<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:8378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-18T15:38:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/047039-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:8378">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:8378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-18T15:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:8378 Rechtbank Amsterdam , 01-09-2021 / 13/047039-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:8378:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens art. 6 WVW. De rechtbank acht niet aannemelijk dat verdachte in een verontschuldigbare onmacht verkeerde als gevolg van een black-out. Taakstraf 120 uur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:8378:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">VERKORT VONNIS</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/047039-21 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 1 september 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.E. Woudman, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.E. Hissel namens mr. C. de Vries, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door zijn schuld op 23 augustus 2020 te Amstelveen een verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (zwaar) lichamelijk letsel werd toegebracht, door met een door hem bestuurde personenauto, rijdende met een te hoge snelheid en terwijl hij hoge koorts had, een kruising rechtdoor over te steken, terwijl het in zijn richting en voor hem geldend verkeerslicht rood licht uitstraalde, dan wel (subsidiair) het zich zodanig gedragen dat daardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">4. Waardering van het bewijs</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) kan worden bewezen. Uit het proces-verbaal Analyse Verkeersregelinstallatie volgt dat verdachte de kruising is overgestoken terwijl het verkeerslicht al bijna tien seconden rood licht uitstraalde. Het verkeerslicht van de slachtoffers straalde op dat moment al bijna drie seconden groen licht uit. Bovendien reed verdachte met een snelheid die hoger was dan toegestaan en was hij ter plaatse zeer bekend. Verdachte heeft zich aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedragen. </para>
        <para>Het letsel dat daardoor is ontstaan bij de slachtoffers kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. [slachtoffer 1] heeft meerdere gebroken ribben, een bloeding in de hersenen en nierschade opgelopen, hetgeen zeer pijnlijk is en waarvan het herstel lang duurt. Ook [slachtoffer 2] heeft klachten ondervonden als gevolg van de aanrijding, zij had namelijk een hersenschudding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW. Verdachte heeft verklaard dat hij onwel is geworden en daardoor een black-out heeft gehad, waardoor het ongeval heeft plaatsgevonden. Verdachte was zeer bekend met de weg en de kruising, die ook zeer overzichtelijk was. Er was geen sprake van slecht zicht of gevaarlijke weersomstandigheden. Verdachte was niet onder invloed van alcohol of drugs. Door op deze kruising door het rode verkeerslicht te rijden zonder daarbij snelheid te verminderen of vermeerderen, is vreemd rijgedrag. Verdachte kan zich ook niets herinneren van het ongeval. Verdachte heeft niet geremd en is niet uitgeweken. Gelet op al deze omstandigheden kan het niet anders dan dat verdachte daadwerkelijk een black-out heeft gehad en dat daardoor het ongeval heeft kunnen plaatsvinden. Daar komt bij dat niet kan worden bewezen dat verdachte met een te hoge snelheid heeft gereden. Er is namelijk geen snelheidsmeting verricht, maar slechts een reconstructie gemaakt van de mogelijke snelheid. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte hoge koorts had. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij hoge koorts heeft gehad, maar dat was twee dagen voor het ongeval. Verdachte heeft geen roekeloos dan wel aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend rijgedrag vertoond. Er is sprake geweest van een enkele verkeersfout, die hij heeft begaan als gevolg van een black-out en dus is er sprake geweest van verontschuldigbare onmacht. </para>
        <para>Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 WVW heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat dit kan worden bewezen, maar dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schuld in de zin van artikel 6 WVW</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beoordeling van de vraag of een verdachte schuld heeft aan een ongeval in de zin van artikel 6 WVW komt het volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het gaat daarbij om aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam verkeersgedrag waardoor het ongeval en de gevolgen daarvan zijn ontstaan.</para>
        <para>De Hoge Raad heeft ook overwogen dat niet in zijn algemeenheid kan worden aangegeven of een enkele verkeersfout voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Bij die beoordeling zijn meerdere factoren van belang. </para>
