<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:8135</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-17T11:13:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 20/1238</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:8135">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:8135</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-17T11:13:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:8135 Rechtbank Amsterdam , 01-12-2021 / AMS 20/1238</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:8135:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres heeft een remigratie-uitkering aangevraagd. Haar aanvraag is afgewezen en eiseres heeft heirtegen te laat bezwaar gemaakt. Eiseres heeft geen reden gegeven waarom zij haar bezwaar te laat heeft verstuurd. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:8135:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 20/1238 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Driouch (Marokko), eiseres (hierna: [eiseres] )</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (hierna: Svb)</bridgehead>
    <para>( [gemachtigde] ).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 27 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft de Svb aan [eiseres] meegedeeld dat zij geen recht heeft op een remigratie-uitkering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 8 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2021. </para>
      <para>
        [eiseres] was niet aanwezig. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat aan deze procedure voorafging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. [eiseres] woont in Marokko. Zij heeft een remigratie-uitkering aangevraagd. Met het primaire besluit heeft de Svb aan [eiseres] laten weten dat zij geen recht heeft op een remigratie-uitkering omdat zij niet voldoet aan de geldende voorwaarden. [eiseres] heeft de leeftijd van 55 jaar nog niet bereikt, woonde ten tijden van de aanvraag niet in Nederland en heeft ook niet onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag ten minste acht jaar in Nederland verbleven. Verder is [eiseres] geen partner in de zin van de Remigratiewet. </para>
    <para />
    <para>2. [eiseres] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een brief van 7 november 2019 heeft de Svb aan [eiseres] gevraagd waarom zij te laat bezwaar heeft gemaakt. [eiseres] heeft niet gereageerd. Omdat [eiseres] geen geldige reden heeft gegeven voor het te laat bezwaar maken, heeft de Svb met het bestreden besluit het bezwaar van [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar niet inhoudelijk behandeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van [eiseres]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. [eiseres] is het niet eens met de Svb. Volgens haar heeft zij al een reden gegeven waarom zij te laat bezwaar heeft gemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Voordat de rechtbank inhoudelijk naar de zaak kan kijken, moet worden vastgesteld of het beroep ontvankelijk is. De rechtbank zal daarom eerst nagaan of [eiseres] tijdig het griffierecht heeft betaald. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt vast dat [eiseres] het griffierecht niet op tijd heeft betaald. Gelet op de vertraging in de postbezorging in Marokko als gevolg van de uitbraak van het coronavirus en de lockdown, vindt de rechtbank dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het is niet aan [eiseres] te wijten dat zij het griffierecht te laat heeft betaald. De rechtbank zal daarom de zaak van [eiseres] inhoudelijk beoordelen. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank moet beoordelen of de Svb terecht het bezwaar van [eiseres] tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank stelt vast dat het bezwaar van [eiseres] door de Svb op 25 oktober 2019 is ontvangen. De termijn voor het maken van bezwaar eindigde op 8 oktober 2019. De poststempel op de brief van het bezwaarschrift vermeldt 15 oktober 2019. Omdat [eiseres] geen reden heeft gegeven waarom zij haar bezwaar te laat heeft verstuurd, heeft de Svb het bezwaar van [eiseres] terecht niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat [eiseres] geen gelijk krijgt. </para>
    <para />
    <para>9. Er is geen reden om het betaalde griffierecht te vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Lauwaars, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Bissumbhar, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para />
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>