<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:4563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-09T16:08:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9713082  EA VERZ 22-108</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenbeschikking">Tussenbeschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-09T14:15:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:4563 Rechtbank Amsterdam , 12-05-2022 / 9713082  EA VERZ 22-108</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslagvrije voet. Tussenbeschikking. Gelegenheid nadere informatie en stukken te overleggen. Met diverse afbetalingsregelingen wordt rekening gehouden, omdat anders hoge kosten in rekening worden gebracht. In dat geval sprake van onevenredige hardheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="36b955a0-9476-4ec8-80ef-098920c88429" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="44fe926f-b398-416d-821b-9a2b816fcdf4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 		9713082 \ EA VERZ 22-108</para>
      <para>beschikking van:  12 mei 2022</para>
      <para>991</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>i n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , België</para>
      <para>verzoekster</para>
      <para>nader te noemen: [verzoekster]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de stichting Stichting Thuisvester</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Oosterhout</para>
      <para>verweerster</para>
      <para>nader te noemen: Thuisvester</para>
      <para>gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor Van Dongen &amp; Partners B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 februari 2022 heeft [verzoekster] een verzoek ingediend dat is aangemerkt als een verzoek tot verhoging van de beslagvrije voet op grond van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 475fa van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Thuisvester heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens hebben partijen over en weer nog op elkaar gereageerd, waarna een datum voor beschikking is bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster] , geboren op [geboortedag] 1976, woont in België.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Thuisvester heeft executoriaal derdenbeslag gelegd op het loon van [verzoekster] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [verzoekster] heeft eerder, op 19 augustus 2020, een verzoek tot vaststelling van een beslagvrije voet op grond van artikel 475e (oud) Rv ingediend. Bij beschikking van 17 november 2020 is de beslagvrije voet toen vastgesteld op € 1.099,09 per maand. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 3 februari 2022 heeft de gemachtigde van Thuisvester bericht dat de beslagvrije voet van [verzoekster] op basis van ontvangen informatie vanuit het OCMW Lanaken is berekend op € 1.047,00 per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para />
    <para>2. [verzoekster] verzoekt de kantonrechter de beslagvrije voet te verhogen en het teveel geïncasseerde met terugwerkende kracht vanaf 27 mei 2021 aan haar terug te betalen. <?linebreak?> verzoekt ook om betaling van een deel van de proceskosten. <?linebreak?></para>
    <para>3. [verzoekster] stelt dat zij een alleenstaande moeder van twee kinderen is. Haar financiële situatie is veranderd ten opzichte van de situatie ten tijde van de vaststelling van de beslagvrije voet in 2020. [verzoekster] heeft nu een parttime inkomen vanuit werk bij [bedrijf] te [plaats] . Vanaf 27 mei 2021 ontvangt [verzoekster] daarnaast een aanvullende werkloosheid uitkering van ACLVB. Haar vorige parttime dienstverband in België is komen te vervallen per 1 april 2021 wegens medische redenen. Vanwege de geringe inkomsten die [verzoekster] op dit moment genereert kan zij met de huidige beslagvrije voet van € 1.047,00 niet in het levensonderhoud van haarzelf en haar dochters voorzien. <?linebreak?></para>
    <para>4. Thuisvester heeft aangevoerd dat op basis van de voorafgaand aan deze procedure van [verzoekster] ontvangen informatie een beslagvrije voet van € 1.047,00 per maand heeft te gelden. Op basis van de deels afwijkende informatie die [verzoekster] bij haar verzoekschrift heeft gevoegd, komt de beslagvrije voet op € 1.037,00 per maand uit. De berekening voegt Thuisvester bij het verweerschrift. Een gedeelte van de door [verzoekster] verstrekte informatie omtrent de vaste lasten en schulden aan een derde is niet relevant voor de berekening van de beslagvrije voet. De beslagvrije voet is dan ook correct berekend.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>5. Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter sinds de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet per 1 januari 2021 de beslagvrije voet uitsluitend kan verhogen als na toepassing van de artikelen 475da tot en met 475e Rv sprake is van een onevenredige hardheid ten gevolge van een omstandigheid waarmee geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de beslagvrije voet.<?linebreak?></para>
    <para>6. De kantonrechter beschikt op dit moment nog niet over alle informatie en stukken die van belang zijn om een beslagvrije voet vast te stellen die recht doet aan de huidige, feitelijke financiële situatie van [verzoekster] . [verzoekster] wordt in de gelegenheid gesteld om de hierna in overwegingen 8. en 9. vermelde informatie en stukken te verstrekken. <?linebreak?></para>
    <para>7. Reeds nu overwogen dat de kantonrechter rekening zal houden met de door [verzoekster] genoemde schulden aan de gemeente [gemeente] , Achmea Zorgverzekeringen en De Watergroep. Uit de door [verzoekster] overgelegde stukken aangaande die schulden volgt dat indien zij deze verplicht te betalen (afbetalings-)bedragen niet voldoet, hoge extra kosten, al dan niet ten gevolge van gerechtelijke procedures, daarvan het gevolg zullen zijn. De schuldenlast van [verzoekster] wordt in dat geval alleen maar groter. Geoordeeld wordt daarom dat indien geen rekening wordt gehouden met deze lasten van [verzoekster] , onverkorte toepassing van de artikelen 475da tot en met 475e Rv zal leiden tot een onevenredige hardheid.<?linebreak?></para>
    <para>8. De kantonrechter beschikt niet over de meest recente salarisspecificaties. Bij het verzoekschrift zitten uitsluitend twee (verouderde) salarisspecificaties uit 2021 en een salarisspecificatie zonder aanduiding van werkgever of periode. [verzoekster] wordt in de gelegenheid gesteld om salarisspecificaties over de maanden januari 2022 tot en met april 2022 te overleggen. <?linebreak?></para>
    <para>9. Voor de beoordeling is ook van belang wat de op dit moment openstaande schuld is bij Achmea Zorgverzekeringen. De brief aangaande het afbetalingsplan dateert van 11 februari 2020. De kantonrechter wenst ook te vernemen of het bedrag van € 25,00 ter afbetaling op die schuld tot op heden ongewijzigd is gebleven en zo niet, wat het maandbedrag per wanneer dan wel is.<?linebreak?></para>
    <para>10. [verzoekster] krijgt vier weken de tijd om de in overwegingen 8. en 9. bedoelde informatie en stukken te verstrekken. Indien [verzoekster] de informatie en stukken eerder verstrekt, zal ook eerder een beslissing volgen. Thuisvester krijgt de gelegenheid om op de door [verzoekster] te verstrekken informatie en stukken te reageren op een korte termijn van twee weken gezien de aard van deze procedure. <?linebreak?></para>
    <para>11. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>stelt [verzoekster] in de gelegenheid de in overwegingen 8. en 9. bedoelde informatie en stukken aan de kantonrechter te verstrekken;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>stelt Thuisvester in de gelegenheid om op de door [verzoekster] te verstrekken informatie en stukken te reageren;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier							De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>