<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:8129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-24T11:01:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9350125  EB VERZ 21-10422</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2022-0203</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:8129">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:8129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-22T15:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:8129 Rechtbank Amsterdam , 14-09-2021 / 9350125  EB VERZ 21-10422</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:8129:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Afwijzing verzoek tot schorsing bewindvoerder</para>
        <para>Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2021:8130</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:8129:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b33a0348-f5b2-4e64-b663-64245265e736" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bae0a333-90f2-49cb-af33-da399c916f22" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9350125  EB VERZ 21-10422</para>
      <para>beschikking van: 14 september 2021</para>
      <para>func.:  436</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de kantonrechter op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verzoeker</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.G. Hees (voorheen mr. P.M. de Vries)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. Capital Support Bewind en Executele B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage</para>
      <para>nader te noemen: Capital Support Bewind en Executele B.V.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">2. Robuust &amp; Vertrouwd Bewindvoering B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>verweerders</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.W.M.L. Delissen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Belanghebbende: Stichting Baltimore</bridgehead>
    <para>gevestigd te Amsterdam</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit:<?linebreak?>- het verzoekschrift van 16 juli 2021, strekkend tot ontslag van verweerders als bewindvoerders op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 4:164 BW tevens houdend een verzoek tot schorsing van verweerders in de zin van artikel 4:164 lid 2 BW;<?linebreak?>- oproepingsbrief van de griffier van 6 augustus 2021 waarin partijen en belanghebbende worden opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van het verzoek op 11 oktober 2021 te 15:00 uur;<?linebreak?>- brief van verzoeker van 25 augustus 2021 om alsnog te beslissen op het verzoek om verweerders te schorsen;<?linebreak?>- brief van verweerders van 2 september 2021 strekkend tot afwijzing van de schorsing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Uitgegaan wordt van het volgende.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 3 juni 2021 is in zijn woonplaats Amsterdam overleden: de heer [overledene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946. Overledene was ten tijde van zijn overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd. De overledene heeft één kind achtergelaten, te weten verzoeker. Verzoeker (thans 32 jaar oud) is op [geboortedatum] 1989 geboren uit een affectieve relatie tussen de overledene en mevrouw [naam 1] . De overledene heeft verzoeker bij akte van 10 juli 2001 als zoon erkend.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De overledene heeft op 4 december 1992 bij testament over zijn nalatenschap beschikt. De overledene heeft in zijn testament onder meer het volgende bepaald:<?linebreak?>- hij heeft verzoeker tot zijn enig erfgenaam benoemd onder last van hetgeen verzoeker onvervreemd en onverteerd van de nalatenschap van de overledene zal overhouden uit te keren aan de Stichting Baltimore (belanghebbende) ingeval verzoeker overlijdt zonder afstammelingen (een zogenoemde tweetrapsmaking met verzoeker als “bezwaarde” en belanghebbende als “verwachter”)<?linebreak?>- hij heeft over hetgeen verzoeker zal verkrijgen uit zijn nalatenschap een bewind ingesteld dat eerst zal eindigen bij overlijden van verzoeker, met benoeming van [naam 2] tot bewindvoerder en ingeval van diens bedanken, ontstentenis of overlijden, Pierson, Heldring en Pierson N.V., of haar rechtsopvolger;<?linebreak?>- hij heeft [naam 2] , voornoemd, tevens tot executeur benoemd.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Met betrekking tot de nalatenschap van de overledene heeft mr. J.L.D.J. Maasland, notaris te Amsterdam op 6 juli 2021 een verklaring van erfrecht opgemaakt. Blijkens de verklaring van erfrecht heeft verzoeker de nalatenschap van de overledene zuiver aanvaard en heeft [naam 2] zijn benoeming tot executeur en bewindvoerder niet aanvaard. Met de betrekking tot de persoon van de bewindvoerder wordt in de verklaring van erfrecht het volgende gemeld, voor zover hier van belang:<?linebreak?