<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:4139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T15:33:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 5096</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4139">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-13T12:08:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:4139 Rechtbank Amsterdam , 20-07-2022 / AWB - 21 _ 5096</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4139:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>: BNT Bezwaar etegen aanmaningskosten. Beslistermijn zes weken. Dwangsom verbeurd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4139:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM  </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 20/5096</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te Zoetermeer, eiser</bridgehead>
    <para>( [gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaarschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden.<footnote-ref linkend="_500e56b7-c1e6-49ca-b8eb-973b64877a8c" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Nu verweerder geen stukken heeft ingediend, gaat de rechtbank uit van de stukken die door eiser zijn overgelegd. </para>
    <para>2. Eiser heeft op 24 mei 2021 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 mei 2021. In dit besluit heeft verweerder aanmaningskosten bij eiser in rekening gebracht wegens een niet betaalde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Met een brief van 13 augustus 2021 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Vervolgens is eiser op 17 oktober 2021 in beroep gegaan vanwege het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift. </para>
    <para />
    <para>3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_90cc0610-ccb9-4611-a9f5-e8f1d84bbd4c" />Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_6ce502f4-b276-4a4b-8484-5994b94dfa87" /></para>
    <para />
    <para>4. Het bestuursorgaan beslist op het bezwaar binnen zes weken na de dag waarop de bezwaartermijn is verstreken.<footnote-ref linkend="_a7da9480-3e23-442b-97b5-d0e0446525ab" /> De rechtbank gaat ervan uit dat het besluit van 7 mei 2021 op dezelfde datum is verzonden. Dat betekent dat de bezwaartermijn liep tot en met 18 juni 2021. Verweerder had dan ook zes weken later, oftewel uiterlijk op 30 juli 2021 moeten beslissen op het bezwaar. De rechtbank stelt vast dat verweerder, voor zover de rechtbank bekend, geen besluit heeft genomen. Verweerder heeft daarom de beslistermijn overschreden. De rechtbank stelt vast dat eiser verweerder na die beslistermijn in gebreke heeft gesteld en meer dan twee weken daarna in beroep is gegaan.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is dus gegrond. </para>
    <para />
    <para>6. Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag.<footnote-ref linkend="_90cefdda-f156-4495-92c5-f69dae858908" /> Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was.<footnote-ref linkend="_e8b4815b-06b3-4194-a9ae-97810177768d" /></para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank stelt de hoogte van de dwangsom met toepassing van artikel 8:55c van de Awb vast. Eiser heeft verweerder op 13 augustus 2021 in gebreke gesteld. Dit betekent dat verweerder, gelet op artikel 4:17 van de Awb, tot uiterlijk 27 augustus 2021 een besluit kon nemen zonder een dwangsom te verbeuren. Omdat na deze datum meer dan 42 dagen zijn verstreken, bedraagt de door verweerder verschuldigde dwangsom het maximale bedrag van € 1.442,-. </para>
    <para />
    <para>8. Als het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, draagt de rechtbank het bestuursorgaan op om binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend te maken. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.<footnote-ref linkend="_abfee448-0dd2-4484-9a54-83a8d2522798" />Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om een verweerschrift. Er zijn dan ook geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht. Dat betekent dat verweerder uiterlijk binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak wordt verzonden alsnog zijn besluit bekend moet maken.</para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder per zaak een dwangsom van € 100,- is verschuldigd voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.</para>
    <para />
    <para>10. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.</para>
    <para>11. De rechtbank veroordeelt verweerder ook in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en of er een dwangsom is verschuldigd.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- stelt vast dat verweerder als gevolg van het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift een dwangsom heeft verbeurd van € 1.442,-</para>
    <para>- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; </para>
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 379,50.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>N. van der Kroft, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para />
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_500e56b7-c1e6-49ca-b8eb-973b64877a8c" label="1">
    <para> De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90cc0610-ccb9-4611-a9f5-e8f1d84bbd4c" label="2">
    <para> Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ce502f4-b276-4a4b-8484-5994b94dfa87" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a7da9480-3e23-442b-97b5-d0e0446525ab" label="4">
    <para> Artikel 7:10, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90cefdda-f156-4495-92c5-f69dae858908" label="5">
    <para> Artikel 4:17 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8b4815b-06b3-4194-a9ae-97810177768d" label="6">
    <para> Artikel 4:18, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abfee448-0dd2-4484-9a54-83a8d2522798" label="7">
    <para> Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>