<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:6985</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T11:51:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">81/139014-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6985">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6985</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T11:36:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:6985 Rechtbank Amsterdam , 23-09-2021 / 81/139014-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6985:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In strijd met de REACH-verordening gebruik maken van een chemische stof: geen straf of maatregel opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6985:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKORT VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 81/139014-18 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 23 september 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische kamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gevestigd op het adres [adres] , [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. D.M. Benammar, en van wat [persoon] (indirect bestuurder) en mr. J.C.P. van Kollenburg (raadsman) namens verdachte naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat zij tussen 16 september 2016 en 5 mei 2017 opzettelijk in strijd heeft gehandeld met artikel 56, eerste lid, van Verordening (EG) 1907/2006 (hierna: de Verordening) door als downstreamgebruiker trichlooretheen te gebruiken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging stelt dat voorafgaand aan het telefonisch contact op 29 juni 2017 met de vertegenwoordiger van verdachte al sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit en dat aan de vertegenwoordiger van verdachte op dat moment de cautie gegeven had moeten worden. Nu dit niet is gebeurd, is sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De verdediging verbindt hieraan de conclusie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte, omdat de resultaten van het vormverzuim de grondslag van de hele strafzaak tegen verdachte vormen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt dat het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk is in de vervolging van verdachte, omdat geen sprake is van een vormverzuim door tijdens de toezichtsfase het geven van de cautie achterwege te laten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank vindt dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Formeel gezien was tijdens het contact op 29 juni 2017 nog sprake van toezicht en hoefde de cautie niet gegeven te worden. Toen verdachte wel als verdachte was aangemerkt, kreeg [persoon] als haar vertegenwoordiger wel de cautie, zodat er geen sprake is geweest van een vormverzuim en bestaat er ook geen aanleiding om het Openbaar Ministerie om die reden nietontvankelijk te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit opzettelijk heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging vindt niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit <emphasis role="italic">opzettelijk</emphasis> heeft begaan en verzoekt verdachte daarvan vrij te spreken. De verdediging stelt daarbij dat – gelet op de zeer complexe regelgeving die op deze zaak van toepassing is – aanleiding bestaat om niet uit te gaan van kleurloos opzet, maar van een meer gekleurde vorm van opzet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank vindt bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank kan op basis van het dossier en de behandeling op zitting vaststellen dat verdachte in de ten laste gelegde periode trichlooretheen geleverd heeft gekregen en vervolgens heeft opgeslagen en bewaard om het te kunnen gebruiken bij het ontvetten van bijvoorbeeld zwart staal. Uit het dossier blijkt ook dat geen sprake was van een uitzondering op basis waarvan verdachte trichlooretheen legaal mocht gebruiken omdat zij daarvoor geautoriseerd was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt ook bewezen dat verdachte het feit opzettelijk heeft begaan. Van belang daarvoor is dat voldoende is dat sprake is van kleurloos opzet. Dat betekent dat ook van opzettelijk begaan van een strafbaar feit sprake kan zijn als verdachte zich niet bewust was van de strafbaarheid van het handelen, in dit geval van het gebruiken van trichlooretheen zonder autorisatie. Het opzettelijk handelen is alleen dan niet strafbaar als sprake zou zijn van verontschuldigbare onbewustheid over de ongeoorloofdheid van de gedraging: als verdachte het niet wist én niet hoefde te weten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Van verontschuldigbare onbewustheid is in deze zaak geen sprake. Van een professioneel bedrijf, zoals dat van verdachte, dat gebruik maakt van chemicaliën, mag verwacht worden dat het zich op de hoogte blijft houden van relevante regelgeving en de verantwoordelijkheid daarvoor niet volledig afschuift op een leverancier die het bedrijf daarover zou moeten informeren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vindt bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 16 september 2016 tot en met 5 mei 2017, te [plaatsnaam] , gemeente [naam gemeente] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk, als downstreamgebruiker als bedoeld in artikel 3 onder 13 van de EG-verordening (nummer 1907/2006) inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) heeft gehandeld in strijd met artikel 56 lid 1 van genoemde verordening,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft zij, verdachte, een in bijlage XIV onder nummer 15 opgenomen stof (te weten trichlooretheen) (CAS nummer 79-01-6) zelf bij industriële activiteiten gebruikt terwijl de uitzonderingsbepalingen genoemd in dit artikel niet van toepassingen waren,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft zij, verdachte, een hoeveelheid koudontvetter (met daarin trichlooretheen) (CAS nummer 79-01-6) opgeslagen en bewaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Geen straf of maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat de strafbeschikking wordt vernietigd en dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 8.000,-. Zonder overschrijding van de redelijke termijn met meer dan twee jaar zou de officier van justitie een geldboete van € 10.000,- hebben geëist.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht om verdachte schuldig te verklaren zonder het opleggen van een straf of maatregel, gelet op het financiële nadeel dat verdachte door deze zaak heeft geleden, de beperkte hoeveelheid trichlooretheen die verdachte heeft afgenomen, de complexiteit van de regelgeving en de forse overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal verdachte schuldig verklaren zonder het opleggen van een straf of maatregel, omdat met het opleggen daarvan geen redelijk doel meer wordt gediend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarvoor vindt de rechtbank van belang dat binnen de onderneming van verdachte trichlooretheen op zeer beperkte schaal is gebruikt. Uit het gegeven dat de Verordening is gestoeld op het voorzorgsbeginsel om ter bescherming van de gezondheid van mens en milieu de schadelijkheid van chemische stoffen te beperken, leidt de rechtbank af dat de ernst van het feit mede afhankelijk is van de hoeveelheid chemicaliën waarop de overtreding betrekking heeft. Daarnaast is van belang dat sprake is van een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de eerder uitgebrachte strafbeschikking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 9.3.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. G.M. van Dijk, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. A. Eichperger en R.K. Pijpers, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Bijlage{...}] </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>