<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:4646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-02T08:48:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/646243 / FA RK 18-2333</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4646">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-12T14:25:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:4646 Rechtbank Amsterdam , 23-02-2022 / C/13/646243 / FA RK 18-2333</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4646:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzing verzoek om gezamenlijk gezag wegens risico op ernstige conflicten tussen de ouders</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4646:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a8c042a7-6532-459f-9639-038cb06afafa" depth="1" width="12" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="left" scale="100" fileref="4ab68872-b3ea-4bbf-8f29-fd8ad22e9c25" depth="1" width="525" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/13/646243 / FA RK 18-2333 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 23 februari 2022 betreffende wijziging van het gezag en omgangsregeling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>advocaat mr. B.M.C.M. van der Wel-Hiddes te Heemstede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>advocaat mr. B.J. den Hartog te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming,</emphasis>
      </para>
      <para>regio Amsterdam, locatie Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank houdt rekening met de beschikkingen van 22 augustus 2018, van 4 december 2019 en van 11 november 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van de stukken, waaronder: </para>
      <para>- het F9-formulier van 4 maart 2021 van de vader</para>
      <para>- het F9-formulier van 5 maart 2021 van de moeder;</para>
      <para>- het F9-formulier van 6 september 2021 van de vader;</para>
      <para>- het F9-formulier van de moeder van 19 oktober 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 januari 2022. </para>
        <para>Gehoord zijn: partijen, bijgestaan door hun advocaten en mevrouw [naam] namens de Raad. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft advocaat van de vrouw het rapport van Altra van 5 november 2021 overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de inmiddels verbroken relatie van partijen is geboren:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [minderjarige 1] , </emphasis>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2018, hierna: [minderjarige 1] .</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] is erkend door de vader.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De moeder is van rechtswege belast met de uitoefening van het gezag. [minderjarige 1] verblijft sinds het uiteengaan van partijen bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De moeder heeft nog twee meerderjarige dochters en een minderjarige dochter, [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008. [minderjarige 2] is in 2016 ondergebracht in het netwerk. De moeder woont sinds 2019 bij HVO Querido. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 22 augustus 2018 heeft de rechtbank de beslissing met betrekking tot de omgang en het verzoek om gezamenlijk gezag als hierna vermeld aanhouden, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan een traject bij Altra ‘Ouderschap Blijft’. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 4 december 2019 heeft de rechtbank een informatieregeling vastgesteld en de Raad verzocht onderzoek te doen met betrekking tot het gezag en de omgangsregeling, omdat het traject bij Altra voortijdig was gestopt.</para>
        <para>Op 24 maart 2020 heeft de Raad gerapporteerd en geadviseerd om per direct een, door het netwerk van vader begeleide, omgangsregeling vast te stellen, de ouders opnieuw te verwijzen naar Altra ‘Ouderschap Blijft’, welke instantie eventueel en op termijn ook de omgang kan begeleiden, alsmede om de informatieregeling te hervatten. Voorts adviseert de Raad de beslissing met betrekking tot het gezag aan te houden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 11 november 2020 heeft de rechtbank een omgangsregeling vastgesteld, waarbij de vader [minderjarige 1] ziet op dinsdag van 10:00 uur tot 17:00 uur en om de week een weekend van vrijdagavond tot zondagavond. Vakanties en feestdagen regelen partijen onderling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Aan de orde is nu dus nog het verzoek om de vader samen met de moeder te belasten met het gezag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Van de zijde van de vader is meegedeeld dat de omgangsregeling heel goed verloopt en dat hij [minderjarige 1] vaker opvangt dan afgesproken en dat de moeder dat ook wil. De communicatie tussen partijen is stukken beter, meestal via Whatsapp. Zo hebben zij ook de Kerstvakantie samen kunnen afspreken. Partijen botsen nog wel eens, maar dat is niet vreemd. De vader wordt wel op de hoogte gesteld door de moeder, maar niet betrokken bij de besluitvorming. Hij wil