<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:2985</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-21T10:11:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/712840</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:2985">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:2985</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-21T10:10:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:2985 Rechtbank Amsterdam , 14-04-2022 / C/13/712840</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:2985:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in voorziening voor pleegzorg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:2985:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
      <para>Meervoudige Kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens	: C/13/712840 / JE RK 22/44</para>
      <para>datum uitspraak: 14 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking verlenging uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI), gevestigd te Amsterdam,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de moeder] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, is de moeder.</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [de vader]
      </emphasis>, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, is de vader. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: de moeder, de vader en de bijzondere curator van [minderjarige] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in deze procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), gevestigd te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>
      <?linebreak?>Het procesverloop tot 10 februari 2022 blijkt uit de beschikking van die datum. De rechtbank heeft kennis genomen van de daarna ingekomen stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de nagekomen stukken van de moeder van 5 april 2022;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de nagekomen stukken van de GI van 8 april 2022 en 11 april 2022.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 april 2022 heeft de rechtbank de zaak mondeling met gesloten deuren behandeld, gelijktijdig met de zaken met zaaknummers C/13/665615 / FA RK 19-2574 en C/13/704663 / JE RK 21-578, hierna te noemen: de omgangszaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. J.J.M. Kleiweg, advocaat te Amsterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. M. Gruiters, advocaat te Nieuwegein;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bijzondere curator van [minderjarige] , mw. drs. A. van Teijlingen, gevestigd te Sassenheim,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mw. [naam 1] en mw. [naam 2] , als vertegenwoordigsters van de GI;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mw. [naam 3] als vertegenwoordigster van de Raad.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?></title>
    <para>
      [minderjarige] woonde sinds het uiteengaan van partijen in 2014 bij de moeder. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 12 juni 2014 is [minderjarige] onder toezicht gesteld welke maatregel daarna telkens is verlengd tot 12 december 2018. In deze periode is hij van 19 december 2014 tot </para>
      <para>24 juli 2015 uit huis geplaatst geweest in een netwerkpleeggezin.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 2 september 2020 is [minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld tot 2 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij mondelinge beslissing van 12 juli 2021 heeft de rechtbank de vader mede met het gezag over [minderjarige] belast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de rechtbank van 23 augustus 2021 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 2 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de rechtbank van 15 december 2021 is ten aanzien van [minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor verblijf in een netwerkpleeggezin (bij de oma moederszijde (hierna: m.z.) en partner), met dien verstande dat [minderjarige] doordeweeks, van maandagmiddag uit school tot vrijdagochtend naar school bij de oma m.z. en haar partner zal verblijven en van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school bij de moeder, onder aanhouding van het meer verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 december 2021 is [minderjarige] feitelijk uit huis geplaatst en door de GI naar de oma m.z. en haar partner gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sinds 13 januari 2022 verbleef [minderjarige] niet meer doordeweeks bij de oma m.z. en haar partner, maar volledig bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 10 februari 2022 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend voor verblijf bij een pleegouder, met ingang van 10 februari 2022 tot 10 mei 2022. De behandeling van het resterende deel van het verzoek (voor de duur van de ondertoezichtstelling) is aangehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling. Ter onderbouwing van de handhaving van het resterende deel van het verzoek, heeft de GI naar voren gebracht dat er in het verleden veel is gebeurd en dat [minderjarige] nu eindelijk tot rust komt in het pleeggezin. Hij is nu meer ontspannen na contact met de ouders en hij komt toe aan zijn behandeling bij de psycholoog. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij, tot aan het moment van de in de omgangszaak op handen zijnde gezinsopname, in dit pleeggezin kan blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De verdere standpunten</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de moeder</title>
    <para>De moeder heeft zich verweerd tegen het verzoek van de GI. Wat de moeder betreft had het nooit zover hoeven komen dat [minderjarige] uit huis geplaatst werd. De moeder vindt dat [minderjarige] weer bij haar thuis geplaatst kan worden en dat van daaruit de benodigde hulp en begeleiding, waaronder ook de gezinsopname kan worden ingezet. [minderjarige] zelf wil ook graag weer terug naar de moeder.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de vader</title>
    <para>De vader heeft zich niet verweerd tegen het verzoek van de GI.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Raad</title>
    <para>De Raad heeft zich aangesloten bij het standpunt van de GI.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat hij nog langer uit huis geplaatst blijft. Het gaat goed met [minderjarige] in het pleeggezin en hij komt daar tot rust. Ook komt hij toe aan de behandeling die hij nodig heeft. Als gevolg van de zeer complexe dynamiek tussen zijn ouders, is [minderjarige] in een voor hem zeer belastend loyaliteitsconflict terechtgekomen. [minderjarige] heeft de problematiek en dynamiek van zijn ouders geïnternaliseerd en tot zijn eigen problemen en dynamiek gemaakt. Ook heeft [minderjarige] moeite zich te verhouden tot andere kinderen en vertoont hij op school moeilijk gedrag. Dat is heel zorgelijk en het is in het belang van [minderjarige] dat die ontwikkeling ten goede wordt gekeerd, zodat hij zich vrij en onbelast kan ontwikkelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de met deze procedure samenhangende omgangszaak, is geadviseerd de ouders een levensverhaal te maken voor en over [minderjarige] . De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat dit verhaal af is, voor [minderjarige] teruggeplaatst kan worden bij de moeder. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij tijdens het opmaken van dat verhaal in de luwte van het pleeggezin kan verblijven. De behandeling van [minderjarige] moet ook zijn afgerond, voor hij terug kan naar de moeder. In de omgangszaak is daarnaast een gezinsopname geadviseerd, die nog enkele maanden op zich zal laten wachten. De uitkomsten van die gezinsopname zijn van belang voor het scheppen van de voorwaarden waaronder [minderjarige] onbelast en duurzaam contact met zijn vader kan hebben. Dat contact zal ook vanuit de situatie waarin [minderjarige] weer bij de moeder woont, onbelast en duurzaam door moeten gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom is de uithuisplaatsing van [minderjarige] in het belang van zijn verzorging en opvoeding nog noodzakelijk en zal de rechtbank het volgende beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor verblijf in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling, tot 2 september 2022;</para>
    <para />
    <para>- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. M.J.M. Marseille, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. H.M. Patijn en M.R. Bruning, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Pandelitschka als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2022. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 mei 2022.</para>
      <para>De griffier is buiten staat te ondertekenen.	</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>