<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:5563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-14T15:36:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9964099 WM VERZ 22-3828</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-03T14:11:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:5563 Rechtbank Amsterdam , 05-09-2022 / 9964099 WM VERZ 22-3828</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mulder; bebording aankondiging milieuzone onvoldoende duidelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7152ea52-b13a-41e2-829e-3c00eadcfc43" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="30488c7f-2531-45ec-8a13-88990d99d873" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kantonrechter: mr. M. van Walraven</para>
      <para>zaaknummer: 9964099 WM VERZ 22-3828</para>
      <para>beslissing van: 5 september 2022</para>
      <para>func.: 53633</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de mondelinge uitsprak van 5 september 2022 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [adres]
        </emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verder: betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 18 oktober 2021 en is gericht tegen de beslissing van 13 september 2021 van de <emphasis role="bold">officier van justitie</emphasis> (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren op 24 oktober 1970.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">CJIB-nummer: [nummer]</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is bij beschikking van 1 juni 2021 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 25 augustus 2022. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is ter zitting verschenen. Aan haar is de cautie verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte is door de kantonrechter in het openbaar uitspraak gedaan op 5 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
    <para>1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene wordt verweten als bestuurder van een personenauto, met kenteken [kenteken] , een weg te hebben gebruikt in strijd met verkeersbord C22a (geslotenverklaring milieuzone) op de [locatie] op 20 mei 2021. </para>
    <para />
    <para>2. Het beroep is tijdig ingesteld.<?linebreak?></para>
    <para>3. Betrokkene voert aan dat de sanctie ten onrechte aan haar is opgelegd. Ter plaatse is onvoldoende duidelijk gemaakt dat men een milieuzone nadert. Wanneer men voorsorteert om rechtsaf te slaan is er geen vooraankondiging van de milieuzone. Pas wanneer men verder rijdt staat er een waarschuwingsbord drie rijstroken naar links. Dit waarschuwingsbord is niet goed zichtbaar als er veel verkeer is. Vlak voor het rechtsaf slaan staan er aan de rechterzijde geen verkeersborden en vlak na het afslaan ga je meteen al over de blauwe streep de milieuzone in en word je gefotografeerd. Daarnaast voert zij aan dat zij het gek vindt dat zij niet de gelegenheid krijgt om haar voertuig aan de rand van de stad op de P&amp;R parkeerplaats te parkeren om via niet vervuilend openbaar vervoer de stad in te gaan. Zij heeft foto’s toegevoegd van de situatie ter plekke en deze zijn toegevoegd aan het dossier.<?linebreak?></para>
    <para>4. Het volgende wordt overwogen.</para>
    <para />
    <para>5. De gedraging wordt niet betwist. Naar aanleiding van het door betrokkene gevoerde verweer, de foto’s in het dossier en bestudering van de situatie ter plaatse met behulp van Google Maps is gebleken dat de vooraankondiging aan de linkerkant van een vierbaansweg is geplaatst en de twee rechtse rijbanen naar de milieuzone leiden. De kantonrechter is van oordeel dat de bebording op zodanige wijze is geplaatst dat de waarschuwing onvoldoende duidelijk is. Gelet hierop wordt het beroep gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier 							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum verzending</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="3b60ab08-447b-4679-b5c3-f2283b70417f" depth="1" width="170" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u <emphasis role="bold">binnen zes weken</emphasis> na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, <emphasis role="bold">tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>