<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:1930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-11T13:31:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 21/4886</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1930">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-11T13:30:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:1930 Rechtbank Amsterdam , 13-04-2022 / AMS 21/4886</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1930:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PKV (8:75a Awb). Brief waarmee zaak wordt ingetrokken staat niet in het limitatieve overzicht in het Bpb en de Bijlage. Brief is evenmin een schriftelijke zienswijze als bedoeld in artikel 8:45 Awb. Verwijzing naar oude en niet-gepubliceerde uitspraken van de CRvB.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1930:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 21/4886</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Amsterdam, eiseres,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F.R.G. Keijzer),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 4 oktober 2021 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiseres van 1 juni 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 26 oktober 2021 heeft mr. F.R.G. Keijzer zich als gemachtigde van eiseres gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 november 2021 heeft eiseres het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 21 december 2021 een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft op 15 maart 2022 op het verweerschrift gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep.<footnote-ref linkend="_3906f5c6-7f7e-4d63-85ec-996e1053a5ed" /> De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is kennelijk ongegrond.<footnote-ref linkend="_e7ed8100-8053-4ac1-be72-2d34ac9fbd1a" /></para>
    <para />
    <para>2. Tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag heeft eiseres een beroepschrift ingediend. Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft verweerder op de aanvraag beslist, bij besluit van 6 oktober 2021 heeft verweerder beslist over het verschuldigd zijn van de dwangsom.<footnote-ref linkend="_1bdffec2-c190-4bd0-977e-ad16522d79e3" /> De rechtbank stelt tevens vast dat eiseres het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan eiseres is tegemoetgekomen. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten betwist. De rechtbank ziet geen aanleiding verweerder te veroordelen in het vergoeden van de proceskosten. </para>
    <para>Het beroepschrift van 4 oktober 2021 is door eiseres zelf ingediend. De gemachtigdestelling en de intrekking van het beroep door mr. Keijzer zijn geen proceshandelingen die op grond van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.<footnote-ref linkend="_83c6cd5b-f79b-4a8b-8fe4-516962dbe952" /> De stelling van mr. Keijzer in diens e-mail van 15 maart 2022 dat de intrekkingsbrief een schriftelijke zienswijze is volgt de rechtbank niet.<footnote-ref linkend="_2ebf3ece-c32e-4533-ab46-c0e43998f2c2" /> De rechtbank heeft eiseres gevraagd om te reageren op een beslissing waarin verweerder een gewijzigd standpunt heeft ingenomen. Omdat dit verzoek van de rechtbank heeft geleid tot de intrekkingsbrief van 26 oktober 2021 kan deze reactie niet als een schriftelijke zienswijze worden aangemerkt.<footnote-ref linkend="_14dba25a-d9ce-40f3-880e-8413eeb386cf" />Het is niet van belang op welk moment een gemachtigde in de procedure is betrokken. Het gaat om de vraag of hij proceshandelingen heeft verricht die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de bijbehorende Bijlage voor vergoeding in aanmerking komen. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder dient aan eiseres het betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden.<footnote-ref linkend="_81b0bc25-e40c-4c1c-bc7f-5f4c685ba306" /></para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Dondorp, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>13 april 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier		</para>
      <para>					rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3906f5c6-7f7e-4d63-85ec-996e1053a5ed" label="1">
    <para> 	onder toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e7ed8100-8053-4ac1-be72-2d34ac9fbd1a" label="2">
    <para> 	onder toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1bdffec2-c190-4bd0-977e-ad16522d79e3" label="3">
    <para> 	als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_83c6cd5b-f79b-4a8b-8fe4-516962dbe952" label="4">
    <para>uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 28 maart 1995 (ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1031, </para>
    <para>	gepubliceerd in JABW 1995,317), van 7 maart 1997 in zaaknummer 98/8822 WAO en van 1 april </para>
    <para>	1997 in zaaknummer 96/9263 AAW/WAO (beide laatstgenoemde uitspraken zijn niet gepubliceerd,  </para>
    <para>	de rechtbank is bekend met de samenvattingen)  </para>
    <para>	bekend met samenvattingen van deze uitspraken  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ebf3ece-c32e-4533-ab46-c0e43998f2c2" label="5">
    <para> 	schriftelijke zienswijze als bedoeld in artikel 8:45 van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14dba25a-d9ce-40f3-880e-8413eeb386cf" label="6">
    <para> 	als bedoeld in artikel 4:17 van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81b0bc25-e40c-4c1c-bc7f-5f4c685ba306" label="7">
    <para> 	ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>