<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-07T12:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9604957 CV 21-18331</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:322">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-02T11:20:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:322 Rechtbank Amsterdam , 04-02-2022 / 9604957 CV 21-18331</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:322:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ambtshalve toetsen koop op afstand Op de koopovereenkomst zijn verschillende sets algemene voorwaarden van toepassing. Die zijn niet overgelegd zodat het ambtshalve onderzoek niet kan worden uitgevoerd. Vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:322:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a54daa9d-90fe-4c74-ad3f-af4703db5c1f" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6bc1c569-1343-4852-a1a7-fb458a871d99" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9604957 \ CV EXPL 21-18331</para>
      <para>vonnis van:  4 februari 2022</para>
      <para>fno.:  393</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap bol.com B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>eisende partij </para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verloop van de procedure</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Bij exploot van dagvaarding van 9 december 2021 heeft eisende partij gevorderd dat gedaagde partij zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 368,97 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overeenkomst die in deze procedure centraal staat is gesloten tussen een handelaar en (gedaagde partij als) een consument. In dat geval moet ambtshalve worden onderzocht of de bedingen die in die overeenkomst staan oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13 EG. Ook moet ambtshalve worden onderzocht of de handelaar bepaalde informatieplichten heeft nageleefd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Stellingen van eisende partij <?linebreak?>Eisende partij is een online retailer en platformaanbieder waar consumenten diverse categorieën producten kunnen bestellen. Gedaagde partij heeft via de webshop van eisende partij een of meerdere artikelen gekocht bij een externe verkoper. </title>
    <para>Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden Thuiswinkel van toepassing. Voordat de consument daadwerkelijk een bestelling plaatste heeft zij zich akkoord verklaard met deze algemene voorwaarden.<?linebreak?>De vordering is mede gegrond op bepalingen in de algemene voorwaarden Thuiswinkel, de vorderingen met betrekking tot de incassokosten en een bedrag aan wettelijke rente zijn gebaseerd op artikel 15 lid 1 en lid 4 van die algemene voorwaarden, aldus eisende partij.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij heeft schermafdrukken van een voorbeeld bestelling bij een externe partij op de website van Bol.com overgelegd. Daaruit blijkt dat op de aankoop bij een externe partij de algemene voorwaarden <emphasis role="italic">kopen bij andere verkopers</emphasis> van toepassing zijn en de algemene voorwaarden van een externe partij.</para>
      <para>Eisende partij heeft deze algemene voorwaarden niet overgelegd en ook niet toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De algemene voorwaarden Thuiswinkel, die volgens eisende partij op de onderhavige overeenkomst van toepassing zijn en waarop de vordering mede zou zijn gegrond, heeft zij evenmin overgelegd. Het verstrekken van een link volstaat niet. Eisende partij heeft voorts niet toegelicht op welke wijze gedaagde partij van deze algemene voorwaarden kennis heeft kunnen nemen. Uit de overgelegde schermafdrukken van het bestelproces blijkt dat in ieder geval niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door het niet overleggen van de verschillende sets algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn en waarop de vordering is gebaseerd, kan het in de eerste alinea bedoelde ambtshalve onderzoek niet worden uitgevoerd. Eisende partij heeft dan ook niet voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>wijst de vorderingen af;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt eisende partij in de proceskosten gevallen aan de zijde van gedaagde partij, tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>