<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2022:1317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T04:20:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 3609</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2022/228</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1317">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-29T11:37:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:1317 Rechtbank Amsterdam , 17-03-2022 / AWB - 21 _ 3609</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1317:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Artikel 2:14 Awb. De gemachtigde van eiser heeft kenbaar gemaakt dat hij langs de elektronische weg voldoende bereikbaar was. De bereikbaarheid kan vervolgens niet afhankelijk worden gesteld van de inhoud van het te verzenden bericht. Gelet hierop mocht de heffingsambtenaar de herstelverzuimbrief per e-mail verzenden. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2022:1317:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 21/3609 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te Papendrecht, eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. van Gemert),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen, verweerder (gemachtigde: A. Smits).</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 mei 2021 heeft de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan [eiser] opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak op bezwaar van 7 juli 2021 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiser] niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 3 februari 2022. [eiser] en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een machtiging.</para>
    <para />
    <para>2. [eiser] stelt zich op het standpunt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, omdat aan hem de gelegenheid had moet worden geboden om het verzuim te herstellen. De heffingsambtenaar heeft die gelegenheid geboden per e-mail. [eiser] voert aan dat dat niet per e-mail had gemogen, omdat de gemachtigde van [eiser] de elektronische weg voor dit soort correspondentie niet heeft opengesteld. Wel heeft de gemachtigde van [eiser] het bezwaarschrift per e-mail ingediend, maar onderaan het e-mailbericht staat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Salus Juristen stelt geen e-mail open voor verdagingen, verzuim herstel, uitnodigingen en soortgelijke formele bestuurlijke berichten</emphasis>”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Niet in geschil is dat [eiser] de machtiging waar de heffingsambtenaar per e-mailbericht om heeft verzocht, niet heeft ingediend. Het geschil spitst zich toe op de vraag of (de gemachtigde van) [eiser] op correcte wijze de herstelverzuimbrief heeft ontvangen. </para>
    <para />
    <para>4. Het criterium van artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is of iemand kenbaar heeft gemaakt dat hij elektronisch voldoende bereikbaar is. Bereikbaarheid is een objectief gegeven en niet een vrije keuze van de ontvanger. De bereikbaarheid kan daarom niet afhankelijk worden gesteld van de inhoud van het te verzenden bericht. In dit geval heeft de gemachtigde van [eiser] per e-mail bezwaar gemaakt en is ook gebleken dat de heffingsambtenaar de volgende dag naar hetzelfde e-mailadres de herstelverzuimbrief heeft verstuurd. [eiser] betwist niet dat hij de herstelverzuimbrief daadwerkelijk heeft ontvangen. De rechtbank oordeelt daarom dat de gemachtigde van [eiser] kenbaar heeft gemaakt dat hij per e-mail voldoende bereikbaar was. </para>
    <para />
    <para>5. De uitspraken waarnaar [eiser] heeft verwezen leiden niet tot een ander oordeel, want deze betreffen niet wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen. Dit betekent dat de heffingsambtenaar de herstelverzuimbrief per e-mail aan de gemachtigde van [eiser] heeft mogen verzenden en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F.L. Bolkestein, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.R. Boerlage, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier</para>
      <para> rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.<?linebreak?></para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>