<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:5145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-26T13:27:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/133701-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5145">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-15T14:59:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:5145 Rechtbank Amsterdam , 17-08-2022 / 13/133701-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5145:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Roemeens executie-EAB, referte, art. 12 sub d OLW van toepassing, art 11 OLW, overlevering toestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5145:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/133701-22</para>
      <para>RK nummer: 22/3028</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 augustus 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 juni 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 8 april 2022 door <emphasis role="italic">the Suceava City Court</emphasis> (Roemenië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1997, </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie te plaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 augustus 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Referte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">penal sentence no. 653</emphasis> van 14 september 2021 van het <emphasis role="italic">Suceava City Court</emphasis> in <emphasis role="italic">case no. 10589/314/2020</emphasis>, gedeeltelijk nietig verklaard en definitief door <emphasis role="italic">penal decision no. 179</emphasis> van 24 februari 2022 van de <emphasis role="italic">Suceava Court of Appeal</emphasis>, gerectificeerd door de conclusie van 24 februari 2022 in <emphasis role="italic">case no. 10589/314/2020/a11 </emphasis>van <emphasis role="italic">Suceava Court of Appeal Suceava</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaar en 11 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 3 jaar en 11 maanden met aftrek van de periode van 7 november 2020 tot 25 februari 2021. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde - en in hoger beroep gerectificeerde – vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden toegestaan. Ten aanzien van het vonnis in hoger beroep is de situatie als bedoeld in artikel 12, onder a, OLW aan de orde. De opgeëiste persoon is in persoon gedagvaard en er was een gemachtigd raadsman aanwezig bij de zitting in hoger beroep, zoals blijkt uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de stukken blijkt dat in hoger beroep definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de betrokkene en dat de opgeëiste persoon is veroordeeld, na een onderzoek, in feite en in rechte, van belastend en ontlastend materiaal, zodat de procedure in hoger beroep moet worden getoetst aan artikel 12 OLW. In het EAB is geen informatie vermeld ten aanzien van de aanwezigheid van de opgeëiste persoon bij de zitting in hoger beroep van 24 februari 2022 door de <emphasis role="italic">Suceava Court of Appeal</emphasis>. In de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 19 juli 2022, staat echter het volgende vermeld met betrekking tot de zitting in hoger beroep van 24 februari 2022:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“The defendant was summoned in person. The summoning procedure for the time limits</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">set for the appeal was lawfully carried out, and was done by personal delivery to the addressee.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het voorgaande volgt echter niet op welke datum en op welke wijze de opgeëiste persoon in kennis is gesteld van de zitting in hoger beroep op 24 februari 2022, zodat geen sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 12 onder a OLW.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van voornoemd vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
        <para>Gelet op de omstandigheid dat uit de aanvullende informatie van 19 juli 2022 blijkt dat de opgeëiste persoon “<emphasis role="italic">lawfully”</emphasis> in persoon is opgeroepen voor de zitting in hoger beroep van 24 februari 2022, concludeert de rechtbank dat overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt, omdat hij uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet af van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren op grond van artikel 12 OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het eerste deel van het feit, zoals beschreven onder E.I, te weten het kappen van bomen, waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 12, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en bedreigde planten- en boomsoorten;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Roemenië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het tweede deel van het feit, zoals beschreven onder E.II, te weten de diefstal van de bomen en de dreiging met geweld die daarop volgde, niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichtzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11 OLW  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere zaken al geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, waaronder met name de overbevolking in de gevangenissen, voor gedetineerden in Roemeense gevangenissen een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het meest recente rapport van <emphasis role="italic">the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment </emphasis>(hierna: de CPT) van 14 april 2022 naar aanleiding van een bezoek aan penitentiaire inrichtingen in Roemenië van 10 tot 21 mei 2021(CPT/Inf (2022)06), brengt geen verandering in het eerder door de rechtbank aangenomen algemene gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling zoals hiervoor genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 17 juni 2022 een detentiegarantie verstrekt, waarin onder meer het volgende is opgenomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">If the detainee is taken into the custody of the Romanian authorities on the Henri</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Coanda Airport Bucharest, he will be initially incarcerated in the Rahova Prison</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bucharest where he will undergo the quarantine and observation period of 21 days in a</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">room which shall ensure a minimum space of 3 square meters.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">When the quarantine period is over, the National Administration of Penitenciaries</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">decides on the prison where the detainee shall serve the custodial sentence, whereas</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the prison has to be as close as possible to the place where the convicted person has</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">his domicile, also taking into consideration the enforcement regime.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Taking into consideration the penalty imposed, it is highly probable that the detainee</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">starts serving the penalty in the closed enforcement regime. Furthermore, having</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">regard to the domicile of the detained person, he shall start to serve the sentence in Iasi</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Prison.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Having regard to the perspective for the implementation of the measures included in the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Action Plan for the period 2020-2025 elaborated with a view to the enforcement of the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">pilot decision Rezmives and others versus Romania, as well as of Bragadireanu versus</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Romania cases”, as well as to the number of detainees housed by the National</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Administration of Penitenciaries, following the criminal policies adopted by the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Romanian state, the National Administration of Penitenciaries safeguards a</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">minimum individual space of 3 square meters for the entire duration of the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">penalty enforcement, including the bed and furniture belonging to it, not including</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">however the lavatory.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit deze garantie blijkt dat de opgeëiste persoon de beschikking zal hebben over een individuele celruimte van minimaal 3 m2, daarbij de sanitaire voorzieningen niet inbegrepen. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er, gelet op de verstrekte garantie, geen reëel gevaar dat de opgeëiste persoon in de detentie-instellingen in Roemenië waar hij naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, onderworpen zal worden aan een onmenselijke of vernederende behandeling. Daarmee is het gevaar voor schending van artikel 4 van het Handvest voor de opgeëiste persoon weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande staat artikel 11 OLW niet in de weg aan het toestaan van de overlevering van de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen  2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Suceava City Court</emphasis> (Roemenië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.T.C. de Vries,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. J. van Zijl en J.H. Beestman,                         				     	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 17 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>