<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:4973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T15:52:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 22 _ 840</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4973">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-26T10:25:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:4973 Rechtbank Amsterdam , 09-08-2022 / AWB - 22 _ 840</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4973:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd. Eiser had op de parkeerautomaat of de website van de gemeente kunnen kijken of hij op Nieuwjaarsdag voor het parkeren moest betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4973:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 22/840</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te België, eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van Amsterdam, verweerder,</bridgehead>
    <para>( [gemachtigde] ).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en de heffingsambtenaar genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 6 januari 2022 heeft de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan [eiser] opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de uitspraak op bezwaar van 3 februari 2022 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 2 augustus 2022. [eiser] is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van </para>
      <para>mr. P.E.H.A. Ingenhou.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Aan [eiser] is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, omdat hij op </para>
    <para>1 januari 2022 om 16:15 uur zijn auto met [kenteken] had geparkeerd ter hoogte van [adres] terwijl hij daarvoor geen parkeerbelasting had betaald.</para>
    <para />
    <para>2. Met de bestreden uitspraak is het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard. [eiser] heeft namelijk niet aangetoond dat hij wel parkeerbelasting heeft betaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt [eiser]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. [eiser] vindt de naheffingsaanslag onterecht. Hij nam aan dat hij op </para>
    <para>1 januari 2022 geen parkeergeld hoefde te betalen, omdat de [markt] die dag niet stond en Nieuwjaarsdag een soort zondag is. Op zon- en feestdagen hoef je in heel Nederland volgens [eiser] geen parkeergeld te betalen en hij heeft in de buurt van de [adres] wel vaker gratis geparkeerd. Tot slot voert [eiser] aan dat het hem verbaast dat de parkeerbelasting wordt nageheven, omdat hij te goeder trouw is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt heffingsambtenaar</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De heffingsambtenaar heeft zich op het standpunt gesteld dat – hoewel Nieuwjaarsdag een feestdag is – er ter hoogte van [adres] voor parkeren moet worden betaald omdat dat op een (reguliere) zondag ook zo is. Ter hoogte van de [adres] is betaald parkeren op zondag ingevoerd op 3 oktober 2021. Dat staat ook op de website van de gemeente Amsterdam en op de parkeerautomaten. Daarom geldt het normale parkeerregime en is [eiser] parkeerbelasting verschuldigd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt voorop dat [eiser] niet heeft betwist dat hij heeft geparkeerd op een plek waar parkeerbelasting verschuldigd is zonder de parkeerbelasting te voldoen. De vraag die rechtbank moet beantwoorden is of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht heeft opgelegd, terwijl [eiser] niet wist dat hij voor het parkeren moest betalen. </para>
    <para />
    <para>6. Voorop staat dat de heffingsambtenaar de taak heeft om duidelijk kenbaar te maken waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Dit kan blijken uit bebording of parkeerapparatuur in de directe omgeving van de parkeerplaats. Aan de andere kant heeft de parkeerder een onderzoeksplicht om zich op de hoogte te stellen van het parkeerregime dat ter plaatse geldt.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de vermelding op de parkeerautomaat al voldoende kenbaar heeft gemaakt dat ter plaatse sinds 3 oktober 2021 op de zondagen en ook op Nieuwjaarsdag parkeerbelasting verschuldigd is. Als [eiser] op de display van de parkeerautomaat had gekeken, had hij kunnen weten dat hij ook op Nieuwjaarsdag parkeerbelasting moest betalen. Daarnaast had [eiser] ook de website van de gemeente Amsterdam kunnen raadplegen. [eiser] heeft niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan. De stelling dat hij te goeder trouw is, maakt dit niet anders. De heffingsambtenaar heeft de parkeerbelasting dan ook terecht nageheven. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. [eiser] krijgt dus geen gelijk. Voor een vergoeding van het door [eiser] betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.M. Mazurel, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier</para>
      <para />
      <para> rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>