<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:1925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T09:48:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/000435-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1925">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T09:21:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:1925 Rechtbank Amsterdam , 05-04-2022 / 13/000435-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1925:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezen dat verdachte op 31 december 2021 te Amsterdam een pistool met daarbij behorende patroonmagazijnen en munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal, gelet op de intrinsieke motivatie van verdachte, een voorwaardelijk strafdeel opleggen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1925:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5fe75143-717b-409a-a4dd-8efd41bad011" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/000435-22 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 5 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] , </para>
      <para>thans gedetineerd te: [penitentiaire inrichting] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 maart 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H. Hoekstra, en wat verdachte en de raadsman van verdachte, mr. M.A.C. de Bruijn, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. hij op of omstreeks 31 december 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (merk Crvena Zastava, model 70, kaliber 7.65mm br) met daarbij behorende patroonmagazijnen en munitie voorhanden heeft gehad. </para>
    <para />
    <para>2. hij op of omstreeks 31 december 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12 gram hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 bewezen kan worden en heeft ten aanzien van feit 2 om vrijspraak gevraagd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft hij verzocht verdachte vrij te spreken wegens het ontbreken van een onderzoeksrapport, waaruit blijkt dat het onder verdachte aangetroffen blokje, daadwerkelijk hasj betreft. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt bewezen dat verdachte op 31 december 2021 te Amsterdam een pistool (merk Crvena Zastava) met daarbij behorende patroonmagazijnen en munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het wapenrapport en de bekennende verklaring van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt ook bewezen dat verdachte op 31 december te Amsterdam ongeveer twaalf gram hasjiesj opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het proces-verbaal van bevindingen en de bekennende verklaring van verdachte. Dat een rapport van onderzoek aan de verdovende middelen ontbreekt, staat niet in de weg aan een bewezenverklaring gelet op de genoemde bewijsmiddelen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt bewezen dat verdachte</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. <emphasis role="italic">op 31 december 2021 te Amsterdam een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (merk Crvena Zastava, model 70, kaliber 7.65mm br) met daarbij behorende patroonmagazijnen en munitie voorhanden heeft gehad;</emphasis></para>
      <para />
      <para>2. <emphasis role="italic">op 31 december 2021 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12 gram hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is een zogenaamd verkort vonnis. Als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld, zal de rechtbank de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring is gebaseerd, uitwerken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van acht maanden, met aftrek van voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht om in strafmatigende zin rekening te houden met het feit dat het vuurwapen niet schietklaar was. Daarnaast heeft de raadsman met klem verzocht een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen met de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd in het rapport van 21 maart 2022. De samenwerking met de reclassering was in het verleden weliswaar problematisch, maar met de geboorte van zijn dochter is verdachte op een punt in zijn leven gekomen dat hij zich realiseert dat er dingen moeten veranderen. Hij heeft daarbij hulp nodig van de reclassering en is dan ook gemotiveerd om met de reclassering samen te werken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft een vuurwapen in bezit gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens vormt een onaanvaardbaar risico op het gebruik hiervan en zorgt voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Het oriëntatiepunt voor de hoogte van de straf dat rechters in Nederland onderling hebben afgesproken voor vuurwapenbezit in de openbare ruimte, is dan ook een forse gevangenisstraf, namelijk acht maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het feit is bovendien gepleegd in Amsterdam en daar is het wijdverbreide vuurwapenbezit in het bijzonder een groot maatschappelijk probleem doordat regelmatig schietincidenten plaatsvinden waarbij nietsvermoedende voorbijgangers en bewoners een gevaar lopen. De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee, alsook het feit dat verdachte het vuurwapen binnen handbereik had. Verdachte had daarnaast ongeveer twaalf gram hasjiesj aanwezig. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor het overtreden van de Opiumwet. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor vuurwapenbezit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ook het reclasseringsrapport van 21 maart 2022 gelezen. De reclassering schrijft daarin dat zij de kans dat verdachte opnieuw de fout ingaat, als hoog inschat. Dat komt volgens de reclassering door het negatieve sociale netwerk van verdachte, het ontbreken van inkomen en dagbesteding en een mogelijk problematisch middelengebruik. De reclassering maakt zich daarnaast zorgen om de denkpatronen van verdachte. De reclassering adviseert daarom om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een verplichting tot meewerken aan gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden en, indien nodig, een ambulante behandeling. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het rapport van de reclassering blijkt ook dat verdachte eerder herhaaldelijk onvoldoende heeft meegewerkt met de reclassering. Verdachte heeft echter aangegeven ditmaal open te staan voor hulp van de reclassering en mee te willen werken aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden. Op de zitting heeft verdachte verklaard dat hij zichzelf herkent in het rapport van de reclassering en dat hij inziet dat hij betere keuzes moet gaan maken. Sinds de geboorte van zijn dochter heeft hij een andere perspectief gekregen en hij ziet reclasseringstoezicht nu als een kans om zichzelf te verbeteren, mede om een beter voorbeeld te kunnen zijn voor zijn dochter. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal, gelet op de intrinsieke motivatie van verdachte, het advies van de reclassering volgen en aan verdachte een deels voorwaardelijke straf opleggen met daaraan gekoppeld de geadviseerde bijzondere voorwaarden. De rechtbank vindt het van belang om een fors voorwaardelijk strafdeel op te leggen. Het voorwaardelijke strafdeel moet namelijk voor verdachte een stok achter de deur zijn om hem te motiveren mee te werken met de reclassering, ook als de dingen niet gaan zoals verdachte had gewild.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend, vindt de rechtbank een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. De rechtbank zal ook de geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Beslag </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: pistool (goednummer 6136861), munitie (goednummer 6136862) en de verdovende middelen (goednummer 6136860) dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie en de artikelen 3 en 10 van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">1. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat een gedeelte, groot <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast, als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als algemene voorwaarden dat veroordeelde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para>2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.</para>
    <para>3. medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast als de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zich meldt binnen drie werkdagen na vonnis bij Reclassering Nederland op het adres Wibautstraat 12, 1091 GM te Amsterdam. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan aanwijzingen van de reclassering;</para>
    <para />
    <para>- actief deelneemt aan gedragsinterventie cognitieve vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;</para>
    <para />
    <para>- zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, indien naar inschatting van de reclassering de gedragsinterventie niet voldoende toereikend lijkt. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart onttrokken aan het verkeer: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>1 STK Pistool (goednummer 6136861);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>3 STK Munitie (goednummer 61368612);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK Verdovende Middelen (goednummer 6136860). </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. P.L.C.M. Ficq, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.M.R. Vastenburg en E.G.M.M. van Gessel, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. Kanters, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>