<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:6921</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-14T15:16:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/709498 / HA RK 21-384</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6921">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6921</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-14T15:16:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:6921 Rechtbank Amsterdam , 11-11-2021 / C/13/709498 / HA RK 21-384</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6921:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot verschoning toegewezen wegens praktische redenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6921:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Wrakingskamer</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het onder rekestnummer C/13/709498 / HA RK 2021-384 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J.M. van den Berg</emphasis>, rechter in opleiding bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij de afdeling Privaatrecht, team Handel van deze rechtbank is onder zaaknummer C/13/685885 / HA ZA 20-652 een zaak aanhangig, die bij de rechter in behandeling is. Op 28 oktober 2021 heeft ten overstaan van de rechter een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De rechter is vanaf 1 januari 2000 tot 1 april 2021, ook als partner, verbonden geweest aan het advocatenkantoor Höcker Advocaten B.V. te Amsterdam, hierna: het kantoor. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 29 oktober 2021 is de rechter namens eiser gevraagd zich te verschonen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat eiser een jarenlange relatie heeft met het kantoor en zijn werkgever en ook zijn eigen vennootschap daar nog cliënt zijn. In een andere lopende procedure wordt hij bijgestaan door een advocaat van het kantoor. Volgens eiser zou de rechter nog aan het kantoor verbonden zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechter heeft verzocht hem te verschonen van de behandeling van de onderhavige zaak vanwege objectieve omstandigheden. Naar aanleiding van de brief van 29 oktober 2021 is hem bekend geworden dat eiser zich in een andere zaak laat bijstaan door een van zijn voormalige partners bij het kantoor. De rechter vindt het daarom onwenselijk als rechter de onderhavige zaak te behandelen. Een door het kantoor tot 3 november 2021 beheerd Linkedin-account op zijn naam zou (ten onrechte) de indruk kunnen wekken dat hij nog aan het kantoor verbonden is. Op zijn verzoek is dat account inmiddels opgeheven. Met ingang van 1 april 2021 is de rechter op geen enkele manier meer verbonden aan of werkzaam voor het kantoor en is hij fulltime werkzaam binnen de rechterlijke macht. Vanwege zijn lange verbondenheid aan het kantoor en de warme banden die hij nog steeds onderhoudt met de advocaten en de partners, behandelt hij geen zaken waarin het kantoor optreedt.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 36 Rv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechter heeft aangevoerd zich niet meer vrij te voelen de zaak te behandelen gelet op de tot voor kort gemeenschappelijke werkkring met de advocaat van eiser in een andere zaak. Door de hiervoor beschreven verwevenheid is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van omstandigheden waardoor het vertrouwen in de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak, wordt het verzoek toegewezen. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">De rechtbank:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para> wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak met zaaknummer C/13/685885 / HA ZA 20-652  wordt voortgezet voor een andere rechter;</para>
      <para />
      <para> beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41, tweede lid Rv wordt toegezonden aan: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para> (de advocaten van) partijen,</para>
        <para> de rechter. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Aldus gegeven door mrs. A.W.J. Ros, voorzitter en M.V. Ulrici en K.A.. Brunner, leden, op 11 november 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>