<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:8382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-06T10:24:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9020765  EA VERZ 21-89</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2025-1242</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-1242</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:8382">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:8382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T15:19:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:8382 Rechtbank Amsterdam , 14-06-2021 / 9020765  EA VERZ 21-89</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:8382:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2021. De buschauffeur heeft geen recht heeft op een transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:8382:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d784863f-cd69-4b1e-afc9-a427c46b27e9" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1f407bce-f342-43b8-9a26-4933ca300e3b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9020765  EA VERZ 21-89</para>
      <para>beschikking van:  14 juni 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap GVB Exploitatie B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>verzoekster</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.M. Hettinga</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verweerder]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verweerder</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft op 10 februari 2021 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. Verweerder is door de griffier per gewone post voor de mondelinge behandeling opgeroepen aan het door verzoekster opgegeven adres.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 25 mei 2021. Verzoekster is verschenen bij [naam] en zijnr gemachtigde. Verweerder is niet verschenen. Vervolgens is de zaak aangehouden om verzoekster in de gelegenheid te stellen verweerder bij exploot op te roepen tegen de zitting van 8 juni 2021 om 09.30 uur.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting is op die datum voortgezet. Verzoekster is wederom verschenen bij [naam] en haar gemachtigde. Verweerder is niet verschenen. Verzoekster heeft het door haar ingeschakelde gerechtsdeurwaarder betekende exploot overgelegd. Verweerder is ondanks deze (rechtsgeldige) oproeping, wederom niet verschenen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Verzoekster verzoekt de arbeidsovereenkomst met verweerder te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a jo. 669 lid 3, primair op grond van onderdeel e, subsidiair op grond van onderdeel h BW. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoekster stelt dat verweerder, thans 45 jaar oud, sinds 16 juni 2004 bij haar in dienst is, laatstelijk als personenvervoerder bus. Het salaris bedraagt € 2.957,00 bruto per maand, exclusief emolumenten.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoekster stelt – kort gezegd – dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van verweerder omdat hij ondanks herhaalde waarschuwingen en hem geboden hulp de sociale veiligheid binnen verzoekster heeft aangetast door nare, kwetsende en onterechte aantijgingen over een collega op Facebook te plaatsen met een foto erbij. Het gedrag van verweerder is volgens haar zodanig ernstig dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Subsidiair stelt verzoekster dat zij door het handelen van verweerder geen vertrouwen meer in hem heeft.  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verweerder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling </title>
    <para>5. De kantonrechter stelt vast dat er geen sprake is van een opzegverbod.</para>
    <para>6. Uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van verweerder binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.</para>
    <para>7. Verweerder heeft de gestelde feiten en omstandigheden, die volgens verzoekster moeten leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, onweersproken gelaten. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van de gestelde feiten en omstandigheden. Gezien deze feiten en omstandigheden wordt geoordeeld dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 BW onderdeel e BW toewijsbaar is.  </para>
    <para>8. Gelet op het vorenstaande wordt uitgegaan van ernstig verwijtbaar handelen van verweerder, zodat hij geen recht heeft op een transitievergoeding. </para>
    <para>9. Nu op verzoek van verzoekster de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden en geen vergoeding wordt toegekend, hoeft geen termijn te worden bepaald waarin verzoekster het verzoek kan intrekken. <?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2021;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>bepaalt dat verweerder geen recht heeft op een transitievergoeding;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt verweerder in de kosten van het geding aan de zijde van verzoekster begroot op:<?linebreak?>Exploot	€   69,68<?linebreak?>Griffierecht	€ 126,00<?linebreak?>Salaris	<emphasis role="underline">€ 747,00</emphasis><?linebreak?>Totaal	€ 942,68</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt verweerder in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat verweerder niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C. Kraak, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>De griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>                            De kantonrechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>