        <para>Voorts verdient het opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.<footnote-ref linkend="_93ecef32-c57e-49e0-95f0-b1d7f3d75103" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het ongeval aan verdachtes schuld te wijten is, omdat hij aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte reed op 23 augustus 2021 rond 21:45 uur met zijn personenauto over de Beneluxbaan in Amstelveen. Hij is de kruising met Gondel rechtdoor overgestoken, waar hij met zijn auto tegen de personenauto van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is aangereden. Uit een analyse van de verkeersregelinstallatie is gebleken dat op het moment waarop verdachte de stopstreep is gepasseerd, de voor hem geldende verkeerslichten minimaal 9,8 seconden rood licht uitstraalden. De verkeerslichten die op dat moment golden voor de personenauto van de slachtoffers straalden op dat moment minimaal 2,1 seconden groen licht uit. Als gevolg van het verkeersongeval hebben de slachtoffers (zwaar) lichamelijk letsel opgelopen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de analyse van de verkeersregelinstallatie is aan de hand van de verkeerslussen een reconstructie gemaakt van de snelheid waarmee verdachte de kruising is genaderd. Op basis hiervan is geconcludeerd dat verdachte een gemiddelde indicatieve snelheid heeft gereden die lag tussen de 52 en 60 kilometer per uur. Aangezien dit een indicatieve snelheid betreft en verdachte vanaf de koplus nog ongeveer 35 meter heeft moeten afleggen tot het botspunt vindt de rechtbank dit onvoldoende voor een vaststelling dat verdachte de maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur heeft overschreden. Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte een snelheid heeft gereden die te hoog was voor veilig verkeer ter plaatse. Hij is immers een kruising opgereden terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Gelet op deze gevaarlijke verkeerssituatie had verdachte uiterste voorzichtigheid in acht moeten nemen en zijn snelheid moeten aanpassen, hetgeen hij niet heeft gedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte was zeer bekend met de verkeerssituatie op de kruising en dat zich daar verkeerslichten bevonden. Verdachte is echter zonder af te remmen of snelheid te verminderen de kruising overgestoken, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten al geruime tijd rood licht uitstraalden en hij heeft daarbij zich er niet van vergewist of de kruising vrij was van enig ander verkeer.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft verklaard dat hij zich niets kan herinneren van het ongeval. Verdachte vindt het vreemd dat hij niet heeft afgeremd en niet is uitgeweken, terwijl hij zeer bekend was met deze kruising en altijd voorzichtig rijdt. Het kan daarom volgens hem en zijn raadsvrouw niet anders dan dat hij een black-out heeft gehad en dus in verontschuldigbare onmacht verkeerde. </para>
        <para>Verdachte heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat hij op de dag van het ongeval niet erg ziek meer was en dat hij nooit eerder als gevolg van een Angina-aanval onwel is geworden en het bewustzijn heeft verloren. Verdachte heeft geen (medisch) onderzoek laten doen naar een mogelijke oorzaak van de geopperde black-out. Wel heeft hij verklaard dat hij navraag heeft gedaan bij zijn huisarts en dat die zou hebben gezegd dat een Angina-aanval niet voor bewustzijnsverlies kan zorgen, maar wel een te kort aan inname van voedsel en vocht. Verdachte heeft echter op de zitting verklaard dat hij door de keelpijn weinig vast voedsel kon eten, maar dat hij wel zorgde dat hij voldoende vloeibaar voedsel innam. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte ten tijde van het ongeval in verontschuldigbare onmacht verkeerde als gevolg van een black-out.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval – zoals hiervoor overwogen – beschouwt de rechtbank het verkeersgedrag van verdachte als aanmerkelijk onvoorzichtig en is derhalve van oordeel dat het ongeval aan verdachte zijn schuld te wijten is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 23 augustus 2020 te Amstelveen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende over de Beneluxbaan, zich zodanig, te weten aanmerkelijk onvoorzichtigheeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>waardoor [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht, te weten meerdere ribfracturen en een bloeding in de hersenen en nierschade, en waardoor [slachtoffer 2] zodanig letsel werd toegebracht dat daaruit verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten een hersenschudding,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bestaande dat gedrag hieruit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verdachte heeft gereden over de Beneluxbaan, komende uit de richting van de Bovenkerkerweg, en gaande in de richting van Stadshart Amstelveen,</para>
