<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:1413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T13:54:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 21/018528</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1413">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T11:55:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:1413 Rechtbank Amsterdam , 02-03-2022 / RK 21/018528</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1413:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaar o.g.v. art. 6:6:3 en 6:6:23 Sv gegrond. De rechtbank biedt veroordeelde een laatste kans om taakstraf alsnog te verrichten omdat sprake is van een uitzonderlijke situatie en uitzonderlijke omstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1413:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	: 13-142918-21</para>
      <para>raadkamernummer	: 21-018528</para>
      <para>datum	: 2 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, <?linebreak?>mr. E.J.M.J. Damen, [kantooradres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 3 juni 2021 veroordeelde een taakstraf van 50 uren (met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht) opgelegd en bevolen dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 25 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 18 april 2021 beslist dat de vervangende hechtenis (22 dagen) wordt toegepast en hiervan aan veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 27 november 2021 aan veroordeelde betekend. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Het bezwaar is op 29 november 2021 op de griffie van deze rechtbank ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 2 maart 2022 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van veroordeelde en de officier van justitie op zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet op zitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bezwaar</title>
    <para>Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de rechtbank de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en veroordeelde in de gelegenheid stelt (het restant van) de taakstraf alsnog te verrichten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft kort samengevat het volgende aangevoerd. Aan veroordeelde is op </para>
      <para>23 februari 2022 een ISD-maatregel opgelegd. Hij heeft hiertegen geen appel ingesteld. Veroordeelde heeft een eigen woning toegewezen gekregen en om die woning te behouden heeft de gemeente Amsterdam een huisbewaarder aangesteld voor twee jaar, gelijk aan de duur van de ISD-maatregel. </para>
      <para>Om veroordeelde na beëindiging van de ISD-maatregel structuur en een dagbesteding te bieden, is het in zijn belang dat hij de gelegenheid krijgt om zijn taakstraf alsnog te  verrichten. De raadsman verzoekt dan ook om veroordeelde nog een kans te geven om het restant van de taakstraf uit te voeren.</para>
      <para>Wat betreft de medische situatie van veroordeelde heeft de raadsman nog aangevoerd dat veroordeelde de ziekte van Crohn heeft en hij daarvoor vorige week nog in het ziekenhuis is opgenomen geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de reclassering<?linebreak?>Uit het rapport van de Reclassering Nederland blijkt dat veroordeelde de opgelegde taakstraf niet heeft verricht. De intake heeft niet plaatsgevonden en veroordeelde is zonder bericht niet verschenen bij de reclassering. Er is naar drie adressen een oproep gezonden, maar alleen die aan het laatst bekende adres aan [adres] is niet retour gekomen. Veroordeelde is ook zijn meldplicht niet nagekomen. </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaar gegrond kan worden verklaard. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat gelet op de ISD-maatregel en om de situatie nadat de ISD-maatregel is beëindigd voor veroordeelde goed te laten verlopen, het uitvoeren van een taakstraf aan veroordeelde structuur en een dagbesteding kan bieden. Onder die omstandigheden is de officier van justitie bereid om veroordeelde, ondanks dat zijn woonsituatie niet geheel is te overzien, nog een kans te geven om de taakstraf te verrichten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Het bezwaar is tijdig ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het hiervoor genoemde vonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het rapport van Reclassering Nederland, resort Amsterdam, van 3 november 2021, met het advies de tenuitvoerlegging van (het restant van) de vervangende hechtenis te bevelen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bezwaar van veroordeelde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu veroordeelde de taakstraf niet heeft verricht, heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in zoverre op goede gronden bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat sprake is van een uitzonderlijke situatie en uitzonderlijke omstandigheden. Veroordeelde had nadat aan hem op tegenspraak een taakstraf was opgelegd geen vaste woon- of verblijfplaats, waardoor de uitnodiging van de reclassering hem niet heeft bereikt. Hoewel veroordeelde ook zelf een verplichting had om contact op te nemen met de reclassering, is de rechtbank van oordeel dat de reclassering de zaak wel heel snel heeft teruggemeld aan justitie. Dat is een dusdanig uitzonderlijke situatie op grond waarvan de rechtbank veroordeelde een laatste kans wil bieden om, wanneer hij uit de intramurale fase van de aan hem opgelegde ISD-maatregel komt, de taakstraf (44 uren) alsnog te verrichten. De rechtbank zal het bezwaarschrift van veroordeelde gegrond verklaren en de beslissing tot toepassing van 22 dagen vervangende hechtenis opheffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarbij bepalen dat de termijn, waarbinnen de veroordeelde de taakstraf dient te hebben verricht, met twaalf maanden wordt verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het bezwaar gegrond;</para>
    <para>- bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op <emphasis role="bold underline">44 uren</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de taakstraf binnen <emphasis role="bold underline">12 maanden </emphasis>moet worden voltooid. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. H.E. Hoogendijk, 	politierechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. Gordon,	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>