<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:6043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-25T16:46:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/140945-22 (EAB I)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6043">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-25T13:57:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:6043 Rechtbank Amsterdam , 07-09-2022 / 13/140945-22 (EAB I)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6043:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tsjechisch executie-EAB, Tussenuitspraak. Vragen gesteld m.b.t. grondslag EAB.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6043:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/140945-22 (EAB I)</para>
      <para>RK nummer: 22/3240</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 7 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 juni 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 26 april 2022 door het Kantongerecht te <emphasis role="italic">Rychnov nad Kněžnou</emphasis> (Tsjechië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije) op [geboorteplaats] 1976,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: </para>
      <para>
        [BRP-adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 24 augustus 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar en door een tolk in de Tsjechische taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van het Kantongerecht te <emphasis role="italic">Rychnov nad Kněžnou</emphasis> (Tsjechië) van 4 januari 2021, dossiernummer 2 T 13/2020, en het besluit van de Arrondissementsrechtbank te <emphasis role="italic">Hradec Králové</emphasis> (Tsjechië) van 23 februari 2021, dossiernummer 11 To 31/2021-232 (referentie: 2 T 13/2020). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het beraad in raadkamer is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat sprake is van onduidelijkheid over de grondslag van het EAB. In <emphasis role="italic">Form A</emphasis> staat dat aan het EAB ten grondslag ligt (onderstreping door de rechtbank):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“The a/m wanted person was sentenced on 04.01.2021 by the decision of the 2 T 13/2020 issued by District court in Rychnov nad Kneznou </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">in connection with</emphasis>
        <emphasis role="italic"> the decision ref.no. 11 To 31/2021-232 issued by Regional court in Hradeck Kralove on 23.02.2021.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB staat in onderdeel b) als grondslag (onderstreping door de rechtbank): </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“een vonnis van het Kantongerecht te Rychnov nad Kněžnou (Tsjechië) van 4 januari 2021, dossiernummer 2 T 13/2020, </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">en</emphasis>
        <emphasis role="italic"> het besluit van de Arrondissementsrechtbank te Hradec Králové (Tsjechië) van 23 februari 2021, dossiernummer 11 To 31/2021-232 (referentie: 2 T 13/2020).”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het op dit moment onduidelijk is wat het besluit van de<emphasis role="italic"> Regional Court in Hradec Králové</emphasis> van 23 februari 2021 inhoudt, waardoor onduidelijkheid over de grondslag van het EAB bestaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verzoekt de officier van justitie daarom de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen met betrekking tot beide genoemde beslissingen van respectievelijk van 4 januari 2021 en dat van 23 februari 2021 in onderdeel b) van het EAB:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Wat behelst het besluit van 23 februari 2021?<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>indien het besluit van 23 februari 2021 een beslissing naar aanleiding van een ingesteld hoger beroep is waarin opnieuw ten gronde over de schuldvraag en/of de strafoplegging is geoordeeld, dan verzoekt de rechtbank de uitvaardigende justitiële autoriteit om rubriek d) in het EAB ten aanzien van de procedure in hoger beroep in te vullen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande, zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen en voor bepaalde tijd schorsen tot de zitting van<emphasis role="bold"> 14 september 2022 om 11.00 uur </emphasis>om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen voornoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT en SCHORST </emphasis>het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd tot de zitting van<emphasis role="bold"> 14 september 2022 om 11.00 uur </emphasis>teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 3 genoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen bovengenoemde zittingsdatum met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Tsjechische taal tegen bovengenoemde zittingsdatum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp										voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en J. van Zijl,				   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders		                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>