<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:1525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T15:27:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 21/015552</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1525">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T14:33:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:1525 Rechtbank Amsterdam , 10-01-2022 / RK 21/015552</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1525:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaar ex artikel 6:6:3 en 6:6:23 Sv gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1525:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	: 13-128655-19</para>
      <para>raadkamernummer	: 21-015552</para>
      <para>datum	: 10 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, </para>
      <para>mr. J.T.E. Vis, [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 29 oktober 2019 veroordeelde een taakstraf van 20 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 10 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 28 oktober 2020 beslist dat de vervangende hechtenis </para>
      <para>(14 dagen) wordt toegepast en hiervan aan veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 11 oktober 2021 aan de veroordeelde (niet in persoon) betekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Het bezwaar is op 12 oktober 2021 op de griffie van deze rechtbank ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 10 januari 2022 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft veroordeelde, de raadsman en de officier van justitie op zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bezwaar</title>
    <para>Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de rechtbank de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt het restant van de taakstraf alsnog te verrichten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de reclassering</title>
    <parablock>
      <para>De reclassering heeft in haar rapport aangegeven dat veroordeelde zich vanaf zijn eerste werkdag ziek heeft gemeld. In totaal over een tijdsspanne van een maand heeft hij zich vijf keer ziek gemeld. Veroordeelde neemt de werkstraf niet serieus. Dit blijkt uit de </para>
      <para>toezeggingen van hem om te verschijnen en zich daarna op de afgesproken dagen toch ziek te melden. Hij heeft zich tot twee keer toe ziek gemeld per sms, hetgeen niet de bedoeling is, en was daarna niet bereikbaar. Na een voortgangsgesprek heeft veroordeelde een laatste kans gekregen van zowel de reclassering als het werkstrafproject. Hij is op de eerstvolgende werkdag op 20 augustus 2020 echter zonder bericht niet meer verschenen voor de werkstraf en was tevens niet bereikbaar voor de reclassering. Helaas hebben een officiële waarschuwing en voortgangsgesprek niet tot verbetering geleidt. Gezien het verloop van de werkstraf ziet de reclassering zich genoodzaakt de werkstraf als mislukt te retourneren aan Justitie. </para>
      <para>Veroordeelde heeft 6 van de 20 uur gewerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van veroordeelde</title>
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is in de zomer op gesprek geweest bij de reclassering en toen is er gesproken over een werkplek. Vervolgens brak corona uit. Na het voortgangsgesprek heeft hij niets meer van de reclassering gehoord. Hij heeft herhaaldelijk bij de reclassering geïnformeerd naar de taakstraf. Toen bleek dat zijn begeleider daar niet meer werkte en kreeg hij te horen dat hij was terug gemeld bij justitie.</para>
      <para>Veroordeelde was destijds chronisch ziek en hij wist niet wat er met hem was. Uiteindelijk bleek dat hij een herpesvirus had als gevolg waarvan zijn mond vol blaasjes zat. Hij kon daardoor moeilijk praten. Daarom communiceerde hij per sms. Inmiddels heeft hij medicatie en gaat het beter met hem.</para>
      <para>Veroordeelde wil graag nog een kans om zijn taakstraf te verrichten. Hij heeft werk en krijgt mogelijk een vast contract. Hij denkt dat hij op zijn werk niet meer welkom is als hij vertelt dat hij vervangende hechtenis moet uitzitten. Hij wil graag de resterende 14 uur werken. Hij kan daarvoor vrij nemen of in het weekend werken. Veroordeelde heeft nooit eerder een taakstraf uitgezeten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van veroordeelde heeft nog aangevoerd dat veroordeelde destijds zelf heeft gevraagd om de geldboete (strafbeschikking) om te zetten in een taakstraf. Hij is niet te beroerd om te werken. Hij werkt nu ook fulltime.</para>
      <para>De uitvoering van die taakstraf is niet soepel verlopen, ook omdat het medisch gezien niet goed met hem ging. In 2021 is hij gediagnosticeerd en sindsdien gaat het veel beter met hem. </para>
      <para>De reclassering heeft anderhalve maand na de start, de zaak op 27 augustus 2020 al terug gemeld, maar veroordeelde is daarvan niet in kennis gesteld. Veroordeelde hoorde dit pas nadat hij de terugmeldingsbrief kreeg. </para>
      <para>De raadsman verzoekt om veroordeelde nog een tweede kans te bieden, omdat hij een persoon is die eerder in een dal zat en hij daar nu voorzichtig uitklimt. Daarbij is het niet wenselijk en mogelijk schadelijk om veroordeelde zijn vervangende hechtenis te laten uitzitten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat veroordeelde niet erg voortvarend heeft opgetreden om zijn taakstraf te verrichten. De reclassering heeft hem veel kansen gegeven, maar veroordeelde heeft zich keer op keer ziek gemeld. Veroordeelde heeft daarover op zitting een verklaring gegeven, maar hij heeft geen doktersverklaring ter onderbouwing daarvan overgelegd. De officier van justitie heeft er niet veel vertrouwen in dat veroordeelde nu wel voldoende gemotiveerd is om zijn taakstraf te verrichten. De officier van justitie stelt zich dan ook op het standpunt dat het bezwaar ongegrond verklaard dient te worden. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Het bezwaar is tijdig ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het hiervoor genoemde vonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het rapport van Reclassering Nederland van 27 augustus 2020, waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bezwaarschrift van de veroordeelde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de veroordeelde de taakstraf niet volledig heeft verricht, heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in zoverre op goede gronden bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is overweegt dat, gelet op het aantal ziekmeldingen en het zonder bericht niet komen opdagen, het kennelijk niet de hoogste prioriteit bij veroordeelde heeft gehad om zijn taakstraf naar behoren te verrichten. Hoewel het niet soepel liep is redelijk kort na aanvang van de taakstraf terug gemeld. Ook heeft het tijdsverloop, mede vanwege de uitbraak van corona ervoor gezorgd dat het lang heeft geduurd voordat veroordeelde op de hoogte is gesteld van de omzetting en voordat de zaak hier op de zitting stond. Er is meer dan een jaar verstreken na de terugmelding. Nu veroordeelde zijn leven beter op de rit heeft en heeft verklaard dat hij gemotiveerd en bereid is om zijn taakstraf te verrichten, is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde alsnog het restant van de opgelegde taakstraf naar behoren zal verrichten binnen de daarvoor bepaalde termijn en hem daarom deze allerlaatste kans moet worden geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarom het bezwaar van veroordeelde gegrond verklaren en de beslissing tot toepassing van zeven dagen vervangende hechtenis opheffen, zodat veroordeelde zijn bij voornoemd arrest restant van de opgelegde taakstraf alsnog kan verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het bezwaar gegrond;</para>
    <para>- bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op <emphasis role="underline">14 uren</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de taakstraf binnen <emphasis role="underline">3 (drie) maanden</emphasis> na heden moet worden voltooid. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. R.C.J. Hamming, 	politierechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. Gordon,	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>