<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:5008</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-30T10:43:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/721514 / KG ZA 22-724</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5008">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5008</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-30T10:42:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:5008 Rechtbank Amsterdam , 25-08-2022 / C/13/721514 / KG ZA 22-724</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5008:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kort geding. nakoming zorgeregeling 2e helft zomervakantie. verstek. (toch) afwijzing. belang kinderen. geen proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:5008:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="52c6b709-18b0-45a0-8d3c-fb3774c95961" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bf45cd93-6c6c-424a-a769-5299b22ca0f3" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/721514 / KG ZA 22-724 IHJK/MAH</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 25 augustus 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres bij dagvaarding op verkorte termijn van 16 augustus 2022,</para>
      <para>advocaat mr. E.E. Sprenkeling te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de moeder en de vader worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder heeft op de zitting van 23 augustus 2022 de dagvaarding toegelicht en verzocht vonnis te wijzen. Tegen de niet verschenen gedaagde (de vader) is verstek verleend, waarna vonnis is bepaald op 30 augustus 2022. </para>
        <para>Op 24 augustus 2022 is aan de moeder bericht dat het vonnis op 25 augustus 2022 bij vervroeging zal worden gewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 2 september 2021 heeft deze rechtbank bepaald dat de vader de minderjarige kinderen van partijen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de helft van de vakanties bij zich zal hebben. Aan die regeling heeft de vader geen uitvoering gegeven, nu hij de eerste vier weken van de vakantie alleen op vakantie is gegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vordering houdt in de kern in dat de vader moet worden veroordeeld om de laatste drie weken van de zomervakantie de kinderen, die 9 en 7 jaar oud zijn, bij zich te hebben. Deze vordering komt ongegrond voor, alleen al omdat de zomervakantie ten tijde van het wijzen van dit vonnis nagenoeg voorbij is (de kinderen gaan vanaf maandag 29 augustus 2022 weer naar school). Niet bekend is of de vader - die volgens de moeder onlangs heeft verklaard de kinderen niet te kunnen en willen opvangen omdat hij aan het werk is - op deze korte termijn nog kan organiseren dat hij de kinderen 3 weken bij zich heeft. Indien de vader bij zijn weigering blijft - zijn standpunt is niet bekend nu hij niet ter zitting is verschenen -   is er dus een risico dat de kinderen voor een dichte deur komen te staan. De door de moeder voor dat geval georganiseerde noodopvang (haar zus die in [plaats 1] woont kan dan naar [plaats 2] komen) maakt de situatie er niet beter op. Voorkomen moet worden dat de kinderen zich in de steek gelaten of afgewezen voelen. Hoewel begrijpelijk is dat de moeder heel graag haar zieke moeder in Egypte wil bezoeken en dit door de opstelling van de vader onmogelijk is gemaakt, is dit onvoldoende om de vordering toe te wijzen, nu dit niet in het belang van de kinderen wordt geacht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De gevraagde voorziening zal daarom worden geweigerd. Voor een veroordeling van de moeder in de proceskosten is geen aanleiding, al was het maar omdat de vader niet is verschenen en dus geen kosten heeft. Overigens heeft de moeder ook geen proceskostenveroordeling gevorderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>weigert de gevraagde voorziening.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2022. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>