<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:6802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-26T17:12:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/707154-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6802">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-26T16:51:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:6802 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2021 / 13/707154-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6802:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking na verzoek om schadevergoeding nadat overlevering is geweigerd in de overleveringsprocedure. Schadevergoeding toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6802:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/707154-12</para>
      <para>RK nummers: 20/2018 en 20/2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de verzoeken tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand ex artikel 67 van de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1985, </para>
      <para>te dezen domicilie kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,</para>
      <para>mr. R. Malewicz, [domicilie adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schriftelijke verzoeken, bij de rechtbank ingediend op 21 april 2020, heeft verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en van de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure, die is geëindigd met de beslissing van de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank te Amsterdam (hierna: IRK) van </para>
      <para>18 februari 2020 tot weigering van de overlevering van verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 14 oktober 2021 in openbare raadkamer, het verzoek van de officier van justitie tot aanhouding van de behandeling gehonoreerd. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst tot 4 november 2021 te 14.30 uur, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de behandeling van de verzoeken terdege voor te bereiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling ter zitting van het verzoek tot schadevergoeding is hervat op 4 november 2021. De rechtbank heeft de raadsman van verzoeker, R. Malewicz, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in openbare raadkamer gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeken zijn tijdig ingediend en (mede daarom) ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorgeschiedenis</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Bij vonnis van 23 juni 2010 van <emphasis role="italic">the Lublin Provincial Court</emphasis> (Polen), met zaaknummer IV K 108/10 is verzoeker veroordeeld tot een vrijheidsstraf voor de duur van 6 jaar;</para>
    <para />
    <para>- Op 18 januari 2011 is door <emphasis role="italic">the Lublin Provincial Court</emphasis> (Polen), een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) uitgevaardigd, strekkende tot de aanhouding en overlevering van verzoeker naar Polen, in verband met de tenuitvoerlegging van het resterende deel voornoemde straf, te weten 3 jaar;</para>
    <para />
    <para>- Op 26 april 2016 is verzoeker aangehouden in Nederland en gedetineerd op grond van de OLW gelet op voormeld EAB;</para>
    <para />
    <para>- Op 22 juli 2016 is de overleveringsdetentie van verzoeker met ingang van 25 juli 2016, onder voorwaarden, geschorst door de rechtbank;</para>
    <para />
    <para>- Op vordering van de officier van justitie van 28 april 2016 is het overleveringsverzoek behandeld op de zitting van 23 juni 2016;</para>
    <para />
    <para>- Bij uitspraak van deze rechtbank (Internationale Rechtshulpkamer) van 18 februari 2020 is de overlevering geweigerd op basis van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Daarbij is de geschorste overleveringsdetentie opgeheven.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verzoeken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft de verzoeken ter zitting gematigd en deze strekken thans tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- € 7.200,-- <emphasis role="bold">€ 7.200,--</emphasis> voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd:	</para>
    <para>90 dagen Huis van Bewaring 90 x € 80,- = € 7.200,-;</para>
    <para />
    <para>- € 17.904,45, -- <emphasis role="bold">€ 17.904,45</emphasis>,<emphasis role="bold"> -- </emphasis>voor de kosten die zijn gemaakt in verband met rechtsbijstand;</para>
    <para />
    <para>- € 550,-- <emphasis role="bold">€ 550,--</emphasis> voor de kosten die zijn gemaakt in verband met het opstellen, indienen en de inhoudelijke behandeling van het verzoekschrift. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter zitting de verzoeken nader toegelicht. Hij heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verzoeker schadevergoeding ex artikel 67 van de OLW toekomt, omdat zijn overlevering is geweigerd.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen de toewijzing van het verzochte bedrag. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toetsingskader</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 67 OLW correspondeert met artikel 59 Uitleveringswet (UW). Artikel 67, eerste lid, OLW bepaalt dat de rechtbank op verzoek van de opgeëiste persoon hem een vergoeding ten laste van de Staat kan toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming bevolen krachtens de OLW. Daarvoor is vereist dat zijn overlevering is geweigerd. Artikel 533, derde, vierde en zesde lid, Sv en de artikelen 534, 535 en 536 Sv zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de gevallen als bedoeld in artikel 67, eerste lid, OLW zijn de artikelen 529 en 530 Sv van overeenkomstige toepassing op vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, zo bepaalt artikel 67, tweede lid, OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 534, eerste lid, Sv kent de rechtbank een vergoeding voor schade, geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en rechtsbijstand, toe, indien daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn. Daarbij moeten alle feiten en omstandigheden in aanmerking worden genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op voormeld toetsingskader is toekenning van schadevergoeding, zoals verzocht door verzoeker mogelijk, omdat de verzochte overlevering is geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu voldoende gronden van billijkheid aanwezig zijn en de officier van justitie zich niet tegen het verzochte bedrag heeft verzet, zal de rechtbank € 7.200,- toewijzen voor de ondergane overleveringsdetentie, € 17.904,45,- voor de kosten van rechtsbijstand en € 550,- voor de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank <emphasis role="bold">WIJST TOE </emphasis>de verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand ten bedrage van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">€ 7.200, -</emphasis> vanwege vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure en<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">€ 17.904,45</emphasis>,- vanwege de kosten die in de overleveringsprocedure zijn gemaakt in verband met rechtsbijstand en</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- € 550, - <emphasis role="bold">€ 550, -</emphasis> voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en de inhoudelijke behandeling van het verzoekschrift zijn gemaakt. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 18 november 2021 en in het openbaar uitgesproken door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,                                                 			                voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en M.E.M. James-Pater,	                                           rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters,		                                             griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Amsterdam, Internationale rechtshulpkamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € <emphasis role="bold">25.654,45</emphasis>,- <emphasis role="bold">(vijfentwintigduizendzeshonderdvierenvijftig euro en vijfenveertig cent)</emphasis> op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>IBAN/rekeningnummer			</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [rekeningnummer] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ten name van 					</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam rekeninghouder] , </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>onder vermelding van </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">vergoeding 67 OLW, 533 en 530 Sv, inzake: [verzoeker] (verzoeker).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan op 18 november 2021 </para>
      <para>door mr. M. van Mourik, voorzitter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>