<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:5671</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-14T15:55:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/720453 / KG ZA 22-642</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5671">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5671</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-06T16:08:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:5671 Rechtbank Amsterdam , 29-09-2022 / C/13/720453 / KG ZA 22-642</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5671:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontruiming sociale huurwoning wegens geen hoofdverblijf. Toegewezen jegens bewindvoerder qq en 'hen die verblijven'. Deels verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5671:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="89f98c7e-9355-4372-aecb-7b80144d7686" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f56ce449-4efe-43f2-b402-7ec744eab50e" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/720453 / KG ZA 22-642 DvH/MAH</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 29 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">WONINGSTICHTING EIGEN HAARD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eiseres bij dagvaarding van 26 juli 2022,</para>
      <para>advocaat mr. M. van den Oord te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bewindvoerder] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>in de hoedanigheid van bewindvoerder over <emphasis role="bold">[onderbewindgestelde]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat mr. J.S. Vlieger te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2. 	<emphasis role="bold">HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK, OF EEN GEDEELTE DAARVAN, AAN [adres] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres zal hierna Eigen Haard worden genoemd en gedaagde 1 de bewindvoerder. De onderbewindgestelde zal worden aangeduid als [onderbewindgestelde] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij de zitting van 30 augustus 2022 waren aanwezig:</para>
      <para>- aan de zijde van Eigen Haard: [naam] (medewerker Woonfraude) met mr. Van den Oord, </para>
      <para>- aan de zijde van de bewindvoerder: mr. Vlieger.</para>
      <para>Tevens was aanwezig en is als informant gehoord [informant] , zus en mentor van [onderbewindgestelde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op de zitting is namens Eigen Haard de dagvaarding toegelicht. De bewindvoerder heeft tevoren een schriftelijke toelichting ingediend en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Eigen Haard heeft producties ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Tegen de niet verschenen gedaagden (sub 2) is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald op 13 september 2022. Na de zitting is de vonnisdatum, wegens ziekte van de voorzieningenrechter, met bericht aan partijen, verschoven naar (uiteindelijk) vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eigen Haard (althans haar rechtsvoorganger) heeft met [onderbewindgestelde] met </para>
        <para>ingang van 4 september 1991 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de sociale huurwoning [adres] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [onderbewindgestelde] verblijft sinds 2019 in een zorginstelling. Zij is geïndiceerd met ZZP 5 (beschermd wonen met intensieve dementiezorg). Nadien heeft Eigen Haard meermaals een derde aangetroffen (laatstelijk op 4 mei 2022) in de woning. Er staat momenteel niemand op het adres van de woning ingeschreven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter te Amsterdam heeft met ingang van 5 november 2019 bewind ingesteld over de goederen van [onderbewindgestelde] “wegens lichamelijke of geestelijke toestand”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Na sommatie door Eigen Haard heeft de bewindvoerder de huur opgezegd met ingang van 27 mei 2022. De woning werd echter niet leeg opgeleverd. Eigen Haard heeft de bewindvoerder en de mentor bij brief van 12 juli 2022 gesommeerd de woning uiterlijk op 1 augustus 2022 leeg op te leveren. De bewindvoerder heeft op 14 juli 2022 laten weten dat hij daarvoor afhankelijk is van de mentor, [informant] . De mentor heeft op 18 juli 2022 herhaald dat zij niet wil meewerken aan de ontruiming in afwachting van de beslissing op haar bezwaar tegen de indicatie ZZP 5 (die volgens haar te zwaar is). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eigen Haard vordert  samengevat - ontruiming van de woning, met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proces- en nakosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De bewindvoerder refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tijdens een schorsing van de zitting hebben de aanwezigen overlegd, waarna [informant] heeft toegezegd de woning binnen een maand te ontruimen. Eigen Haard heeft toegezegd dat zij, als [onderbewindgestelde] inderdaad een lagere indicatie zou krijgen en weer zelfstandig zou kunnen wonen, bereid is de mogelijkheden te onderzoeken om haar een andere sociale huurwoning te bezorgen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Gelet hierop zal de ontruiming worden toegewezen per uiterlijk een week na betekening van dit vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vordering tegen de niet verschenen gedaagden komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal op dezelfde wijze worden toegewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk in de proces- en nakosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Eigen Haard worden tot op heden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	130,11</para>
      <para>- griffierecht		676,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	1.016,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	1.822,11.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden om uiterlijk op de zevende dag na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] met het hunne en de hunnen te verlaten en te ontruimen en geheel leeg en ontruimd ter beschikking van Eigen Haard te stellen, onder afgifte van de sleutels, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm conform de artikelen 555 e.v. en 444 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Eigen Haard tot op heden begroot op € 1.822,11,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 85,00 en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2022. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij afwezigheid van mr. Dudok van Heel is dit vonnis ondertekend door mr. H.C. Hoogeveen, voorzieningenrechter, die het vonnis uitsprak.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Type: MAH</para>
        <para>Coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>