een actievere en grotere rol. Er is niet voldaan aan het zware wettelijke criterium voor het onthouden van gezamenlijk gezag en het verzoek van de vader om de ouders gezamenlijk met het gezag over [minderjarige 1] te belasten kan aldus toegewezen worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De moeder verzet zich tegen het verzoek van de vader. Zij betwist niet dat de omgang goed verloopt, maar zij vond het altijd al belangrijk dat [minderjarige 1] omgang had met haar vader. Zij heeft echter geen vertrouwen in de vader. Zodra het over zaken buiten de omgang gaat ontstaan er conflicten. De vader vertelt nog steeds onwaarheden en toont de moeder een andere kant van hemzelf dan tegenover derden. Het traject bij Altra is niet positief geëindigd en partijen kunnen nog steeds niet met elkaar communiceren. De vader blijft de moeder intimideren, beledigen, bedreigen en zonder respect behandelen. De moeder voorziet daarom juist wel dat [minderjarige 1] klem en verloren komt te zitten. Zij vindt dat de vader eerst meer vertrouwen bij haar moet opbouwen voordat hij mede met het gezag kan worden belast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De Raad heeft geadviseerd de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. De Raad ziet dat er, in aanmerking genomen waar de ouders vandaan komen en waar ze nu staan, een zekere positieve ontwikkeling is in de relatie tussen de ouders. Dit is ook fijn voor de kinderen. De Raad begrijpt de angst van de moeder wel. Het is niet zo dat de Raad geen zorgen ziet. Desondanks meent de Raad dat de vader een plek moet krijgen bij het nemen van beslissingen. Dit zal ook verantwoordelijkheid meebrengen voor de vader. Gezamenlijk gezag betekent dat partijen samen in overleg moeten gaan en kijken wat in het belang is van hun kind. Zij zullen water bij de wijn moeten doen als zij in overleg met elkaar beslissingen willen nemen. Dat is de verantwoordelijkheid van de ouders. De vader moet zijn netwerk betrekken om emotionele situaties te voorkomen. Er moeten nu niet weer procedures voor vervangende toestemming ontstaan. De Raad is van mening dat de zorgen van moeder onvoldoende zwaarwegend zijn om de vader het gezag te onthouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Hoewel partijen stappen hebben gezet in de verbetering van de relatie is de rechtbank van oordeel dat het nog te vroeg is om partijen gezamenlijk gezag te geven. De moeder heeft bepaalde ervaringen met de vader en vertrouwt hem daarom niet. De rechtbank kan de moeder erin volgen dat de man in het betrekkelijk recente verleden er blijk van heeft gegeven niet in het belang van het kind te kunnen denken. Uit het raadsrapport en ook uit de concept-rapportage van Altra blijkt dat de man in het algemeen moeite heeft om zijn emoties te bedwingen. Hem is aangeraden zijn netwerk in te schakelen om hem daarbij behulpzaam te zijn. </para>
        <para>Tijdens het door de rechtbank opgedragen traject bij Altra is ook daar weer een conflict ontstaan. Altra rapporteert “dat de ouders samen een adequate invulling weten te geven aan het ouderschap en dit langere tijd kunnen volhouden. De samenwerking is kwetsbaar wanneer ouders meer flexibiliteit van elkaar verwachten en afwijken van de vastgestelde omgang. Ouders vervallen dan in oude patronen.” </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder heeft gesteld dat de vader haar blijft intimideren, beledigen, bedreigen en zonder respect behandelen. De vader heeft dit niet dan wel onvoldoende betwist. De rechtbank acht het van groot belang dat de man in staat is om zijn emoties te beheersen en dat hij de moeder van zijn kind met respect kan behandelen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder deze omstandigheden, en mede gelet op de leeftijd van het kind, niet in het belang van dit kind om de man mede met het gezag te belasten. Het risico op ernstige conflicten en de kans dat het kind daar zeer negatieve gevolgen van ondervindt is op dit moment nog te groot. Daarbij acht de rechtbank het van belang dat de moeder zelfstandig beslissingen kan nemen over het kind.</para>
        <para>Als de communicatie tussen partijen op termijn beter verloopt zal de vader, in eerste instantie aan de moeder, dan wel opnieuw de rechtbank kunnen verzoeken om mede met het gezag te worden belast.</para>
        <para>De rechtbank wijst het verzoek om gezag van de man op dit moment echter af.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek om gezamenlijk gezag van de man af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. E. Dinjens, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I.H.H. Krajenbrink, griffier, op 23 februari 2022.<footnote-ref linkend="_5d55719e-7974-4d41-99e3-5ab700571052" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5d55719e-7974-4d41-99e3-5ab700571052" label="1">
    <para>Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).<?linebreak?>Het beroep moet worden ingesteld:<?linebreak?>- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;<?linebreak?>- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>