<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:7354</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-16T14:42:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/171125-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:7354">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:7354</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-16T14:40:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:7354 Rechtbank Amsterdam , 16-12-2021 / 13/171125-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:7354:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>13-Omitama, integrale vrijspraak. Door de officier van justitie zijn onvoldoende omstandigheden naar voren gebracht waaruit een witwasvermoeden blijkt. Er kan niet worden vastgesteld dat de fietsen uit de fietsenhandel van verdachte uit enig misdrijf afkomstig zijn. Verdachte hoefde in 2018 niet redelijkerwijs te vermoeden dat de Swapfiets van diefstal afkomstig was. In 2018 was Swapfiets een (redelijk) nieuw concept en met name bekend onder studenten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:7354:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a4f47cf1-2816-4e44-a15a-14f36b91a22c" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Parketnummer: 13.171125.20</para>
    <para>
      [verdachte]
    </para>
    <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/171125-20 (13- Omitama )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 16 december 2021 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R. Refos, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. Stam, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>een fiets van het merk Union in de periode van 2 maart 2020 tot en met 26 juni 2020 te Amsterdam heeft geheeld;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>in de periode van 1 juli 2019 tot en met 26 juni 2020 te Amsterdam een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen tezamen en in vereniging met een ander of anderen door (trachten) fietsen te verkopen aan zestien personen;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een Swapfiets in de periode van 1 juli 2018 tot en met 3 juli 2018 te Amsterdam heeft geheeld.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van alle feiten. Ten aanzien van feit 2 geldt bovendien dat verdachte in totaal 99 keer een bedrag van tussen de € 5,- en € 100,- heeft overgeschreven naar medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte heeft voor niet-marktconforme prijzen fietsen aangeboden en geen zorgvuldige administratie gehanteerd, terwijl er op professionele wijze en grote schaal is gehandeld in fietsen door verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben een groot aantal fietsen voor handen gehad. Zij hebben hier contact over gehad met (potentiële) kopers en fietsen verkocht, althans trachten te verkopen. Niet alle fietsen stonden als gestolen geregistreerd, maar de criminele herkomst kan ook uit andere feiten en omstandigheden worden afgeleid. Gelet op de schaal waarop en de periode waarover zich dit heeft afgespeeld, kan worden bewezen dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een gewoonte hebben gemaakt van witwassen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht verdachte integraal vrij te spreken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat de koper van de fiets van het merk Union alleen medeverdachte [medeverdachte 1] heeft herkend. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte deze fiets voorhanden heeft gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een ander of anderen. Voorts is van geen enkele fiets vastgesteld dat die van diefstal afkomstig is en dit kan ook niet uit de andere feiten en omstandigheden worden afgeleid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 3 op het standpunt gesteld dat verdachte niet wist, of kon weten, dat de Swapfiets van diefstal afkomstig was. Verdachte heeft de fiets met sleutel ingekocht. Bovendien was hij in 2018 niet bekend met het concept van Swapfiets.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank spreekt verdachte integraal vrij en overweegt daartoe als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige 1] , de koper van de fiets van het merk Union, heeft verklaard dat zij de fiets in juli 2019 heeft gekocht, terwijl de fiets volgens de aangifte van aangever [aangever] zou zijn gestolen in de periode van 2 maart 2020 tot en met 10 maart 2020. Nu het vanwege de tijdlijn onmogelijk is dat de door getuige [getuige 1] gekochte fiets van het merk Union, de gestolen fiets is van aangever [aangever] , spreekt de rechtbank verdachte vrij van feit 1. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van witwassen (artikel 420bis/420quater, eerste lid, onder b van het Wetboek van Strafrecht) het opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat door de officier van justitie onvoldoende omstandigheden naar voren zijn gebracht waaruit een witwasvermoeden blijkt. Dat verdachte veelvuldig in fietsen handelt, doet daar niet aan af. Er kan niet worden vastgesteld dat de fietsen uit enig misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het zou kunnen dat hij een Swapfiets voorhanden heeft gehad en heeft doorverkocht. Verdachte is inmiddels bekend met het concept van Swapfiets, maar wist in 2018 niet wat een Swapfiets was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte een Swapfiets voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen aan getuige [getuige 2] . De rechtbank kan echter niet uitsluiten dat verdachte in 2018 niet wist wat een Swapfiets was. Verdachte hoefde ook niet redelijkerwijs te vermoeden dat de Swapfiets van diefstal afkomstig was. In 2018 was Swapfiets een (redelijk) nieuw concept en met name bekend onder studenten. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslag</title>
    <para>Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 108 STK Sleutels (goednummer 5935217).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet is gebleken dat de goederen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Evenmin is het bezit van deze goederen strafbaar. De rechtbank zal gelasten dat deze voorwerpen aan de verdachte zullen worden geretourneerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan de rechthebbende van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 108 STK Sleutels (goednummer 5935217).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. E. van den Brink, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. G.P.C. Janssen en L. Medema-Baroud, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. Kanters, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>