    </parablock>
    <para>- terwijl verdachte ter plaatse zeer bekend was,</para>
    <para>- terwijl verdachte reed met een snelheid die te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verdachte is gekomen bij de kruising Beneluxbaan en Gondel, </para>
      <para>verdachte is niet gestopt voor een in zijn richting gekeerd en voor het in zijn verkeer geldend en al (ongeveer) 9,8 seconden rood uitstralend verkeerslicht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verdachte heeft het rode licht gepasseerd en is vervolgens de kruising van de Beneluxbaan en Gondel op gereden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verdachte heeft zich niet vergewist dat voornoemd kruisingsvlak vrij was van enig (kruisend) verkeer, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verdachte heeft niet afgeremd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verdachte is niet uitgeweken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verdachte is vervolgens tegen een personenauto, waarin [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich bevonden, die doende was bij groen licht voornoemde rijbaan (kruising) over te steken, althans zich (daartoe) op voornoemde rijbaan bevond, aangereden, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vorenomschreven (zwaar) lichamelijk letsel werd toegebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>Motivering van de straffen </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem primair bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen, en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier maanden, met een proeftijd van twee jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het strafmaatverweer van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw van verdachte heeft primair bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en aan verdachte enkel een (al dan niet voorwaardelijke) geldboete op te leggen, maar geen rijontzegging. Verdachte heeft zelf ook letsel gehad en ook zijn auto was beschadigd. Hij heeft net als de slachtoffers ook last gehad van de nasleep van het ongeval. Verdachte is nooit eerder voor een soortgelijk verkeersfeit veroordeeld. Een rijontzegging zou desastreuze gevolgen hebben voor verdachte, omdat hij voor zijn werk afhankelijk is van zijn rijbewijs.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt als gevolg waarvan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] lichamelijk letsel hebben opgelopen. Verdachte is een kruising overgestoken terwijl het voor hem geldende verkeerslicht rood licht uitstraalde en hij heeft zich daarbij er niet van vergewist of er enig ander verkeer de kruising naderde. De rechtbank rekent dit verdachte aan als aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als gevolg van het ongeval heeft [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel opgelopen, te weten meerdere gebroken ribben, een bloeding in de hersenen en nierschade. Het slachtoffer heeft veel pijn gehad en heeft gedurende twee maanden zittend in een stoel moeten slapen. Ook [slachtoffer 2] heeft lichamelijk letsel opgelopen, namelijk een hersenschudding. Zij heeft hierdoor last gehad van traagheid, verwardheid en heeft gedurende lange periode hoofdpijn gehad waarvoor zij pijnstilling nam. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die voor soortgelijke gevallen door rechtbanken en gerechtshoven worden opgelegd en de oriëntatiepunten voor de straftoemeting. Laatstgenoemde gaan bij overtreding van artikel 6 WVW met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg uit van een taakstraf van 120 uur en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 19 februari 2021 (het strafblad) van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld wegens verkeersdelicten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de mate van schuld die de rechtbank bewezen acht, de ernst van de verweten gedraging en de gevolgen daarvan, ziet de rechtbank geen reden om van de oriëntatiepunten af te wijken. De rechtbank zal echter, rekening houdend met het persoonlijk belang dat verdachte heeft bij het behouden van zijn rijbevoegdheid, de ontzegging van die rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[de verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de tijd van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat deze bijkomende straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. L. Dolfing, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. R.A. Overbosch en E. Akkermans, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. Meulman, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_93ecef32-c57e-49e0-95f0-b1d7f3d75103" label="1">
    <para> Zie onder meer de arresten van de Hoge Raad van 1 juni 2004, <emphasis role="italic">LJN</emphasis> AO5822 en van 29 april 2008, <emphasis role="italic">LJN</emphasis> BD0544.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>