<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:7120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-13T17:39:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751173-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:7120">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:7120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-08T16:47:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:7120 Rechtbank Amsterdam , 02-12-2021 / 13/751173-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:7120:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Duitsland. Art. 2 OLW, genoegzaamheid. Onschuldverweer. Art. 6 OLW, terugkeergarantie. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:7120:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751173/21</para>
      <para>RK nummer: 21/1413</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 2 december 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 maart 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 28 januari 2021 door het <emphasis role="italic">Amtsgericht Nordhorn</emphasis> (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] , </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen en verblijvend op het adres:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 14 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 oktober 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon was vanwege ziekte niet aanwezig op de zitting. Namens de opgeëiste persoon heeft zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. J.O.A.N. de Vries, advocaat te Utrecht, het woord gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op verzoek van de raadsvrouw heeft de rechtbank het onderzoek voor bepaalde tijd geschorst tot de zitting van 18 november 2021 om 09:30 uur, teneinde de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen bij de zitting aanwezig te zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 18 november 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling van de vordering hervat op de openbare zitting van 18 november 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.O.A.N. de Vries, advocaat te Utrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van het <emphasis role="italic">Amtsgericht Nordhorn </emphasis>van 28 december 2020, met parketnummer 5 Gs 879 Js 67439/20 (424/20).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Genoegzaamheid  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering ten aanzien van feit 2 geweigerd dient te worden, omdat niet is voldaan aan artikel 2 OLW. De omschrijving van dit feit is niet genoegzaam, omdat een specifieke pleegplaats ontbreekt. Daarnaast is onvoldoende duidelijk omschreven wat de rol van de opgeëiste persoon precies geweest zou zijn, omdat in de omschrijving slechts staat dat de opgeëiste persoon dader is van het feit. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de overlevering ten aanzien van feit 2 te weigeren.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. Het is de opgeëiste persoon duidelijk voor welke feiten zijn overlevering wordt verzocht. Ten aanzien van feit 2 ontbreekt inderdaad een pleegplaats in de specifieke omschrijving van het feit. In de omschrijving na ‘Plaats delict’ zijn echter drie pleegplaatsen genoemd, te weten Nordhorn, Bad Bentheim en Wietmarschen. Feit 1 heeft plaatsgevonden in Bad Bentheim en feit 3 heeft plaatsgevonden in Wietmarschen. Dus moet worden geconcludeerd dat feit 2 heeft plaatsgevonden in Nordhorn. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de overlevering ten aanzien van alle drie de feiten toe te staan.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens dient te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die beschrijving de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het feit dat in de omschrijving van de feiten in onderdeel e) van het EAB staat aangegeven dat de feiten hebben plaatsgevonden in Nordhorn, Bad Bentheim en Wietmarschen, en gelet op de omschrijvingen van feit 1 en feit 3 waarin staat dat feit 1 heeft plaatsgevonden in Bad Bentheim en feit 3 in Wietmarschen, is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat uit de omschrijving voldoende duidelijk blijkt dat feit 2 heeft plaatsgevonden in Nordhorn. Aldus is ten aanzien van alle feiten een pleegplaats genoemd. Daarnaast is de rol van de opgeëiste persoon voldoende duidelijk omschreven; hij is aangemerkt als dader van de drie feiten. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	georganiseerde of gewapende diefstal.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Onschuldverweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon niet schuldig is aan het tenlastegelegde feit 1. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft zij een ondertekende verklaring van de ex-schoonmoeder van de opgeëiste persoon van 17 november 2021 overgelegd. In deze verklaring stelt de ex-schoonmoeder dat de opgeëiste persoon in het weekend van zaterdag 31 oktober 2020 tot maandag 2 november 2020 bij haar thuis in [plaats] verbleef en dat hij op 2 november 2020 weer naar zijn vriendin is vertrokken. Aldus kan de opgeëiste persoon feit 1, gepleegd tussen 2 november 2020 om 16:45 uur tot 3 november 2020 om 7:45 uur, niet gepleegd hebben. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de overlevering voor feit 1 te weigeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering ten aanzien van feit 1 kan worden toegestaan. De lat voor een geslaagd onschuldverweer ligt zeer hoog. Met de verklaring van de ex-schoonmoeder is niet komen vast te staan dat de opgeëiste persoon het tenlastegelegde feit 1 onmogelijk kan hebben gepleegd. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de overlevering toe te staan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de schriftelijke verklaring van de ex-schoonmoeder niet leidt tot de vaststelling dat de opgeëiste persoon het tenlastegelegde feit 1 onmogelijk kan hebben gepleegd. De onschuld van de opgeëiste persoon is niet ter zitting aangetoond, zoals artikel 26, vierde lid, OLW wel vereist. De onschuldbewering kan reeds om die reden niet leiden tot weigering van de overlevering. Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="italic">Public Prosecutor</emphasis> in Osnabrück heeft bij brief van 19 maart 2021 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">I hereby assure you that should the prosecuted person receive a non-appealable and non-suspended prison sentence after he has been extradited from the Netherlands, he shall, with his consent, be transferred to the Netherlands so that the prison sentence can be served there pursuant to the COUNCIL FRAMEWORK DECISION 2008/909/JHA of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition of judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving a deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan het <emphasis role="italic">Amtsgericht Nordhorn</emphasis> (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	  					                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. P. van Kesteren en C.M. Delstra,   				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk,			                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 2 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>