<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:6031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-25T10:09:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/091639-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:6031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-24T15:37:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:6031 Rechtbank Amsterdam , 07-07-2022 / 13/091639-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak. Ne bis in idem problematiek. Aangehouden i.v.m. vragen stellen over Turks vonnis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:6031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 13/091639-22 </para>
      <para>RK nummer: 22/2266</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 7 juli 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 28 april 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 23 augustus 2019 door het <emphasis role="italic">Amtsgericht Tiergarten</emphasis> (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1965, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres], [plaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 juni 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Turkse taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van het <emphasis role="italic">Amtsgericht Tiergarten</emphasis> (Duitsland) van 1 augustus 1984 (dossiernummer: 351 Gs 2708/84).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits rechts strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder de nummers 14 en 18, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">moord en doodslag, zware mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">georganiseerde of gewapende diefstal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Ne bis in idem  <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">Standpunt van de raadsman</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aan de hand van zijn ter zitting overgelegde pleitnota onder meer aangevoerd dat de overlevering dient te worden geweigerd, omdat uit het vonnis van 11 november 1986 van de tweede meervoudige kamer in strafzaken in Ankara (Turkije) blijkt dat de opgeëiste persoon in Turkije is vrijgesproken voor hetzelfde feit dat aan het EAB ten grondslag ligt. De rechtbank kan de overlevering dan ook op grond van artikel 9, lid 1, aanhef en onder d, OLW weigeren. Toepassing geven aan deze weigeringsgrond ligt in de rede, gezien het enorme tijdsverloop sinds het feit zoals opgenomen in het EAB (1983) en sinds de vrijspraak voor dat feit door de Turkse rechtbank in 1986. Het nu nog terugkomen op een vrijsprekend vonnis dat 36 jaar geleden is gewezen, zou een enorme schending van de rechtszekerheid van de opgeëiste persoon inhouden, te meer nu de zaak in Turkije zou zijn behandeld op verzoek van de Duitse autoriteiten. Daar komt bij dat de Duitse autoriteiten al in augustus 1984 een nationaal aanhoudingsbevel hebben afgegeven, maar vervolgens 35 jaar, namelijk tot augustus 2019, hebben gewacht met het uitvaardigen van dit EAB zonder toe te lichten waarom daarmee zo lang is gewacht. Ook dit tijdsverloop heeft eraan bijgedragen dat de opgeëiste persoon er op vertrouwde en ook mocht vertrouwen dat het Turkse vonnis zou worden geëerbiedigd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verzoekt om aanhouding van het onderzoek ter zitting, om de authenticiteit van het Turkse vonnis te onderzoeken. De officier van justitie wenst bevestiging te vragen over het bestaan en de inhoud van het vonnis aan de Turkse en/of Duitse autoriteiten. Daarnaast wenst hij, in het geval het Turkse vonnis authentiek blijkt te zijn, na te vragen of Duitsland bekend was met dit vonnis ten tijde van het uitvaardigen van het EAB en of de strafvervolging inderdaad op verzoek van de Duitse autoriteiten door Turkije is overgenomen. Dit blijkt namelijk niet uit de stukken. Tot slot wil de officier van justitie bij de uitvaardigende justitiële autoriteit vragen naar de reden voor het wachten met het uitvaardigen van het EAB tot 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de hiervoor vermelde vragen die beantwoording behoeven, acht de rechtbank zich nu onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen op het verzoek tot overlevering. Gelet op het overgelegde Turkse vonnis van 11 november 1986, waarvan de authenticiteit nog moet worden onderzocht, valt immers niet uit te sluiten dat de opgeëiste persoon voor het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, in Turkije onherroepelijk is vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft op zitting ook een beroep gedaan op onder meer verjaring ex artikel 9 lid 1, aanhef en onder f, OLW en op artikel 11 OLW . De rechtbank komt nu niet toe aan een bespreking van die verweren omdat het aangewezen is dat er eerst duidelijkheid komt over de door de officier van justitie genoemde vraagpunten. Beantwoording daarvan kan mogelijk van invloed zijn op de beoordeling van de overige hiervoor genoemde verweren.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het onderzoek heropenen en het onderzoek schorsen voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit informatie op te vragen over (i) de authenticiteit van het vonnis van 11 november 1986. De officier van justitie heeft dan tevens de gelegenheid om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de vraag voor te leggen of (ii) Duitsland ten tijde van de uitvaardiging van het EAB bekend was met het Turkse vonnis, (iii) of de strafzaak van de opgeëiste persoon destijds in Turkije is behandeld op verzoek van de Duitse autoriteiten en (iv) (de reden van) het tijdsverloop tussen het nationale aanhoudingsbevel in 1984 en de uitvaardiging van het EAB in 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> en <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> het onderzoek <emphasis role="bold">voor onbepaalde tijd </emphasis>om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen informatie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit en/of Turkse autoriteiten over het volgende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de authenticiteit van het vonnis van 11 november 1986 van de tweede meervoudige kamer in strafzaken in Ankara (Turkije);</para>
    <para />
    <para>- of de uitvaardigende justitiële autoriteit ten tijde van het uitvaardigen van het EAB op de hoogte was van het Turkse vonnis van 11 november 1986;</para>
    <para />
    <para>- of de Duitse autoriteiten destijds aan de Turkse autoriteiten hebben gevraagd om <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> te vervolgen voor het strafbare feit;</para>
    <para />
    <para>- ( (de reden voor) het tijdsverloop tussen het nationale aanhoudingsbevel in 1984 en het uitvaardigen van het EAB in 2019. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen dag en tijdstip met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Turkse taal tegen voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,  				                         	    		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J. Scheijde en D. Hein,                         				   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 7 juli 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>