<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:4076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-22T14:40:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/752327-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4076">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:4076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-21T14:06:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:4076 Rechtbank Amsterdam , 10-05-2022 / 13/752327-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4076:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Polen, vervolging. EAB genoegzaam. Gelijkstellingsverweer verworpen. Detentieomstandigheden. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:4076:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/752327-21</para>
      <para>RK nummer: 21/6441</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 10 mei 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 31 mei 2021 door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Wrocław</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>gedetineerd in [naam PI] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 12 januari 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 12 januari 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Loonstein, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd. Ook heeft zij de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen met 60 dagen verlengd (op grond van artikel 22, vierde lid, OLW) omdat de rechtbank in afwachting was van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie. De rechtbank heeft daarnaast de gevangenhouding bevolen.<?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie (naar aanleiding van de verwijzingsbeslissing van 14 september 2021 met kenmerk: ECLI:NL:RBAMS:2021:5052).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 26 april 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is met toestemming van de officier van justitie en de opgeëiste persoon op 26 april 2022 hervat in de stand waarin het onderzoek zich bevond ten tijde van de schorsing op 12 januari 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is wederom bijgestaan door zijn raadsman, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 22, vierde lid, OLW is de beslistermijn opnieuw verlengd met 60 dagen, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie met 60 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">decision on temporary detention for a period of 14 days from detention date of November 2019, ref.no. II Kp 188/19 passed by District Court [Sqd Rejonowy] in Milicz</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Genoegzaamheid  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd omdat de omschrijving van de feiten in het EAB niet genoegzaam is. De overlevering wordt verzocht voor acht strafbare feiten, maar bij geen van de feiten wordt een tijdstip vermeld. Daarnaast wordt bij de feiten 2, 3, 4 en 8 gesproken over ‘<emphasis role="italic">jointly and in concert with others</emphasis>’, maar wordt niet beschreven wat dan de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens dient te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die beschrijving de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen.</para>
        <para>In deze zaak geldt het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon wordt verdacht van (het medeplegen van) in totaal acht diefstallen die al dan niet met braak hebben plaatsgevonden, waarbij behalve de pleegplaats en pleegdatum telkens een korte omschrijving is gegeven van waar en met wie welke goederen zijn weggenomen, hoeveel de schade bedraagt en wie het slachtoffer is. Anders dan wat de raadsman in zijn verweer lijkt te suggereren is er geen verplichting tot vermelding van het ‘tijdstip’ van de strafbare feiten.<footnote-ref linkend="_d043dd96-f853-4d9d-8ed1-95dcc8ee03a8" /> De opgeëiste persoon wordt bij de feiten 2, 3, 4 en 8 aangemerkt als mededader. De rechtbank is van oordeel dat op basis van deze omschrijving voldoende duidelijk is waarvoor de overlevering van de opgeëiste persoon wordt verzocht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat sprake is van een (lopend) strafrechtelijk onderzoek en niet van een veroordeling. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	diefstal;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Gelijkstellingsverweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon gelijk moet worden gesteld met een Nederlander. De opgeëiste persoon verblijft sinds 5 à 6 jaar in Nederland. Dit blijkt onder andere uit het feit dat de opgeëiste persoon in 2018 een strafbaar feit heeft gepleegd. Gelet op de medische toestand van de opgeëiste persoon, heeft de raadsman verder geen stukken kunnen overleggen die zijn standpunt onderbouwen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet ingevolge artikel 6, derde lid, van de OLW (onder andere) zijn aangetoond dat de opgeëiste persoon ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de onderbouwing van het ononderbroken verblijf gedurende vijf jaren is een inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP) leidend, maar de opgeëiste persoon kan zijn verblijfsduur ook met andere stukken onderbouwen, mits deze voldoende concreet en objectief zijn.<footnote-ref linkend="_1e54453e-1e80-42b9-8123-c145ec371cc8" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon verblijft volgens de BRP pas sinds 2020 in Nederland. De raadsman heeft geen stukken overlegd waaruit volgt dat de opgeëiste persoon gedurende een langere periode, namelijk vijf jaar, ononderbroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Gelet hierop is niet aangetoond dat hij een duurzaam verblijfsrecht als EU-onderdaan heeft opgebouwd en kan de opgeëiste persoon niet gelijk gesteld worden met een Nederlander. De rechtbank verwerpt het gelijkstellingsverweer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Detentieomstandigheden, artikel 11 OLW jo. artikel 4 van het Handvest  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft gesteld dat de detentieomstandigheden in Polen dusdanig niet in orde zijn en dat het toestaan van de overlevering zal leiden tot een flagrante schending van de fundamentele rechten van de opgeëiste persoon. De raadsman heeft ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar een rapport van de <emphasis role="italic">European Prison Observatory </emphasis>van 2013 en een rapport van de <emphasis role="italic">Helsinki Foundation for Human Rights</emphasis> van 2018. Daarnaast heeft hij verwezen naar een krantenartikel van 13 juli 2020, waaruit volgt dat in de gevangenis in Wroclaw in een periode van anderhalf jaar vijf gedetineerden zelfmoord hebben gepleegd. Deze informatie is des te zorgelijk gelet op de psychiatrische gesteldheid van de opgeëiste persoon. Subsidiair heeft de raadsman verzocht vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens zijn verstrekt, dan wel ambtshalve bij haar bekend zijn, op grond waarvan af zou moeten worden geweken van haar eerder uitgezette lijn, te weten dat uit de beschikbare gegevens over de algemene detentieomstandigheden in Polen niet blijkt van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. In de uitspraak van 7 mei 2021 heeft de rechtbank dit bevestigd en is daarbij ingegaan op de door de raadsman aangehaalde stukken.<footnote-ref linkend="_dd29847c-27f0-473d-aee3-bfcc578f9fc3" /> Gelet op het eveneens in die uitspraak uiteengezette juridische kader, kan evenmin worden gesteld dat sprake is van een reëel gevaar dat personen met psychische problematiek die in Polen zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld. <?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank is gelet op bovenstaande van oordeel dat de detentieomstandigheden geen beletsel vormen voor overlevering en verwerpt het verweer van de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47, 310 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Circuit Court in Wrocław</emphasis> (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.G. Vegter,  				                         				 voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.A.A.G. de Vries en E.G.M.M. van Gessel,					    rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen,		                         	  		     griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 10 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d043dd96-f853-4d9d-8ed1-95dcc8ee03a8" label="1">
    <para> Rechtbank Amsterdam 3 januari 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1095.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e54453e-1e80-42b9-8123-c145ec371cc8" label="2">
    <para> Zie bijv. Rb. Amsterdam 5 januari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BK9117.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd29847c-27f0-473d-aee3-bfcc578f9fc3" label="3">
    <para> Rb. Amsterdam 7 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2468.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>