<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:2294</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-10T14:30:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/752319-21, RK 22/165</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:2294">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:2294</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-10T07:22:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:2294 Rechtbank Amsterdam , 06-04-2022 / 13/752319-21, RK 22/165</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:2294:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgings-EAB uit Duitsland. Afzien van weigeringsgrond artikel 13 OLW. Aanhoudingsverzoek in verband met bezwaarschrift. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:2294:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/752319-21</para>
      <para>RK nummer: 22/165</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 6 april 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 11 januari 2022 en betreft het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 6 september 2021 door het <emphasis role="italic">Landsgericht Aachen</emphasis> (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedag] 1981, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 maart 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij onder meer de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel strekkende tot voorlopige aanhouding, uitgevaardigd door de arrondissementsrechtbank Aken (Duitsland) op 21 juni 2021 (referentie: 65 KLs-402 Js 395/21-11/21). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteit van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">  	Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 20, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Oplichting </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Leidende Eerste Officier van Justitie te Aken (Duitsland) heeft de volgende garantie gegeven ten aanzien van de opgeëiste persoon:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er wordt verzekerd dat de gezochte in het geval van een onherroepelijke veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland op basis van de geldende versie van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 aangaande de toepassing van het principe van wederzijdse erkenning van vonnissen in strafzaken, waardoor een vrijheidsbenemende straf of maatregel opgelegd wordt, met het oog op het doel van de tenuitvoerlegging ervan binnen de Europese Unie (Staatscourant L 327 van 05 december 2008, pagina 7) voor de verdere tenuitvoerlegging van de straf opnieuw aan Nederland overgedragen zal worden. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB heeft betrekking op feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. <?linebreak?></para>
      <para>Op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW kan de rechtbank de overlevering in die situatie weigeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft de rechtbank in overweging gegeven om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond en heeft daartoe het volgende aangevoerd:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het onderzoek is in Duitsland aangevangen; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de slachtoffers bevinden zich in Duitsland; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bewijs bevindt zich in Duitsland; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de auto’s zijn in Duitsland gehuurd; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de opgeëiste persoon heeft weliswaar de Nederlands nationaliteit, maar Duitsland heeft een terugkeergarantie afgegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het Nederlandse Openbaar Ministerie is bovendien niet voornemens de opgeëiste persoon te vervolgen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en toepassing van een facultatieve weigeringsgrond de uitzondering dient te zijn;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de weigeringsgrond ertoe strekt te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende aanleiding bestaat om deze weigeringsgrond toe te passen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Aanhoudingsverzoek  <?linebreak?></title>
    <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de overleveringszaak moet worden aangehouden. De Duitse advocaat van de opgeëiste persoon heeft een bezwaarschift ingediend, dat ertoe heeft geleid dat de Duitse officier van justitie een getuige opnieuw wil horen. Er bestaat een reële kans dat het EAB naar aanleiding daarvan zal worden ingetrokken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich verzet tegen de aanhouding en daartoe aangevoerd dat er nog steeds sprake is van een geldig EAB, dat niet is ingetrokken en waarop tijdig beslist moet worden door de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt – met de officier van justitie – vast dat nog steeds sprake is van een geldig EAB. Uit het dossier blijkt immers niet dat het EAB is ingetrokken. De rechtbank heeft daarom geen reden om eraan te twijfelen dat de justitiële autoriteit de opgeëiste persoon overgeleverd wenst te zien, en ziet dan ook geen aanleiding om de zaak aan te houden. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">8.  	Slotsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen en 2, 5, 6, 7 en 13 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het<emphasis role="italic"> Landsgericht Aachen</emphasis> (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.G. Vegter,  				                         		            voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.G.M.M. van Gessel en J.H. Beestman,                         		               rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A. M. Rus,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 6 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>