<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T16:11:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 21/5718</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:588">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T16:08:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:588 Rechtbank Amsterdam , 27-01-2022 / RK 21/5718</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:588:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaar ex artikel 6:6:23 Sv gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:588:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="534cca4f-0be3-4244-98e1-7724da82cc9e" depth="16" width="554" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/706102-13 (23/005207-15)</para>
      <para>RK: 21/5718</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de veroordeelde] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw, <?linebreak?>mr. S.M. Ploegmakers, [kantooradres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para>Het gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 21 oktober 2016 de veroordeelde een taakstraf van 200 uur opgelegd, met aftrek van het voorarrest, en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 100 dagen wordt toegepast, waarvan 60 uur subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis <emphasis role="underline">niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.  </emphasis>Het arrest is onherroepelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 27 juli 2018 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is per post aan veroordeelde verstuurd. </para>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft de kennisgeving omzetting op 22 oktober 2021 opnieuw aan veroordeelde toegestuurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is op 25 oktober 2021 op de griffie van deze rechtbank ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inhoud van het bezwaarschrift</title>
    <para>Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie en strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis (69 dagen) wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt het restant van zijn taakstraf (138 uur na aftrek) alsnog te verrichten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het hiervoor genoemde vonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het rapport van Reclassering Nederland, ressort Amsterdam, van 20 juli 2018, waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bezwaarschrift van de veroordeelde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft op de openbare terechtzitting van 27 januari 2022 de officier van justitie en de veroordeelde en zijn raadsrouw gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde doet een beroep op zwaarwegende persoonlijke omstandigheden. Hij heeft samen met zijn ex-vrouw de voogdij en de zorg over zijn 17-jarige dochter die het syndroom van Down heeft. Hij heeft in het weekend de zorg voor haar. </para>
      <para>Daarnaast is hij gediagnosticeerd met artritis waar hij veel last van heeft en volgt hij een intensief revalidatietraject bij [naam revalidatiecentrum] . Als hij dat traject niet kan blijven volgen is het mogelijk dat zijn gezondheid verder achteruit zal gaan.</para>
      <para>Veroordeelde wil graag nog een kans om zijn taakstraf uit te voeren. Hij heeft een eerdere taakstraf goed voltooid en hij heeft zijn leven na een ernstige alcoholverslaving (hij is al vier jaar clean) op de rit. Een gevangenisstraf zou dit alles doorkruisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In raadkamer heeft veroordeelde nog aangevoerd dat het een oude zaak uit 2011 betreft en dit een zeer gecompliceerde situatie was en is die nog steeds zijn leven beheerst. Hij wist van de opgelegde taakstraffen, waarvan hij er ook één heeft volbracht, maar hij heeft vervolgens niets gedaan met een brief van de reclassering over de andere taakstraf, ook omdat hij dacht dat hij die al had afgerond. Vanwege het ingestelde beroep heeft hij ook niets meer gedaan en heeft hij afgewacht. Hij heeft toen ook niets meer gehoord van de reclassering. Hij zit niet op een gevangenisstraf te wachten.</para>
      <para>Hij was ook maar drie maanden uitgeschreven geweest bij de gemeente en precies in die tijd heeft de reclassering een brief aan hem gestuurd. Verder is hij altijd bereikbaar geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd het bezwaarschrift gegrond te verklaren. Veroordeelde heeft vanwege een ongelukkige samenloop van omstandigheden zijn taakstraf niet verricht en veroordeelde neemt daarvoor ook zijn verantwoordelijkheid. Rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde heeft de officier van justitie er vertrouwen in dat veroordeelde een tweede kans om zijn taakstraf te verrichten zal volbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter is op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat, het niet geheel en al aan de veroordeelde is te wijten dat hij niet met de taakstraf is begonnen en aannemelijk geworden is dat de veroordeelde alsnog de opgelegde taakstraf naar behoren zal verrichten binnen de daarvoor bepaalde termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond hiervan dient het bezwaarschrift gegrond te worden verklaard zodat de veroordeelde het resterende gedeelte van zijn bij voornoemd arrest opgelegde taakstraf alsnog kan verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bezwaarschrift gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 138 uren; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de taakstraf binnen 12 (twaalf) maanden na heden moet worden voltooid.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door </para>
      <para>mr. H.E. Hoogendijk, 	politierechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. Gordon, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>