<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:4533</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-10T11:06:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-730020-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4533">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4533</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-10T09:49:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:4533 Rechtbank Amsterdam , 18-05-2022 / 13-730020-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4533:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van witwassen van €269.040,- uit een bigshopper tas in een auto, waarvan verdachte de bijrijder was. Geen bewijs voor wetenschap van en beschikkingsmacht over de inhoud van de tas van verdachte, dus geen opzet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4533:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="df233200-2169-4274-ae56-eef01b2b77ad" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-730020-18 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 18 mei 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats 1] ( [land van herkomst] ) op [geboorteplaats 2] 1990, </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 mei 2022. Verdachte en zijn raadsman, mr. V.A. van Biljouw, waren daarbij niet aanwezig. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.A. van de Vliet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De beschuldiging </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt  kort gezegd  beschuldigd van het samen met een ander witwassen van € 269.040 op 27 februari 2018 te Hoofddorp en/of Den Haag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging staat in de bijlage.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het standpunt van het Openbaar Ministerie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat het tenlastegelegde kan worden bewezen, omdat uit het dossier is af te leiden dat de bestuurder van de Opel [auto model] een bigshopper aan een persoon in de Ford heeft overgedragen. Verdachte zat op dat moment als bijrijder in de Opel [auto model] . In de Ford zat een verborgen ruimte waarin het geld is aangetroffen. Bovendien lag er een zelfde soort bigshopper, leeg, in de Ford. Verdachte is vaker waargenomen met medeverdachte [medeverdachte] en in de [auto model] . Vanuit de [auto model] worden vaker contacten met personen in andere auto’s waargenomen, waarbij ook tassen werden overgedragen. Deze omstandigheden samengenomen met het aantreffen van verborgen ruimtes in meerdere auto’s die zijn waargenomen, verdovende middelen in doorzochte woningen en de totaal ongeloofwaardige verklaring van verdachte maken dat moet worden geconcludeerd dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen hebben gehandeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt niet bewezen dat verdachte het bedrag in de tenlastelegging heeft witgewassen. Hij wordt daarvan vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier kan worden afgeleid dat verdachte op die dag als bijrijder in de Opel [auto model] zat. De bestuurder van de Opel [auto model] zou in de lezing van het Openbaar Ministerie vervolgens een gevulde bigshopper naar de Ford hebben gebracht, waarin het uiteindelijk in de Ford aangetroffen geldbedrag zou hebben gezeten. Van handelingen van verdachte met de bigshopper is niet gebleken. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte wist dat er geld in de bigshopper zat en ook niet dat hij daarover heeft kunnen beschikken. De andere door de officier van justitie geschetste omstandigheden zijn weliswaar verdacht, maar leveren onvoldoende bewijs op voor een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van (het witwassen van) dit specifieke bedrag tussen de bestuurder van de Opel [auto model] en verdachte. Ook de andere witwashandelingen kunnen niet worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [(...)] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>