<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:1425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-12T12:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9559619  CV EXPL 21-16789</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1425">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-04T14:07:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:1425 Rechtbank Amsterdam , 07-04-2022 / 9559619  CV EXPL 21-16789</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1425:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Gesteld dat overeenkomst met consument is, maar blijkt een zakelijk contract voor café te zijn, gevestigd op een ander adres dan het woonadres van gedaagde. Daarom geen ambtshalve toetsing. Geen aanleiding tot nemen van instructiemaatregelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1425:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d96f4a61-7c85-4ba0-805d-5e6b7bb3a330" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bce66fad-1138-425a-ad86-95ed3f83fdca" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9559619  CV EXPL 21-16789</para>
      <para>vonnis van:  7 april 2022</para>
      <para>fno.:  991</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>i n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Intrum Nederland B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amersfoort</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verloop van de procedure</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij dagvaarding van 19 november 2021 heeft eiseres gevorderd dat gedaagde zal worden veroordeeld tot betaling van € 3.225,13 met nevenvordering(en), zoals nader in de dagvaarding omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Eiseres stelt weliswaar dat gedaagde als consument online een overeenkomst heeft gesloten met Nuon Sales Nederland N.V., thans genaamd Vattenfall Sales Nederland N.V., maar uit de contractbevestiging van 10 februari 2014 blijkt dat het om een energieleveringsovereenkomst voor ‘ [naam bedrijf] ’ gaat, gevestigd op een ander adres dan het woonadres van gedaagde. Bovendien blijkt dat het om de levering van ‘Zakelijk Voordeel Elektriciteit’ en ‘Zakelijk Voordeel Gas’ is gegaan. Hieruit leidt de kantonrechter af dat geen sprake is van een overeenkomst met een consument. In dat geval is ambtshalve toetsing niet aan de orde.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Weliswaar blijkt uit het voorgaande dat eiseres de voor de beslissing van belang zijnde feiten in de dagvaarding niet naar waarheid heeft aangevoerd, maar de kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om hieraan gevolgen te verbinden, omdat niet is gebleken dat gedaagde is benadeeld. Bovendien ziet de kantonrechter geen aanleiding om overeenkomstig hetgeen is overwogen in het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677, r.o. 3.1.17) nadere instructiemaatregelen te nemen.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen. <?linebreak?></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van:<?linebreak?>- € 2.268,94 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 november 2021 tot de dag van de voldoening;<?linebreak?>- € 538,80 aan rente, berekend tot 16 november 2021;<?linebreak?>- € 411,81 aan buitengerechtelijke kosten;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op:<?linebreak?>exploot	€	121,39<?linebreak?>salaris	€	218,00<?linebreak?>griffierecht	€	507,00<?linebreak?>		-----------------<?linebreak?>totaal	€	846,39<?linebreak?>voor zover van toepassing, inclusief btw;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>