<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:3628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T15:26:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS - 21 _ 1400</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:3628">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:3628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T15:26:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:3628 Rechtbank Amsterdam , 29-06-2022 / AMS - 21 _ 1400</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:3628:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Maatschappelijke opvang ogv Wmo, verplaatsing van wachtlijst voor gezinnen naar wachtlijst voor volwassenen. Beroep gegrond, omdat verweerder hierover een (primair) besluit had moeten nemen. Rechtsgevolgen in stand, want geen aanspraak op opvang gezinnen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:3628:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 21/1400 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K.J.T.M. Hehenkamp),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.C. Smit).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een e-mail van 12 augustus 2020 heeft HVO Querido eiseres bevestigd dat zij niet meer op de wachtlijst staat voor een Maatschappelijk Opvang traject in [opvangplek] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 12 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde (via een telefoonverbinding). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen nogmaals naar de situatie van eiseres te kijken. Verweerder heeft daarvoor een schriftelijke onderbouwing nodig van Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) of een andere deskundige over de gezinssituatie, die eiseres moet overleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft een brief van JBRA van 9 mei 2022 overgelegd en een verklaring van haar oudste dochter van 21 april 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft hier 18 mei 2022 op gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en met toestemming van partijen zonder nadere zitting uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor Maatschappelijke Opvang (MO) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Zij heeft twee dochters, geboren op [geboortedag] 2004 en [geboortedag] 2014, die in een pleeggezin verblijven. JBRA heeft de voogdij over de kinderen. Naar aanleiding van de aanvraag heeft een screening plaatsgevonden waarvan op 3 juni 2019 een verslag is gemaakt. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 19 juni 2019 is eiseres toegelaten tot de MO. Eiseres is op de wachtlijst geplaatst voor een traject voor gezinnen in de opvang van HVO Querido in [opvangplek] . <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Met een e-mail van 12 augustus 2020 heeft HVO Querido aan eiseres bevestigd dat zij niet meer op de wachtlijst staat voor [opvangplek] en dat de GGD contact met haar zal opnemen over een vervolgtraject. <?linebreak?></para>
      <para>2. Verweerder overweegt in het bestreden besluit dat het bericht van HVO Querido in beginsel geen besluit is omdat het niet afkomstig is van een bestuursorgaan. Verweerder heeft dit gebrek hersteld door het bericht als zodanig te behandelen, omdat het wel ziet op rechtsgevolg. Verweerder verklaart het bezwaar ongegrond. Volgens verweerder is bij de aanvraag uitgegaan van mogelijke terugplaatsing van de kinderen bij eiseres. Waar een jaar geleden in eerste instantie rekening is gehouden met een traject gericht op een gezin met kinderen is dat nu niet meer legitiem, omdat sprake is van onzekerheid over de terugplaatsing van de kinderen en er ook geen perspectief daarop is, aldus verweerder. Volgens verweerder is de situatie nu anders. Een traject in MO voor gezinnen is niet langer passend en niet noodzakelijk. Eiseres komt in aanmerking voor een MO traject voor alleenstaanden. <?linebreak?>Verweerder heeft een beschikking van 7 oktober 2020 overgelegd waarin aan eiseres MO is toegekend. Eiseres heeft hier geen gebruik van gemaakt. Op de zitting heeft verweerder aangegeven dat dit MO voor volwassenen betreft. <?linebreak?></para>
      <para>3. Eiseres voert in beroep aan dat onduidelijk is hoe de gezinssituatie, en het uitzicht op terugkeer van haar kinderen, gewogen is. Daarnaast voert eiseres aan dat een wettelijke grondslag voor de schrapping van de wachtlijst voor het gezinstraject ontbreekt. <?linebreak?></para>
      <para>4. Het JBRA schrijft in de brief van 9 mei 2022 dat de kinderen van eiseres vanaf 11 april 2018 uit huis geplaatst zijn en in een pleeggezin terecht zijn gekomen. Sinds de uithuisplaatsing heeft eiseres altijd contact gehouden en zich aan de regels en afspraken gehouden rondom omgang met de kinderen. Eiseres is erg betrokken gebleven en wil graag meedenken rondom belangrijke beslissingen voor haar kinderen. JBRA schrijft dat een kindvriendelijke plek waarbij de kinderen hun eigen kamer hebben van grote meerwaarde zou zijn voor de kinderen. Dat zou betekenen dat er meer logeermogelijkheden zijn. Het is niet de bedoeling dat de kinderen voor hun achttiende weer bij hun moeder of vader gaan wonen. Hun toekomstperspectief is bij hun pleeggezinnen waar hun hoofdopvoeders zijn en hoofdopvoederstaken uitvoeren. Dat betekent niet dat de rol van eiseres minder belangrijk is. <?linebreak?><emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank  </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verweerder een en ander niet goed heeft aangepakt. In het bestreden besluit erkent verweerder dat de e-mail van HVO Querido van 12 augustus 2020 rechtsgevolg heeft. Verweerder had dus zelf een primair besluit moeten nemen, waar eiseres tegen op kon komen. Daarnaast was niet duidelijk wat de aanleiding was om eiseres van de wachtlijst voor gezinnen naar de wachtlijst voor alleenstaanden te verplaatsen. Ook in het bestreden besluit heeft verweerder dat niet gemotiveerd en evenmin is op de zitting duidelijk geworden wat de aanleiding hiervoor was. Ten tijde van de screening op 3 juni 2019 waren de kinderen immers al in een pleeggezin geplaatst en met een beschikking van 15 maart 2019 is JBRA benoemd tot voogd van de kinderen. Verweerder heeft niet duidelijk gemaakt welke gebeurtenis in de periode tussen 3 juni 2019 en 12 augustus 2020 aanleiding gaf om eiseres van de wachtlijst voor gezinnen af te halen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren vanwege een motiveringsgebrek in het bestreden besluit vernietigen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder in zijn reactie van 18 mei 2022 dat eiseres niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang voor gezinnen. Zoals verweerder zegt is maatschappelijke opvang bedoeld om een acute noodsituatie waarin sprake is van (dreigende) dakloosheid op te lossen.<footnote-ref linkend="_f28e41ab-59da-4dfb-b96a-953e5d4dbb86" /> De kinderen zijn niet dakloos en wonen in een pleeggezin. Uit de brief van JBRA blijkt niet dat gezinsopvang ertoe zal leiden dat de kinderen weer bij eiseres zullen gaan verblijven. Er is geen aanwijzing dat de situatie van de kinderen op korte termijn zal veranderen. Opvang voor gezinnen is voor eiseres daarom niet passend of noodzakelijk.<footnote-ref linkend="_138fc3a3-22b8-4595-9498-dd9d9e39d1e7" /> De opvang is niet bedoeld om eiseres in staat te stellen om haar kinderen te ontmoeten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. Ook moet verweerder de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiseres te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.518,-. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para />
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het met deze uitspraak niet eens? </title>
    <parablock>
      <para>Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.  </para>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f28e41ab-59da-4dfb-b96a-953e5d4dbb86" label="1">
    <para> Artikel 4.5, eerste lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_138fc3a3-22b8-4595-9498-dd9d9e39d1e7" label="2">
    <para> Artikel 2.3.5, vierde lid, van de Wmo 2015. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>