<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:3853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-08T13:39:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/012268-22 (Promis)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:3853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:3853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-06T13:46:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:3853 Rechtbank Amsterdam , 08-07-2022 / 13/012268-22 (Promis)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:3853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 35-jarige man is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf omdat hij op 14 januari 2022 een vervalst ID-bewijs in bezit had in Amsterdam. Hij is vrijgesproken van diefstal met geweld samen met een ander van een imitatie-Rolex op Plein 40-45 in mei vorig jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:3853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/012268-22 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 8 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 april 2022 en 24 juni 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Willemsen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.C. Reisinger naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Beschuldiging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het samen met een ander met geweld stelen van een imitatie Rolex van [slachtoffer] op 28 mei 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het voorhanden hebben van een vals of vervalst identiteitsbewijs op 14 januari 2022. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging staat in de bijlage. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier kan het volgende worden afgeleid. Op 28 mei 2021 krijgt de politie een melding van een straatroof op Plein ’40-’45 in Amsterdam. Twee mannen zouden hierbij een imitatie Rolex van de pols van aangever [slachtoffer] hebben gerukt. Het Openbaar Ministerie verdenkt verdachte ervan deze straatroof samen [medeverdachte]  te hebben gepleegd (feit 1). [medeverdachte] is inmiddels veroordeeld voor deze diefstal met geweld, samen met een ander gepleegd. De politie is uitgekomen bij verdachte omdat op een telefoon, die door één van de daders op de plaats delict zou zijn achtergelaten, foto’s van verdachte zouden staan. Ook zou verdachte na de diefstal rennend te zien zijn op camerabeelden in de buurt van de plaats delict. </para>
        <para>Verdachte verklaart dat hij de persoon is op de camerabeelden en de foto’s op de telefoon. Hij ontkent iets met de diefstal met geweld te maken te hebben. Bij zijn aanhouding op 14 januari 2022 is bij verdachte een identiteitsbewijs aangetroffen dat volgens het Openbaar Ministerie vervalst is (feit 2). Verdachte verklaart dat hij wist dat dit identiteitsbewijs vals is.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op basis van het dossier kan worden bewezen dat verdachte één van de daders van de diefstal met geweld is. Verdachte heeft erkend dat hij in de buurt van de diefstal was. Hij is kort na de diefstal rennend te zien op camerabeelden, opgenomen om de hoek van de plaats delict. Daarnaast is hij te zien op foto’s op de telefoon van [medeverdachte] , die al voor dit feit is veroordeeld. Ook heeft een getuige een signalement opgegeven dat past bij verdachte. De verklaring die verdachte heeft gegeven voor de beelden waarop hij rennend te zien is, is ongeloofwaardig.</para>
        <para>Het voorhanden hebben van een vervalst identiteitsbewijs (feit 2) kan ook worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte moet worden vrijgesproken van de straatroof, omdat niet kan worden uitgesloten dat iemand anders deze diefstal met geweld samen met [medeverdachte] heeft gepleegd. De verdediging heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot het bewijs van feit 2.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak van de straatroof (feit 1)</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank vindt feit 1 niet bewezen. De rechtbank leidt uit het dossier af dat op 28 mei 2021 een straatroof heeft plaatsgevonden, waar twee daders bij betrokken waren en waarbij het horloge van [slachtoffer] is gestolen. [medeverdachte] was blijkens de eerdere veroordeling één van de daders. De rechtbank kan niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte de andere dader was. Dat verdachte ten tijde van de straatroof daar dichtbij in de buurt was, en samen met [medeverdachte] zou hebben gerend, is daarvoor onvoldoende. De diefstal zelf staat niet op beeld. Aangever en een getuige hebben verschillende signalementen opgegeven van de daders. In een aantal van deze signalementen past verdachte niet. Verdachte heeft verklaard dat hij rende, omdat hij [medeverdachte] rennend tegenkwam en die hem zei met hem mee te rennen. De rechtbank kan deze verklaring onvoldoende uitsluiten. Dit bij elkaar maakt dat de rechtbank te veel twijfel heeft of verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de straatroof. Daarom wordt hij vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijs van het voorhanden hebben van vervalst identiteitsbewijs (feit 2)</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank vindt het voorhanden hebben van een vervalst identiteitsbewijs bewezen. Omdat verdachte dit feit heeft bekend en de advocaat geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met de opsomming van de gebruikte bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 24 juni 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Een proces-verbaal van aanhouding van 14 januari 2022 met nummer PL1300-202115374059 in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar] , doorgenummerde p. 4.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Een proces-verbaal van bevindingen van 16 januari 2022 met nummer PL27QR/22-004064, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren V. van Koeveringe en K. Seldenthuis (inclusief bijlagen), doorgenummerde p. 20 t/m 23.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vindt op grond van de genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>op 14 januari 2022 te Amsterdam een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een Frans identiteitsbewijs met nummer [nummer] ten name van [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , waarvan verdachte wist dat dit vervalst was (immers zijn de afgiftegegevens en persoonsgegevens en de pasfoto niet door de daartoe bevoegde Franse autoriteiten op dat identiteitsbewijs aangebracht), voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en om bij bewezenverklaring van beide feiten een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen. Bij een veroordeling voor alleen feit 2 zou een lagere straf dan het oriëntatiepunt van de rechtbanken voor dit feit passend zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezengeachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vervalst identiteitsbewijs. Dat er vervalste reisdocumenten in omloop zijn, doet af aan de betrouwbaarheid van reisdocumenten in het algemeen. Daarnaast wordt een goede identiteitscontrole hierdoor bemoeilijkt. Vreemdelingen die niet tot verblijf in Nederland gerechtigd zijn kunnen zich met behulp van vervalste documenten voordoen alsof zij wel tot verblijf in Nederland bevoegd zijn. Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij dat valse document daarvoor gebruikte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft gekeken naar de afspraken die de rechtbanken onderling hebben gemaakt over strafoplegging, de zogenoemde oriëntatiepunten waar de advocaat naar heeft verwezen. Als uitgangspunt geldt voor dit feit een gevangenisstraf van twee maanden. De rechtbank ziet geen aanleiding in de persoon van verdachte of de omstandigheden waarin het feit is begaan om daarvan af te wijken. De rechtbank legt verdachte dus twee maanden gevangenisstraf op. </para>
        <para>Die straf is korter dan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft gezeten. Daarom heeft de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis tegen verdachte op 24 juni 2022 opgeheven. Hiervan is een apart bevel opgemaakt. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">6.	Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De op te leggen straf is gegrond op artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet dat het vervalst is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. J. Huber, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. G.H. Marcus en R.K. Pijpers, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.C. Roodenburg, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 juli 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>