<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:5870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-20T12:04:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 22/4131</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5870">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-29T10:19:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:5870 Rechtbank Amsterdam , 07-10-2022 / AMS 22/4131</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5870:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:54 en 6:2 Awb. Rectificatieverzoek op grond van artikel 16 AVG is aanvraag als bedoeld in Awb, waarop een voor bezwaar vatbaar besluit moet volgen. Heeft het rectificatieverzoek echter betrekking op strafzaak dan is bezwaar en beroep niet mogelijk en de bestuursrechter niet bevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5870:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 22/4131</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te Amsterdam, eiser, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het Openbaar Ministerie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 29 augustus 2022 een beroepschrift van eiser ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden. Eiser heeft in het beroepschrift om een mondelinge behandeling gevraagd. De rechtbank ziet aanleiding om dat verzoek terzijde te leggen omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen.<footnote-ref linkend="_ae372355-4d74-41fd-9b51-475e74e8b17e" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Waar gaat het over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiser heeft op 26 april 2022 een rectificatieverzoek bij verweerder ingediend omdat het verslag van een gesprek op [datum 1] in de zaak met parketnummer [nummer] niet klopt. Verweerder heeft eiser op 10 mei 2022 bericht dat rectificatie niet mogelijk is. Op 11 mei 2022 heeft eiser een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Verweerder heeft eiser op 17 mei 2022 bericht dat het bericht van 10 mei 2022 geen besluit is.<footnote-ref linkend="_272f63dd-ea9f-4751-a91d-542e4f40c1ff" /> Op 2 juni 2022 heeft verweerder eiser de inhoud van het bericht van 17 mei 2022 andermaal toegezonden. Eiser heeft zich op 12 juli 2022 opnieuw tot verweerder gewend. Verweerder heeft, in tegenstelling tot hetgeen op 14 juli 2022 is toegezegd, niet meer gereageerd. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet op tijd nemen van een besluit. Eiser heeft zich onder verwijzing naar een uitspraak van deze rechtbank van 4 juli 2022 op het standpunt gesteld dat sprake is van een voor beroep vatbaar besluit. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wettelijk  kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.<footnote-ref linkend="_8c5275c0-18ef-4948-95e9-399569c7b570" /></para>
    <para />
    <para>5. In de Awb is bepaald dat de hoofdstukken 2 tot en met 8 en 10 van de Awb niet van toepassing zijn op de opsporing en vervolging van strafbare feiten.<footnote-ref linkend="_97c616e2-ba00-4a6e-b970-4dcb711821d8" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. De bestuursrechter ziet zich voor de vraag gesteld of zij bevoegd is van het beroep kennis te nemen. De rechtbank zal daarbij eerst ingaan op de vraag of verweerder een besluit heeft genomen. </para>
    <para />
    <para>7. Het onderhavige geschil heeft betrekking op een verzoek van eiser om een gespreksverslag te wijzigen. De uitspraak van 22 juli 2022, waarnaar eiser heeft verwezen, heeft eveneens betrekking op een verzoek van eiser om een gespreksverslag te wijzigen.<footnote-ref linkend="_2af3c454-9962-4e95-be99-3bd9929b27eb" /> Eiser heeft het rectificatieverzoek in die zaak op grond van artikel 16 van de AVG gedaan.<footnote-ref linkend="_fe30d58b-3a3c-414b-8ce9-cc305867b3cb" /> De bestuursrechter heeft in de uitspraak van 22 juli 2022 beslist dat een dergelijk rectificatieverzoek op grond van de AVG kan worden gedaan, dat dit verzoek een aanvraag is en dat het bestuursorgaan daar een voor bezwaar vatbare beslissing op moet nemen.<footnote-ref linkend="_51129b81-0caf-4eef-9f4b-18c4a05be9fe" /></para>
    <para />
    <para>8. Het beroepschrift van eiser heeft betrekking op een rectificatieverzoek van een verslag dat in het kader van een strafrechtelijk onderzoek is opgesteld. Nog los van de vraag of eiser het rectificatieverzoek op grond van artikel 16 van de AVG heeft ingediend, betekent het voorgaande dat de hoofdstukken 2 tot en met 8 van de Awb niet van toepassing zijn. Er kan geen bezwaar worden gemaakt en daarmee ook geen beroep (als bedoeld in de Awb) worden ingesteld. Artikel 1:6 van de Awb bevat dwingend recht. De bestuursrechter is derhalve niet bevoegd om van het beroepschrift kennis te nemen. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat zij niet bevoegd is. Zij zal zich dan ook onbevoegd verklaren.</para>
    <para />
    <para>10. Van eiser is geen griffierecht geheven. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Dondorp, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>7 oktober 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier				</para>
      <para>			rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ae372355-4d74-41fd-9b51-475e74e8b17e" label="1">
    <para> 	artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_272f63dd-ea9f-4751-a91d-542e4f40c1ff" label="2">
    <para> 	als bedoel in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c5275c0-18ef-4948-95e9-399569c7b570" label="3">
    <para> 	artikel 1:3, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97c616e2-ba00-4a6e-b970-4dcb711821d8" label="4">
    <para> 	artikel 1:6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2af3c454-9962-4e95-be99-3bd9929b27eb" label="5">
    <para> 	uitspraak van 22 juli 2022 in zaaknummer AMS 21/5388 met als partijen [eiser] en het </para>
    <para>	college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (niet gepubliceerd) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe30d58b-3a3c-414b-8ce9-cc305867b3cb" label="6">
    <para> 	de afkorting AVG staat voor de Algemene Verordening gegevensbescherming </para>
  </footnote>
  <footnote id="_51129b81-0caf-4eef-9f4b-18c4a05be9fe" label="7">
    <para> 	aanvraag als  bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>