><emphasis role="italic">(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">9.3 Robuust &amp; Vertrouwd Bewindvoering B.V. (..), heeft</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(i) als uiteindelijke rechtsopvolger van de destijds statutair te Amsterdam gevestigde naamloze vennootschap Pierson, Heldring en Pierson N.V.;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">en</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(ii) voor zover nodig als schriftelijk gevolmachtigde van ABN AMRO Bank NV (…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">haar benoeming tot (opvolgend) bewindvoerder over de verkrijging door (kantonrechter: verzoeker) uit de nalatenschap van Overledene aanvaard, hetgeen blijkt uit (….)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Robuust &amp; Vertrouwd Bewindvoering B.V. heeft als bewindvoerder het beheer van de nalatenschap en is vrij in de wijze van belegging en wederbelegging van de aan het bewind onderworpen goederen en is bevoegd deze goederen door andere te vervangen en heeft overigens die bevoegdheden die de wet toekent in het geval het bewind is ingesteld zowel in het belang van de rechthebbende als in het belang van de verwachter.</emphasis><?linebreak?>Aan het slot van de verklaring van erfrecht wordt onder het kopje “Conclusie” het volgende gemeld, voor zover hier van belang:<?linebreak?><emphasis role="italic">Uit het hiervoor vermelde volgt dat Robuust &amp; Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder, zelfstandig bevoegd is de goederen van de nalatenschap van de Overledene te beheren en daarover te beschikken overeenkomstig het vorenstaande. (…)</emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Capital Support Bewind en Executele B.V. is door fusie in de plaats getreden van Robuust &amp; Vertrouwd Bewindvoering B.V.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Het betreft een omvangrijke nalatenschap met 39 onroerende objecten, 100% aandelen in 12 besloten vennootschappen die ieder apart eigenaar zijn van onroerend goed te [plaats] aan de [adres] , De [adres] , de [adres] , de [adres] , de [adres] en de [adres] , roerende goederen, waaronder een inboedel in de woning van de overledene aan de [adres] te [plaats] , vorderingen en verschillende paarden.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para />
    <para>2. Verzoeker verzoekt de kantonrechter verweerder(s) als bewindvoerder te schorsen bij wijze van voorlopige voorziening. De aan het verzoek in de hoofdzaak ten grondslag gelegde gewichtige redenen tot ontslag van de bewindvoerder, namelijk een diepgaande vertrouwensbreuk en disfunctioneren, zijn dermate ernstig dat meteen dient te worden ingegrepen door schorsing als bedoeld in artikel 4:164 lid 2, tweede zin, BW. De mondelinge behandeling van het verzoek tot ontslag, welke gepland staat op 11 oktober 2021, is te ver weg voor verzoeker om daarop te kunnen wachten. Hangende de schorsing kan de heer mr. Honoré van Schuppen worden benoemd als (tijdelijk) bewindvoerder, die zich daartoe schriftelijk bereid heeft verklaard.</para>
    <para>3. Verweerders hebben tegen de verzochte schorsing verweer gevoerd.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling<?linebreak?></title>
    <para>4. Volgens artikel 4:164 lid 1 onder e BW eindigt de hoedanigheid van bewindvoerder door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent. Lid 2 van voornoemd artikel bepaalt dat het ontslag door de kantonrechter aan de bewindvoerder wordt verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen, zulks op verzoek van een medebewindvoerder, van de rechthebbende, van iemand in wiens belang het bewind is ingesteld of van het Openbaar Ministerie, dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de kantonrechter voorlopige voorzieningen treffen en de bewindvoerder schorsen.</para>
    <para>5. Thans ligt voor het verzoek om bij wijze van voorlopige voorziening verweerders als bewindvoerder te schorsen. Op 11 oktober 2021 vindt de mondelinge plaats van het verzoek tot ontslag. De door verzoeker gestelde feiten en omstandigheden die aan het verzoek tot ontslag wegens gewichtige redenen ten grondslag zijn gelegd komen de kantonrechter voorshands niet zodanig ernstig voor dat niet kan worden gewacht op de mondelinge behandeling en via een ordemaatregel moet worden ingegrepen door schorsing van verweerders. Wel veronderstelt de kantonrechter dat verweerders<?linebreak?>in afwachting van de beslissing van de kantonrechter op het verzoek tot ontslag hun beheer beperken tot die handelingen welke niet zonder nadeel voor de rechthebbende (verzoeker) en belanghebbende kunnen worden uitgesteld.</para>
    <para>6. De proceskosten worden gecompenseerd in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING<?linebreak?></title>
    <para>De kantonrechter:<?linebreak?></para>
    <paragroup>
      <para>wijst het verzoek tot schorsing van verweerders als bewindvoerder af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draag.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>