdam West, een niet toeristisch gebied. In de rugtas van [medeverdachte] is 1998 gram cocaïne en in totaal € 44.850,- contant geld aangetroffen en [verdachte] had een vijf eurobiljet in zijn broekzak als ‘token’. Alle feiten en omstandigheden samen wijzen op een gezamenlijke machtsuitoefening en dus gezamenlijk bezit van de cocaïne en het geld. Verder is er sprake van een witwasvermoeden vanwege de combinatie van de aangetroffen verdovende middelen en de contante geldbedragen. Dit vermoeden hebben zowel [medeverdachte] als [verdachte] niet kunnen weerleggen, omdat zij geen verklaring hebben afgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging verzoekt om bewijsuitsluiting van het proces-verbaal van aanhouding waarbij de spullen zijn aangetroffen, of in ieder geval om strafvermindering. De staande houding, aanhouding en doorzoeking van de rugtas zijn onrechtmatig. Er was op het moment van aanhouding geen redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. De feiten en omstandigheden die de agenten opschrijven als reden voor de verdenking zijn niet concreet genoeg en lijken gekunsteld. De is vergelijkbaar met het Hollende kleurling-arrest. Ook stellen de agenten teveel vragen, gericht op strafbare feiten, zodat dit moet worden opgevat als een verhoor, zonder dat [verdachte] een advocaat kon raadplegen. Er is daarom sprake van vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering. </para>
        <para>Verder vindt de raadsvrouw dat verdachte van beide feiten moet worden vrijgesproken. Het dossier bevat geen bewijs dat [verdachte] wetenschap over de aangetroffen cocaïne had. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte de contante geldbedragen voorhanden had. Van medeplegen is geen sprake. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 8 mei 2022 zien agenten twee mannen lopen, die later blijken te zijn: [medeverdachte] en [verdachte]. [medeverdachte] draagt een rugtas. De mannen lijken volgens de agenten erg te schrikken van de aanwezigheid van de politie. Daarom spreken zij hen aan. Na een kort vraaggesprek, ontstaat bij de agenten de verdenking dat de mannen zich bezighouden met drugshandel en nemen zij de rugtas die [medeverdachte] bij zich draagt in beslag. Daarin zitten, ingepakt in plastic tasjes, twee blokken van 998 gram en 1 kilogram cocaïne en, ingepakt in een papieren tasje, vier enveloppen met stapels biljetten ten bedrage van twee keer € 10.000,-, één keer € 10.500,- en één keer € 13.450,-. In de broekzak van [verdachte] wordt een vijf eurobiljet gevonden. Later vindt de politie nog een contant geldbedrag van € 903,15 in een apart vakje van de rugtas.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vormverzuim</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De schrikreactie van [medeverdachte] en [verdachte] bij het zien van de agenten die toezicht houden, is door hen uitgebreid omschreven en vinden zij opvallend. De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van verbalisanten. Voor verbalisanten is relevant dat er naar hun (beroeps-)ervaring op de plek waar [medeverdachte] en [verdachte] gezien worden vaak overdag op de openbare weg ontmoetingen plaatsvinden in het kader van drugshandel. De verdachten in die gevallen zijn vaak op hun hoede. Daarom besluiten zij te controleren wat er aan de hand is. Zij stellen de algemene vraag waarom [medeverdachte] en [verdachte] zo lijken te schrikken. Voordat de agenten meer vragen stellen, wijzen zij [medeverdachte] en [verdachte] op hun recht om geen antwoord te geven op vragen. Omdat zij steeds zenuwachtiger lijken te worden en geen logische antwoorden geven, confronteren de agenten hen daarmee. De verbalisanten omschrijven dat het gedrag van beiden naarmate de controle vorderde steeds veranderde. Daarbij zegt [medeverdachte] dat hij niet weet wat in de rugtas zou zitten. De verdenking voor het bezit van verdovende middelen ontstaat vervolgens en er volgt een aanhouding. De rechtbank is van oordeel dat de feiten en omstandigheden die de agenten omschrijven voldoende basis vormen voor een redelijk vermoeden van schuld. Zij mochten op basis van deze omstandigheden tot aanhouding overgaan. Er is dus geen sprake van een vormverzuim en daarmee ook geen aanleiding voor bewijsuitsluiting of strafvermindering op die grond.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak medeplegen witwassen en drugshandel </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan de officier van justitie is de rechtbank – met de verdediging – van oordeel dat [verdachte] van beide feiten moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] ontkent enige betrokkenheid bij het tenlastegelegde. De rechtbank vindt dat de hierboven genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf goed kunnen passen bij het scenario dat [verdachte] en [medeverdachte] zich samen op 8 mei 2022 schuldig hebben gemaakt aan witwassen en drugshandel. Dat dit een aannemelijk scenario is, betekent echter niet dat dit ook met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie naar voren gebrachte omstandigheden wel in enige mate belastend zijn voor [verdachte]. De rechtbank vindt deze echter, ook in onderling samenhang bezien, onvoldoende zwaarwegend om aan te nemen dat [verdachte] in dit concrete geval op de hoogte was van de aanwezigheid van het geld en de cocaïne in de tas van [medeverdachte] of dat hij daarover kon beschikken. Dit leidt ertoe dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde en dat de rechtbank niet toekomt aan een oordeel over het medeplegen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 	1 STK Telefoontoestel 		(Omschrijving: G6184117, iPhone 13 pro)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de iPhone (nummer 1 op de beslaglijst) teruggegeven aan [verdachte] omdat hij van beide ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave aan [verdachte]</emphasis> van:</para>
    </parablock>
    <para>1. STK Telefoontoestel	 	(Omschrijving: G6184117, iPhone 13 pro)</para>
    <bridgehead role="italic">Abusievelijk is bovenstaand telefoontoestel als een iPhone 13 pro in beslag genomen terwijl dit een iPhone 12 is. </bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. G.M. van Dijk, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. N.J. Koene en B. Kuppens, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.E. Niemeijer, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 oktober 2022.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>